Nieuws

Bouwers riskeerden alles voor opdracht

Naar werk snakkende aannemers doken in de crisisjaren bij Rijksprojecten consequent gemiddeld 31% onder de door opdrachtgevers geraamde prijzen. Dat heeft geleid "tot een destructieve spiraal van prijsvechten".

Ze gingen bij rijksprojecten consequent gemiddeld 31% onder door opdrachtgevers geraamde prijzen zitten. Dat stelt journalist Ingrid Koenen van vakblad Cobouw in haar vandaag verschijnende boek ’Prijsvechten, van bouwfraude tot uitverkoop’, dat ze mede op basis van cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) heeft geschreven.

Onder de prijs duiken gebeurde niet alleen bij rijksprojecten. „Het gebeurde bij vrijwel alle grote en kleine projecten die zijn aanbesteed. Gemiddeld doken de aannemers 25% onder de prijs. En niet alleen in de infrabusiness, maar ook bij de bouw van scholen, bibliotheken enzovoort”, zegt Koenen.

De gevolgen daarvan waren desastreus. Meer dan 4000 grote en kleine bouwbedrijven gingen de afgelopen drie jaar failliet, zegt Koenen op basis van CBS-cijfers. Toch deden de aannemers het allemaal. Ze wilden zo veel mogelijk mensen aan het werk houden en ontslagrondes zo lang mogelijk uitstellen.

„De bouw is niet zozeer winst-gedreven, maar omzet-gedreven. Ondernemers denken: als ik mijn orderportefeuille maar op orde heb met genoeg werk voor de komende twee jaar”, zegt Koenen, die voor het boek gesprekken voerde met verschillende kopstukken uit de sector.

In feite hebben de bouwers nooit een antwoord gevonden op de bouwfraude, stelt Koenen. Er kraaide vanaf de jaren vijftig geen haan naar de prijsafspraken die aannemers maakten om het werk te verdelen.

Koenen: "Tot Brussel zei, het mag niet meer. Toen heeft nota bene Ruud Lubbers nog een brief geschreven met de waarschuwing dat na een Brussels verbod de prijsafspraken gewoon ondergronds door zouden gaan. Na de parlementaire enquête wisten aannemers eigenlijk niks beters te verzinnen dan te duiken om hun orderportefeuille op peil te houden. En tot overmaat van ramp brak kort daarna de crisis uit. Toen viel de vraag ook nog eens weg."

De aanleiding voor het boek is de rampzalig verlopen verbreding van de A15 en de bouw van de Botlekbrug, een project met een aanvangswaarde van ongeveer €1 miljard, vertelt Koenen.  "Het consortium met daarin onder meer Ballast Nedam en Strukton stevende in eerste instantie af op een verlies van €200 miljoen. Inmiddels staat de teller zelfs op €318 miljoen. Dat is een bizar hoog  bedrag."

Uit het boek blijkt dat Rijkswaterstaat al voor de daadwerkelijke gunning het consortium op het matje heeft geroepen. "De mededeling was dat het consortium wel héél ver onder de door Rijkswaterstaat opgestelde raming zat", vertelt Koenen.

Toch gingen de partijen met elkaar in zee. "Wettelijk gezien mocht Rijkswaterstaat de gunning ook niet weigeren. Tot op de dag van vandaag blijft dat trouwens lastig voor opdrachtgevers." 

Toch is het beeld dat alleen de grote bedrijven doken verkeerd, stelt Koenen. "Bij de kleine bedrijven speelde het net zo goed. Daar zie je ook dat ze leurden, uitknepen en korting op korting stapelden. "

De sector werkt met opdrachtgevers inmiddels al weer enige tijd aan een betere verdeling van de risico's, zoals de vaak complexe aanvraag van bouwvergunningen of onvoorziene kosten door beschadiging van kabels en leidingen of het ruimen van oude explosieven.

Bij de klassieke bestekken lagen alle risico's bij de opdrachtgever. Daarbij was alles tot en met de schroefjes en boutjes van tevoren uitgewerkt en vastgelegd. Koenen: "Bleek er tijdens de bouw iets niet te kloppen, dan zei de aannemer: 'Wilt u even betalen?' Dan kon je ook rustig laag inschrijven, want dat liep je wel weer in. Dat was het meerwerkspel."

Maar dat is met de opkomst van de geïntegreerde contracten, waarbij aannemers niet alleen bouwen, maar ook ontwerpen, financieren en onderhouden, volledig achterhaald.  Koenen: "De opdrachtgever zegt nu: 'U heeft dit zelf bedacht, los het ook maar zelf op'."