Nieuws/Binnenland

Kennismaken met Donald en Vladimir

Is that you Donald? Met die woorden begon in november het gesprek tussen de nieuwe Amerikaanse president Donald Trump en premier Mark Rutte. Het contact met de toenmalige president-elect had nog wel wat voeten in de aarde, maar toen het gelukt was, ging Rutte gelijk over tot gepast taalgebruik. Hoewel Hollywoodfilms wel eens de indruk geven dat het mister president voor en mister president na is, noemen regeringsleiders van bevriende naties elkaar bij de voornaam. Daar moet Donald gelijk maar aan wennen, dacht Rutte.

Honderd procent zekerheid over hoe zo’n gesprek loopt, krijgt de buitenwereld nooit; er zijn immers geen journalisten bij. Toch is er weinig aanleiding te veronderstellen dat het telefoontje niet in een goede sfeer verlopen is. Rutte zei in het kerstinterview met deze krant dat er zelfs nog gegrapt werd tussen de twee leiders. Toen de premier hem vertelde dat hij hem in de vorige eeuw al eens in zijn wolkenkrabber in New York was tegengekomen, antwoordde Trump met de vraag: heeft het je leven veranderd? Dergelijke woordkeuze verbaast van de nieuwe Twitter-president natuurlijk niet, maar verraadt ook enige ontspannenheid in het contact met de Nederlandse premier. Nu maar hopen dat Trump weet dat we geen provincie van Denemarken zijn.

De verstandhouding tussen Nederland en Amerika wordt in Den Haag als sterk beschouwd. Onze veiligheidsdiensten worden in de VS gerespecteerd, ons Engels geroemd en de wederzijdse handelsbelangen zijn groot; honderdduizenden banen aan beide kanten van de oceaan zijn er het bewijs van.

Als Amerikaans aanspreekpunt in Nederland gebruikt het kabinet vooral de tweede man van de diplomatieke post, want sinds 2005 maakte geen enkele ambassadeur zijn of haar termijn vol. De vorige vertrok deze zomer na een kleine twee jaar als bij donderslag. In een raadselachtig schrijven op de website van de ambassade vertelde Timothy Broas ’meer tijd aan zijn gezin’ te willen besteden.

Zijn korte termijn verliep stroef. In een ontmoeting met een fractieleider schermde hij naar verluidt met de ereschuld die Nederland richting zijn land had vanwege de bevrijding in de Tweede Wereldoorlog. Het zou daarom niet meer dan normaal zijn als ons land Guantánamo-verdachten zou opnemen, betoogde de diplomaat. De fractieleider reageerde koel dat dat pas gebeurde nadat Japan Pearl Harbor had aangevallen en bleek derhalve niet gevoelig voor de morele chantage. Barack Obama kon het verzoek op zijn buik schrijven. Betrokkenen benadrukken dat dit de relatie met de VS niet heeft beschadigd.

Niets stond minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken twee weken geleden dan ook in de weg om het vliegtuig te nemen en in Washington te verkennen hoe de nieuwe Republikeinse machthebbers aankijken tegen de verstandhouding met Europa en met Nederland in het bijzonder. Hij begaf zich in het hol van de leeuw, de conservatieve denktank American Enterprise Instititute en had ontmoetingen met Republikeinse volksvertegenwoordigers, onder wie de invloedrijke senator John McCain uit Arizona.

In deze gesprekken werd duidelijk dat veel leden van de Republikeinse elite de kat ook nog uit de boom aan het kijken zijn. Immers, velen van hen ontlenen Amerika’s macht aan de invloed die ze heeft op de rest van de wereld. Een president die America First propageert en tegelijkertijd roept dat andere landen hun eigen defensie maar moeten regelen, lijkt op het eerste gezicht afbreuk te doen aan deze visie op de wereld.

Echter, George W. Bush begon zijn termijn ook met stoere taal dat nation building, het meehelpen om een land in chaos weer op te bouwen, verkeerd was. Even later volgde intensieve Amerikaanse bemoeienis met Irak en Afghanistan. De Verenigde Staten zitten er na acht jaar Obama nog steeds, zij het in mindere mate als onder Bush junior.

In de ministerraad sprak men afgelopen vrijdag over de nieuwe Amerikaanse president, die enkele uren later de eed zou afleggen. „Best een risico, die man”, wordt in het kabinet gezegd. Maar men waakt ervoor om niet, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk gebeurt, de deur gelijk dicht te slaan in het gezicht van het nieuwe Amerikaanse staatshoofd. Zo liet premier Rutte zich al ontvallen dat hij kansen ziet om als Europees land juist wel goed in contact te blijven met het Witte Huis van The Donald. Voor onze veiligheid, maar ook vanwege de nasleep van de aanslag op MH17 en de positie die Rusland hierover inneemt. In het kabinet-Trump is immers niet iedereen fan van president Poetin.

De Nederlandse band met Moskou is om bekende redenen bekoeld geraakt. Een voorbode van deze beladen verstandhouding diende zich in 2011 al aan, toen Rutte de toenmalige premier Poetin in zijn buitenverblijf ontmoette. Een plaatselijk radiostation had de liberaal toen net verteld dat hij in een peiling door zestig procent van de luisteraars geschikt werd geacht als president. „Dan moet je wel eerst Rus worden”, antwoordde Poetin de jonge Nederlandse premier. Ja en ik moet ook nog leren vechten, zei Rutte, terwijl hij met wilde armgebaren een oosterse vechtsport probeerde te simuleren. Poetin keek op van de karate-gebaren. „Ik doe aan judo. We strangle people to death.”

Zo lijkt het eerste gesprek met Trump voor Nederland toch een stuk veelbelovender.