Nieuws/Binnenland

Krijgsmacht nog lang niet op orde

DEN HAAG - De komende jaren moet er nog flink wat geld bij om de krijgsmacht op orde te brengen. Dat werd alom erkend in het Kamerdebat over de defensiebegroting. Volgens een meerderheid van de Tweede Kamer zou het goed zijn het defensiebudget voor langere tijd vast te zetten, zodat het beschermd is tegen de luimen van de politiek. Toch kwamen de politieke partijen donderdag niet verder dan dat ze over zo’n meerjarig defensiebudget binnenkort met elkaar gaan praten. Minister Hennis (Defensie) verdedigde haar begroting met optimisme. „De dalende trend is gekeerd", sprak ze.

Straks krijgt Defensie er jaarlijks 345 miljoen euro bij. Het geld is vooral bedoeld om de zogeheten ’basisgereedheid’ van de krijgsmacht op orde te brengen. Munitievoorraden worden aangevuld, onderhoud aan materieel op peil gebracht, trainingsuren opgeschroefd. Ook in ondersteunende diensten als ict wordt geïnvesteerd. Verder gaat er 60 miljoen euro meer naar missies en 10 miljoen om deel te nemen aan de flitsmacht van de NAVO, die razendsnel moet kunnen reageren op dreigingen uit bijvoorbeeld Rusland.

Toch klonk er ook kritiek, bijvoorbeeld van Kamerlid Hachchi van D66. Hanteert Hennis met de verdeling van het geld niet de ’omgekeerde kaasschaaf’ - overal een beetje erbij – zonder echt strategische keuzes te maken? „Het is opvallend dat de landmacht het dubbele krijgt van wat de andere krijgsmachtdelen krijgen. De landmacht was veel in het nieuws. Het kan toch niet zo zijn dat de hardste schreeuwers het meeste krijgen?" Hennis reageerde fel: „We hebben gekeken waar het geld het hardst nodig was. En we hebben geen schreeuwers, huilers en piepers bij de krijgsmacht."

CDA-Kamerlid Knops was eveneens kritisch op de manier waarop het geld wordt uitgestrooid over de defensieorganisatie – ’als een schot hagel’. „De minister spreekt hier mooie woorden, maar de koopkracht van Defensie neemt niet toe."

De VVD-bewindsvrouw erkende dat ’de investeringsbehoefte voor de komende vijftien jaar groter is dan het budget’ en dat de krijgsmacht met het nieuwe geld nog lang niet boven Jan is. „Voordat je alles weer varend, rijdend en vliegend hebt, ben je eindeloos veel verder."

Bij een meerderheid van de Kamer leeft het besef dat de krijgsmacht de afgelopen decennia speelbal is geweest van de politiek. Dat uitgerekend de PvdA met een voorstel kwam voor een a-politiek, meerjarig defensiebudget, was opvallend. Juist deze partij heeft met haar meermaals herziene mening over de JSF de aanschaf van het nieuwe jachtvliegtuig niet bepaald versneld. Het PvdA-voorstel kreeg brede steun, maar was zo slap geformuleerd, dat het weinig meer om het lijf heeft dan dat de Kamer over zo’n defensiefonds gaat praten.

Het is ook lastig, erkende Hennis. „Dat organisatie is niet gebaat bij politieke dagkoersen. Maar de onzekere veiligheidssituatie vergt wel flexibiliteit. Zo’n meerjarig defensiebudget mag niet ten koste gaan van strategische wendbaarheid van Defensie." Bovendien laat de Kamer zich het budgetrecht niet graag ontnemen, zei ook PvdA-Kamerlid Eijsink. „Natuurlijk hebben we allemaal wensen. Natuurlijk hebben we allemaal verkiezingsprogramma’s. Maar mensen verwachten van ons oplossingen, niet dat we elkaar continu aanvallen."