Nieuws/Wat U Zegt

Meerderheid vindt het terecht dat senator opstapt

Uitslag stelling: ’Te veel old boys network’

De meeste deelnemers aan de Stelling van de Dag vinden het terecht dat Loek Hermans is opgestapt als senator. De VVD'er vertrok nadat de rechter oordeelde dat hij mede verantwoordelijk is voor het faillissement van thuiszorginstelling Meavita.

De helft van de respondenten vindt het chic van Hermans dat hij is opgestapt, de andere helft juist niet. „Hij had veel eerder moeten weggaan. Een schande dat deze meneer zo lang is blijven zitten.”

Toch vindt een op de tien dat Hermans had kunnen aanblijven. Zij gaan er vanuit dat ’overal’ fouten worden gemaakt en dat dit hier ook is gebeurd. Ook bij de FNV, die de rechtszaak tegen de voormalige bestuurders en toezichthouders van Meavita had aangespannen. „Die kraait nu victorie, maar doet zelf ook veel verkeerd.”

De grote meerderheid denkt dat Hermans vast was blijven zitten als het oordeel van de rechter over zijn rol milder was geweest. Nog meer respondenten vinden het een goed idee dat de FNV de bestuurders persoonlijk wil laten opdraaien voor het faillissement.

Hermans grossiert in bijbanen, en heeft daardoor wellicht niet goed de aandacht aan deze functie kunnen geven. Veruit de meesten vinden daarom dat het aantal bijbanen dat een bestuurder heeft, moet worden gemaximaliseerd. „Maximaal drie”, suggereert een van hen.

Door het aftreden van Hermans zal het imago van de VVD wel een deuk oplopen, denkt twee derde van de respondenten. Hermans geldt als vertrouweling van Rutte, desondanks denken minder stemmers dat de val van Hermans het imago van de premier gaat schaden. „Hermans is het boegbeeld van de regentencultuur binnen de VVD. Dit lijkt helemaal niet meer op liberalisme”, schrijft een respondent, die vindt dat de partij schoon schip moet maken.

De bestuurlijke uitglijer van Hermans is volgens de stemmers niet per se een VVD-probleem. Verreweg de meeste respondenten denken dat zoiets ook bestuurders van andere partijen kan overkomen.

De meerderheid denkt dat bestuurders hun nevenfuncties niet serieus genoeg nemen. De term ’ouwe jongens-krentenbrood’ valt regelmatig in de reacties, net als ’old boys network’. Veel respondenten vinden dat hieraan een halt moet worden toegeroepen. Iemand stelt dat er ’te veel academici’ aan het roer staan binnen organisaties waardoor er geen oog is voor de ’mensen op de werkvloer’.

Dat oud-ministers en oud-staatssecretarissen dit soort banen vaak krijgen, vinden ze over het algemeen niet terecht. „Politiek bedrijven is echt iets heel anders dan een grote organisatie managen. Daar hebben politici - behoudens een grote babbel- meestal weinig ervaring mee. Vaak worden ze ernstig overschat”.

Om te voorkomen dat bestuurders in nevenfuncties uitglijers gaan maken, zouden ze volgens een respondent een deskundigheidstoets moeten doorstaan, zoals ook gebeurt bij pensioenfondsen. Anderen stellen voor politici helemaal geen nevenfuncties te laten bekleden, omdat dan de kans van belangenverstrengeling te groot is.

Twee derde vindt dat bestuursfuncties per definitie onbetaald zouden moeten zijn. Een respondent stelt simpel: „Als een nevenfunctie zo eenvoudig is dat je er een dozijn of meer van kunt hebben, dan hoeft iemand er ook niet voor betaald te worden.”