Nieuws/Binnenland
483678
Binnenland

Onderzoeksraad: MIVD wist van zware wapens

DEN HAAG - De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) wist van de aanwezigheid van luchtafweergeschut met groot bereik in Oost-Oekraïne ten tijde van de aanslag op vlucht MH17. Dat zei voorzitter Tjibbe Joustra van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer.

Ondanks de kennis van de aanwezigheid van zwaar luchtafweergeschut gaf de MIVD geen seintje aan de luchtvaart dat vliegen over het gebied onveilig was. "Ook de MIVD heeft geen link gelegd met civiel luchtverkeer." In het rapport wees de Onderzoeksraad dat al als een van de kernproblemen aan: niemand legde de relatie tussen de luchtoorlog in Oost-Oekraïne en het gevaar voor de burgerluchtvaart, ook de Oekraïense autoriteiten niet.

Toch vindt de Onderzoeksraad dat Oekraïne uit voorzorg het luchtruim had moeten sluiten, ook boven de 9,7 kilometer. Volgens Marjolein van Asselt van de Onderzoeksraad zat Oekraïne nu eenmaal 'aan de top van de piramide'. Nederland komt in die piramide niet voor. De raad wilde dan ook niks weten van de suggestie van Kamerleden dat ook Nederlandse inlichtingendiensten en autoriteiten een verantwoordelijkheid hadden om zich ervan te vergewissen dat de vliegroute boven Oost-Oekraïne veilig was.

Wel vindt de Onderzoeksraad dat betrokken partijen informatie over vliegveiligheid meer met elkaar moeten delen. "Luchtvaartmaatschappijen moeten transparanter worden over de overwegingen die aan de gekozen vluchtroutes ten grondslag liggen", zei Van Asselt.

Aan het kernprincipe dat staten verantwoordelijk zijn voor het al dan niet sluiten van hun luchtruim, wil de raad niet tornen.