Nieuws/Binnenland
485271
Binnenland

Kabinet: bewaarplicht met toets van rechter

DEN HAAG - Telecommunicatiebedrijven en internetproviders blijven verplicht de bel- en internetgegevens van hun klanten te bewaren. Maar als een officier van justitie deze gegevens in wil zien in verband met opsporingszaken, moet de rechter-commissaris daar eerst toestemming voor geven.

Het kabinet heeft dat vrijdag besloten na een voorstel van minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie.

De bewaarplicht bestond al, maar dit voorjaar had een rechter daar een streep door gehaald en buiten werking gesteld. Hij vond dat de persoonlijke levenssfeer van mensen te ernstig werd geschonden. Ook belangenorganisaties zijn tegen de bewaarplicht en ook in de Tweede Kamer bestaat er verzet tegen.

Van der Steur had al eerder aangekondigd dat hij de bewaarplicht toch door wilde zetten, maar enkele waarborgen wilde inbouwen. De bewaartermijn wordt zes maanden voor internetgegevens en twaalf maanden voor telefoondata. Bedrijven bewaren deze gegevens al, maar veel korter en alleen om rekeningen te kunnen sturen aan hun klanten.

Een langere termijn is volgens de minister onmisbaar voor de opsporing en vervolging van ernstige strafbare feiten. Hij wijst erop dat verdachten niet altijd direct in beeld komen en dat het vaak pas in een later stadium nodig blijkt om bel- en emailgegevens te onderzoeken. Het gaat niet om de inhoud van gesprekken maar om data waaruit blijkt wie met wie heeft gebeld.

Inzage mag niet in alle opsporingszaken. Het moet gaan om een ernstig misdrijf waarvoor een verdachte in voorlopige hechtenis kan worden genomen.