491353
Nieuws

Mogelijk vroeger pensioen door robots

Deze week werd opnieuw duidelijk dat VVD en PvdA verschillende visies hebben op de arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

Terug naar het verleden

De sociaal-democraten zijn diep ongelukkig met de opmars van flexwerkers en zzp'ers en willen die met wettelijke maatregelen zoveel mogelijk terugdraaien. Ze koesteren de sympathieke gedachte van een sociale arbeidsmarkt waarbij met collectieve regelingen en vaste arbeidscontracten iedereen die werkt zoveel mogelijk zekerheid wordt geboden.

De liberalen menen dat de PvdA in het verleden leeft. Terug naar vroeger, toen vast de norm was en flex een uitzondering, is volgens de VVD niet meer mogelijk. De Nederlandse arbeidsmarkt is geen eilandje waar je met wettelijke collectieve regels de boze buitenwereld van flex buiten de deur kan houden. Ons land kan zich met zijn open economie en internationale bedrijfsleven niet onttrekken aan de internationale trend van flexibilisering, zo luidt de liberale conclusie.

De patstelling tussen de VVD en de PvdA betekent dat pas onder een nieuw kabinet kan worden gewerkt aan de hervorming van regelgeving op het terrein van de arbeidsmarkt, waarbij ook het verouderde pensioenstelsel moet worden meegenomen. In de komende verkiezingsprogramma's hebben politieke partijen de mogelijkheid eigen oplossingen aan te dragen. Het is wel te hopen dat ze daarbij naar de toekomst kijken en niet naar vandaag.

Ingrijpende veranderingen

Het komende decennium zal de arbeidsmarkt wereldwijd spectaculair veranderen. Deze revolutie is het gevolg van de verdere opmars van het internet in combinatie met nieuwe technologie, zoals zelflerende computers, slimme robots, het 'internet of things', Big Data, 3D-printen, nanotechnologie en cloudcomputing. Ondernemers krijgen te maken met een scherpere concurrentie op wereldmarkten en meer pieken en dalen in hun omzet.

Deze ontwikkelingen hebben tot gevolg dat veel administratieve functies in het middensegment worden vervangen door snelle slimme software programma' s. Daarnaast wordt routinematig, ongezond, vuil en zwaar werk overgenomen door robots. In veel landen zal door deze automatiseringsgolf 30-40% van de huidige banen verdwijnen. Tegenover dit verlies staan nieuwe banen en functies die gecreëerd worden door digitalisering en nieuwe technologie. Daardoor ontstaat een zogenoemde smart industry waar veel mensen aan de slag kunnen, mits ze daarvoor de juiste kennis en vaardigheden hebben.

Niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen bestaat de vrees dat deze ontwikkeling per saldo tot minder werkgelegenheid zal leiden en tot een oplopende werkloosheid, met name onder 50-plussers. Ook al omdat een toenemend aantal werkzoekenden niet voldoende geschoold is voor de smart sector.

Daar komt nog bij dat veel bedrijven vanwege pieken en dalen vast personeel vervangen door een flexibele schil. Zonder flexwerk zullen ze de concurrentieslag verliezen en ten ondergaan. Omdat de kans groot is dat overheden verder afslanken, moeten steeds meer mensen hun brood verdienen in het bedrijfsleven, als werknemer of als zelfstandig ondernemer. Op de nieuwe arbeidsmarkt gaat het daarbij vooral om banen in het midden en kleinbedrijf en bij slimme start-ups.

Omscholen en opleiden

In veel landen, zoals in Duitsland en Scandinavië, wordt op deze ontwikkeling ingespeeld door nu al met opleidingen en omscholingsprogramma's te beginnen die zich richten op de nieuwe arbeidsmarkt. Voor werkzoekenden vergroot dat de kansen op een werkkring in nieuwe bedrijfssectoren. Daarnaast zien we overal een toename van flexwerk, maar veel minder dan in Nederland. Dat heeft te maken met twee grote verschillen. Binnen de vaste arbeidscontracten in deze landen is veel flexibiliteit en maatwerk mogelijk. Zo wordt er rekening gehouden met de productiviteit van werknemers en met pieken en dalen in de omzet van het bedrijf en liggen de werkgeverslasten lager dan in ons land.

De meeste bedrijven in Nederland hebben te maken met starre vaste arbeidscontracten die onder vuistdikke cao's vallen waar vooral de FNV veel invloed op heeft. Deze vergrijsde bond doet er alles aan om de eigen achterban, die in geen enkel opzicht representatief is voor de Nederlandse werknemer, te beschermen tegen meer flexibiliteit en de aantasting van verworven rechten uit een verstreken tijdperk. Deze contracten behoren door de hoge werkgeverslasten tot de duurste van Europa, terwijl werkgevers bij ziekte van werknemers aan twee jaar doorbetaling kunnen vastzitten. In Duitsland, het land waar vaste arbeidscontracten de norm zijn, is dat bijvoorbeeld maar zes weken.

Toekomstgericht hervormen

Een nieuw kabinet zal bij de hervorming van de regelgeving rond de arbeidsmarkt rekening moeten houden met internationale trends. Een nieuw stelsel zal bovendien een bijdrage moeten leveren aan het scheppen van banen. Essentieel is ook een breed maatschappelijk draagvlak; het moet aansluiten bij de wensen van de huidige en toekomstige generatie werknemers. Onderzoek wijst uit dat beide generaties het liefst een vast arbeidscontract hebben met (sociale) zekerheid. Die wens kan worden gehonoreerd worden door vaste contracten voor werkgevers aantrekkelijker te maken. Daarvoor is het nodig dat de werkgeverslasten voor deze contracten worden verlaagd en dat binnen deze arbeidsovereenkomsten voldoende mogelijkheden worden geboden voor flexibiliteit en maatwerk. Betekent dit het einde van het huidige stelsel van cao's? Nee, dat hoeft niet, maar wel dat cao's die niet aan deze voorwaarden voldoen niet meer algemeen verbindend worden verklaard. Het nieuwe stelsel biedt veel voordelen, meer vast werk, ruimte voor maatwerk, ook voor oudere werknemers en extra werkgelegenheid.

Volgens een recente opiniepeiling is een ruime meerderheid van de Nederlanders ontevreden met het huidige pensioenstelsel. Het biedt veel te weinig ruimte voor maatwerk en keuzemogelijkheden om het pensioen te laten aansluiten bij de persoonlijke situatie. Uit peilingen blijkt ook dat de meeste mensen de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar afwijzen en dat de jongere generatie er niets voor voelt dat ze straks pas na hun zeventigste met pensioen kan gaan. De meerderheid is voorstander van een flexibele pensioenleeftijd met een ruime keuzemogelijkheid tussen 60 en 70 jaar en de mogelijkheid van deeltijdpensioen. Deze wensen komen ook tegemoet aan de hiervoor geschetste ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De onverwacht snelle automatiseringsgolf waarmee we te maken krijgen, zou er bovendien toe kunnen leiden dat pensioenleeftijden niet omhoog maar omlaag gaan. De opstellers van verkiezingsprogramma's zijn gewaarschuwd.