Nieuws/Binnenland
491550973
Binnenland

Rechter: invallen bij Jehova’s getuigen waren rechtmatig

Het OM zocht naar documenten van rechterlijke comités die de Jehova’s vormen als er een lid beschuldigd wordt van seksueel kindermisbruik.

Het OM zocht naar documenten van rechterlijke comités die de Jehova’s vormen als er een lid beschuldigd wordt van seksueel kindermisbruik.

ZWOLLE - De invallen die justitie in 2018 deed in kerkgebouwen en bij ouderlingen van de Jehova’s getuigen waren rechtmatig en noodzakelijk voor het politieonderzoek. Dat oordeelde de rechtbank in Zwolle vrijdag.

Het OM zocht naar documenten van rechterlijke comités die de Jehova’s vormen als er een lid beschuldigd wordt van seksueel kindermisbruik.

Het OM zocht naar documenten van rechterlijke comités die de Jehova’s vormen als er een lid beschuldigd wordt van seksueel kindermisbruik.

In het kader van een onderzoek naar vermeend seksueel misbruik bij de Jehova’s getuigen deed justitie twee jaar geleden invallen in onder andere het hoofdkantoor van de kerkelijke organisatie in Emmen, een aantal woningen van ouderlingen en de Koninkrijkszalen in Assen en Dordrecht. Het OM zocht naar documenten van rechterlijke comités die de Jehova’s vormen als er een lid beschuldigd wordt van seksueel kindermisbruik. De ouderlingen die deze klachtenprocedure aanspanden zijn geen verdachten in deze strafrechtelijke onderzoeken.

„Deze uitspraak is zeer verontrustend. We verwachten dat de overheid het verschoningsrecht van religieuze dienaren respecteert”, reageert bestuurslid Michael van Ling van de Christelijke Gemeente van Jehova’s Getuigen in Nederland. „We zullen onze juridische mogelijkheden voor het instellen van beroep bekijken.”

De rechtbank oordeelt dat de ouderlingen geen beroep kunnen doen op het verschoningsrecht. „Er is in dit geval geen sprake van een geheimhoudingsplicht die hoort bij de vertrouwensrelatie die geestelijke zorg- en hulpverleners hebben met de hulpvrager”, oordeelt de rechtbank. „De informatie die binnen het rechterlijk comité wordt gedeeld, wordt niet aan de ouderlingen toevertrouwd in hun rol als hulpverlener, maar in hun rol als lid van het rechterlijk comité.”