Nieuws
493023
Nieuws

Open brief van een enig kind

Hoe het echt voelt om enig kind te zijn

Laat ik voorop stellen dat ik mijn collega Audrey een warm hart toedraag en dat ik haar beslissing om het bij één kind te houden, enorm respecteer. Deze open brief is weliswaar aan haar (en een beetje voor mijn moeder), maar het is geenszins een aanval. Want daar hou ik niet van. Er zijn al genoeg mensen die er een genoegen in scheppen elkaar onderuit te halen. Laten wij daar verre van blijven. Iedereen maakt in zijn of haar leven een eigen keuze. En dat mag.

Één kind

Mijn moeder heeft ook maar één kind. En dat was niet uit eigen keuze. Na vier bijna voldragen maar toch doodgeboren kinderen was ze blij dat er eentje negen maanden bleef zitten en bij de geboorte een keel opzette in plaats van levenloos te zijn. Ze had er graag meer gewild. En daar had ze ook recht op gehad. Ze deed en doet het prima als mama. Een tafel vol kinderen was haar grootste wens en die kinderen zouden het hartstikke leuk bij haar hebben gehad. Maar het mocht niet zo zijn, ze kreeg er maar een: mij.

Speels

Ik ben dus het enige kind van mijn moeder, zoals het zoontje van Audrey het enige kind van zijn moeder is. Heb ik daar last van gehad in mijn jeugd? Joh, ik wist niet beter. Als je niet weet hoe het is om broers en zussen te hebben, kun je je daar nauwelijks iets bij voorstellen. Net zoals je je niet kan voorstellen hoe het is om te zien als je blind bent geboren. Ik had gelukkig een vrij speelse moeder, dus ze deed wel mee als ik en tegenstander nodig had voor een spelletje. En ik leerde mezelf prima in mijn eentje vermaken.

Puberteit

Broers en zussen ging ik pas missen toen ik in de puberteit kwam. Dromende van hand in hand langs het strand, baalde ik ervan dat ik geen oudere broer had die leuke en aantrekkelijke vrienden mee naar huis zou nemen. En ik was ook wel jaloers op mijn drie nichtjes die elkaar bij tijd en wijlen de haren uit het hoofd trokken maar ondertussen ook een onneembaar front vormden naar de buitenwereld. Ik mocht genereus met ze meedoen, maar ik was nooit echt een van hen.

--Waarom ik bewust koos voor één kind--

Herinneringen

En dan word je volwassen en je ouders worden ouder. Mijn mooie jeugdherinneringen, zoals Boudewijn de Groot al zong, neem je mee zolang je leeft. Maar ik neem ze wel in mijn eentje mee. Er is niemand op de wereld die dezelfde herinneringen heeft als ik. Niemand tegen wie ik kan zeggen: weet je nog, die keer… En met ouder worden, komen de kwalen. Mijn moeder is gelukkig fit en vitaal, maar wel een beetje eenzaam af en toe. Ze snakt naar haar kind dat even belt. Dat weet ik, maar met een fulltime baan en drie kinderen gaat mijn leven soms zo snel. Er zijn drie weken voorbij voor ik het in de gaten heb. 'Bel nou wat vaker', zegt ze dan. En dan denk ik 'stel nou dat ik een broer of zus had. Of misschien wel twee. Met net zulke drukke levens als ik. En we zouden alle drie eens in de drie weken bellen, dan zou ze toch een telefoontje per week krijgen...

Lastpost

Maar het zit ook in kleinere dingen. Soms zijn die telefoontjes niet gezellig. Dan moppert ze terecht op mijn gebrekkige communicatie. 'Lastpost', denk ik dan. En dan zou ik best een zus of broer willen hebben om tegen te roddelen: 'deed ze bij jou ook zo vervelend?' Want zoiets kun je denk ik alleen tegen een broer of zus zeggen. Dat is de enige die net zoveel van die moeder houdt als jij. Ik kan wel tegen een ander mopperen, maar stel nou dat die bevestigend antwoordt: 'ja, ze was lastig vandaag'. Ik denk dat ik dan woedend word. Wat hey, het is wel mijn moeder hè. Ik mag dat zeggen, een ander niet. Of het moet dus iemand zijn van wie zij ook de moeder is.

--'Lekker makkelijk hoor: één kind'--

Ziek

En wat nou als ze ziek of behoeftig wordt? Zij woont in Den Bosch en ik in Haarlem. Hoe ga ik dat dan regelen met het mantelzorgen? Ik zal het wel alleen moeten doen. Ik weet dat er ooit een dag komt dat ze er niet meer is. Ik wil er niet aan denken en ik doe net of het niet zo is. Maar wat dan? Dan sta ik daar alleen in haar huis, laat ik haar kleren door mijn handen gaan en sorteer ik de foto's. In mijn eentje. En dan is er niemand die mijn verdriet met me deelt, want voor niemand betekent ze wat ze voor mij betekent.

Ik heb drie kinderen Audrey. Dat heeft verschillende redenen. Dat ik er twee overhoud als er een wegvalt, is daar niet één van. Ze zijn me alle drie even lief en bovendien zijn ze uniek. Om te beginnen was de eerste goed gelukt. Zonde om er dan niet nog een paar bij te maken, toch? Maar vooral wilde ik mijn kinderen broers en zussen geven. Mensen met wie ze herinneringen kunnen delen, met wie ze samen over mij kunnen roddelen: 'wat was ze weer vervelend vandaag'. En dat ze daar dan mee wegkomen omdat ze alle drie op dezelfde manier van me houden.

 

De wekelijkse VROUW nieuwsbrief in je inbox? Schrijf je in >>