493385
Nieuws

Rutte 2 schrijft geschiedenis, maar scoort niet

Het kabinet Rutte 2 heeft de afgelopen week geschiedenis heeft geschreven door twee opvallende  topprestaties, stellen de economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg vast. Alle economische seinen staan nu op groen en de waarde van onze economie is weer terug op het niveau van vóór de economische wereldcrisis 2008-2009. De economen merken op dat Rutte 2  met deze geweldige economische prestaties internationaal bewonderd wordt, maar niet in eigen huis. In de opiniepeilingen is de coalitie meer dan gehalveerd. VVD en PvdA kunnen volgens Vermeend en Van der Ploeg van de parlementaire geschiedenis leren hoe ze weer op kunnen klimmen.

De cijfers spreken voor zich

Terwijl het kabinet Rutte 2 in de publieke opinie vooral opvalt door Haagse politieke incidenten en onenigheid in de coalitie, schreef het deze week wel geschiedenis. Dat werd niet vastgelegd in een ronkend persbericht en haalde ook niet de voorpagina’s. In andere landen wordt succes vaak breed uitgemeten , maar in Nederland niet. Internationaal vallen we vaak op door gezeur over alles wat bij ons fout gaat en hebben we geen oog voor wat goed gaat. Maar gelukkig zijn er anderen die dat met cijfers onderstrepen, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de internationaal gezaghebbende denktank World Economic Forum (WEF). Uit becijferingen van het CBS blijkt dat de Nederlandse economie weer terug is op het niveau van vóór de crisis die in de tweede helft van 2008 uitbrak.

Ze laten ook zien dat onze export blijft groeien en dat consumenten meer geld uitgeven. Daarnaast neemt het aantal banen toe, de werkloosheid daalt en de productie van de industrie stijgt. Bovendien ligt de graadmeter voor het consumentenvertrouwen duidelijk hoger dan het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar. Kortom: alle economische seinen staan op groen. Maar de echte klapper voor de coalitie van VVD en PvdA is het rapportcijfer dat het kabinet afgelopen woensdag kreeg van de topexperts van het wereld vermaarde WEF. Op de internationale ranglijst van de meest concurrerende economieën ter wereld is Nederland opgeklommen van de achtste naar de vijfde plaats. Op deze WEF-ranglijst die bij alle regeringen in de wereld op het nachtkastje ligt en de economieën van 140 landen omvat, staat Zwitserland op de eerste plaats. Daarna volgen Singapore, de VS en Duitsland.

Kabinetsbeleid draagt bij aan het succes

Nederland heeft de historisch hoge vijfde plaats  bereikt door de gezamenlijke prestaties van ondernemers, kennisinstellingen en overheden. Volgens de onderzoekers doet ons land het vooral goed op het terrein van innovatie, infrastructuur en een betrouwbare overheid. Ook de kwaliteit van onze gezondheidszorg wordt geprezen. De experts geven Rutte 2 bovendien een opvallend compliment voor het gevoerde beleid. Ze vinden dat ook het macro-economische beleid en de hervormingsmaatregelen die het kabinet heeft genomen, zoals met betrekking tot de arbeidsmarkt en banken, hebben bijgedragen aan de hoge plaats van Nederland op de concurrentieranglijst.

In eigen land roepen tegenstanders van Rutte 2 juist dat de successen van het kabinet louter te danken zijn aan de lage olieprijs en zwakke euro en dat het kabinet een afbraakbeleid voert. Buiten Nederland komen onafhankelijke experts, op basis van harde feiten, tot een geheel andere conclusie. Dat ons land er goed voor staat wordt nog eens onderstreept door het recente Global Wealth Report. Volgens dit onderzoeksrapport staat Nederland op de zesde plek in de top-20 van rijkste landen in de wereld.

In de internationale politieke en economische wereld, beginnen deze mooie prestaties aandacht te krijgen en daar rijst nu de vraag hoe het toch kan dat in Nederland de regeringscoalitie van VVD en PvdA in de opiniepeilingen meer dan gehalveerd is. Een goede vraag die het kabinet te denken moet geven. De parlementaire geschiedenis kan daarbij helpen en die leert dat een coalitie eendrachtig en volop het kabinetsbeleid moet verdedigen en uitdragen, zeker als dat succesvol is. En ook dat het openlijk opblazen van onenigheid, het ‘creëren’ van incidentjes en profileringsdrang coalitiepartijen geen kiezerswinst oplevert, maar alleen maar een fors verlies.

Letten op trends

Ondanks onze ijzersterke internationale positie moeten we ons niet in slaap laten sussen. In de eerste plaats omdat ons land zwakke punten kent, zoals een hoge belasting- en premiedruk op burgers en bedrijven en volgens het WEF een starre arbeidsmarkt en een haperende kredietverlening aan het MKB en start-ups. Bovendien moeten we er rekening mee houden dat andere landen niet stil zitten. Daarom moeten we goed kijken naar belangrijke internationale trends die van invloed zijn op onze open economie en werkgelegenheid.

Op dit moment zijn dat er drie die de aandacht trekken. Bij de belastingheffing is er internationaal sprake van een verlaging van de tarieven op bedrijfswinsten richting 20 procent en lager, terwijl de toptarieven van de loon-en inkomstenbelasting in de meeste landen in de range 40-45 procent komen te liggen. Nederland loopt met veel hogere tarieven nu al uit de pas. Politieke partijen in ons land die menen dat ze nog wel hoger kunnen, snijden zichzelf in de vingers. Internationale studies wijzen uit dat hogere tarieven in veel gevallen niet alleen slecht uitpakken voor de economische groei van een land, maar ook leiden tot een lagere opbrengst voor de schatkist. Anders gezegd en dat zal voor sommige politieke partijen wennen zijn; met een lager tarief kun je zowel de groei bevorderen als extra opbrengsten voor de schatkist realiseren.

 De tweede internationale trend is dat steeds meer landen met beleidsmaatregelen komen om tech start-ups te bevorderen. Nederland zou daarbij voorop moeten lopen. In een eerdere column hebben wij daarvoor een plan gelanceerd. De derde trend is de nadruk die wereldwijd wordt gelegd op klimaat en energiebeleid. Deze is vooral aangewakkerd door het klimaatplan van de Amerikaanse president Barack Obama en de afspraken die de VS heeft gemaakt met China over het terugdringen van de uitstoot van CO2.

Het is de bedoeling deze voornemens in verdragen vast te leggen, begin december, tijdens de wereldklimaattop in Parijs. De prestaties van Nederland op dit terrein zijn ronduit beschamend. Door het wispelturige Haagse beleid zitten we internationaal ver in de achterhoede en met het huidige Energie Akkoord zullen we geen aansluiting bij de kopgroep krijgen.  Dat kan wel als we veel meer nadruk leggen op energiebesparingen in woningen, kantoren en fabrieken en voorop gaan lopen met een CO2-belasting op steenkool, olie en gas. Daarnaast helpt ook het stimuleren van zogenoemde green tech start-ups die met slimme nieuwe technologie de rendementen van hernieuwbare energie en energiebesparingen verhogen.