Nieuws/Binnenland
493656
Binnenland

'Test allochtone jeugd op psychische stoornis'

AMSTERDAM - Marokkaans- en Turks-Nederlandse kinderen hebben vaker gedragsproblemen en psychotische ervaringen dan autochtonen van dezelfde leeftijd. Als kinderen zulke problemen hebben, komen ze als volwassenen vaak minder goed mee in de maatschappij. Scholen zouden leerlingen daarom standaard moeten controleren op psychische stoornissen. Dan zien ze voldoende signalen om aan de bel te trekken.

Dat zegt psychiater in opleiding Marcia Adriaanse. Zij promoveert vrijdag aan het VU Medisch Centrum op haar onderzoek onder 1500 kinderen. Volgens Adriaanse heeft het probleemgedrag te maken met de omstandigheden waarin de kinderen opgroeien. "Ze wonen vaak in slechte buurten, hun ouders hebben weinig geld en ze voelen zich het meest van alle kinderen gediscrimineerd. Ze zitten tussen twee culturen, die veel van elkaar verschillen. Dat geeft sociale stress."

Vicieuze cirkel

De kinderen uiten die stress niet in verdriet of angst, maar in opstandigheid en boosheid, "en dan niet zomaar de opstandigheid en boosheid die elk kind weleens vertoont". Zo ontstaat een vicieuze cirkel. Adriaanse: "De kinderen krijgen problemen op school, op straat en thuis. Ze kunnen de lessen niet volgen, voelen zich verkeerd behandeld door de leraar en krijgen ruzie met vriendjes. En thuis krijgen ze straf, terwijl kinderen juist steun en begeleiding nodig hebben. Zo groei je niet op tot een psychisch gezonde volwassene."

Hulp is daarom cruciaal. "Kinderen moeten leren omgaan met hun eigen frustratie en boosheid. Ook moeten ze leren omgaan met hun omstandigheden, die minder gunstig zijn." Maar terwijl hun problemen groter zijn en hun ontwikkeling onder grotere druk staat, krijgen allochtone kinderen juist minder geestelijke gezondheidszorg dan autochtonen. Adriaanse: "Pas als ze echt de mist in gaan en in aanraking komen met politie en justitie, wordt er naar hun psychiatrische achtergrond gekeken."

Dat allochtone jongeren minder hulp krijgen, komt doordat ouders de problemen van hun kinderen niet altijd herkennen. En misschien willen ze het soms ook niet erkennen. Maar het gebrek aan hulp komt ook door de "onvriendelijke organisatie" van de psychiatrie, zegt Adriaanse. "Wij bepalen de tijden waarop deze jongeren kunnen komen. Dat is vaak onder schooltijd of werktijd. En dan moeten ze soms de halve stad door reizen, terwijl de gezinnen al weinig geld hebben."