501147
Binnenland

Mount Roraima; avontuur in de 'verloren wereld'

Magisch maanlandschap

Op het drielandenpunt van Brazilië, Guyana en Venezuela ligt de mysterieuze Mount Roraima. De stokoude tafelberg (1,8 miljard jaar) inspireerde Arthur Conan Doyle tot de dinosaurusroman The Lost World. Op de platte top (2800 meter) belandde onze verslaggever in een magisch maanlandschap met bizarre rotsformaties en prehistorische flora en fauna.

Bij de briefing voor de expeditie naar Mount Roraima blijkt dat we zijn ingedeeld in een groep met Jehova’s getuigen. „We zijn deze reis al tien jaar aan het plannen”, zegt Seung Bin terwijl we een jaloerse blik werpen op de moderne uitrusting van de zes zendelingen uit Zuid-Korea. Zelf zijn we op de bonnefooi aangekomen in Santa Elena de Uairén. Het Venezolaanse grensstadje is de uitvalsbasis voor de klim, die vanuit Brazilië en Guyana alleen toegankelijk is voor waaghalzen met touw en houweel.

Gids Gabriel, een lokale Pemónd-indiaan, geeft ons gelukkig nog wat tijd om spullen en proviand te kopen. Even later rijdt de groep met een jeep de Venezolaanse savanne op. Daar, in een groot nationaal park (Canaíma), torenen Mount Roraima en tientallen lagere tafelbergen als machtige vestingen boven de grasvlakte uit. Na een goede twee uur hobbelen we Parepetui (1000 meter) binnen, een indianendorp waar de klim echt begint.

Gabriel vertelt dat tafelbergen heilig zijn voor de oorspronkelijke savannebewoners. Uit ontzag durfden ze millennialang geen teen te zetten op wat ze 'tepuis' ('huizen van de goden') noemen. Daardoor was het een Britse expeditie die pas in 1884 als eerste de top haalde.

Opwarmen

De eerste wandeldag blijkt een opwarmertje. Na twaalf kilometer zonder veel hoogteverschil worden de tenten opgezet langs de Tek-rivier (1050 meter). Terwijl we genieten van het uitzicht op honderden meters hoge watervallen, halen de Koreanen een bidon tevoorschijn voor een toast. De Jehova's trakteren ons op smakelijke Schotse whisky in plaats van preken, een hele meevaller!

 

 

De volgende ochtend is het D-Day. We hebben vijf dagen uitgetrokken voor de gewoonlijk zesdaagse tocht en moeten vandaag in een ruk naar de top. Bij zonsopgang leggen we reserves aan via wat smakelijke Venezolaanse maïspannenkoekjes (arepas). Na het doorwaden van twee rivieren wordt de klim zwaarder. „Kijk een beetje uit waar je loopt. Er kunnen gifslangen op het pad liggen”, merkt Gabriel droogjes op. „Ze bijten alleen als je ze lastig valt.” De aanval komt echter uit onverwachte hoek. Een kolibrie kan het niet waarderen dat we even uitblazen in zijn territorium en jaagt de indringers met agressieve duikvluchten verder de berg op.

Boze goden

Na de lunch in het basiskamp (1900 meter) gaat het pad steil omhoog door de jungle. Bij de voet van de imposante Roraima-klif (bijnaam: De Muur) dunt het groen uit. Dat levert een mooi uitzicht over de savanne op. Een Koreaan gaat gillend uit zijn dak. „Dit kan echt niet”, bromt de gids. „Lawaai maakt de berggoden boos.”

De zendeling biedt zijn excuses aan, maar het is al te laat. Een paar minuten later begint het onheilspellend te rommelen boven op de berg. Een ongenadige stortbui barst los. Even later krijgen we als toetje een niet te ontwijken waterval deels over ons heen.

Doorweekt komen we aan bij El Portal (De Poort). Dit door erosie ontstane gat in de klif is de enige niet-technische toegang tot de top. We klauteren de natuurlijke trap op langs een rij kwaad kijkende rotsen en zetten vol verwachting voet op het plateau.

Fidel Castro

Na een koude nacht klaren de lucht en ons humeur weer op. Nu is pas goed te zien in wat voor vreemd maanlandschap we zijn beland. Het lijkt wel of er een beeldhouwer bezig is geweest op de desolate rotsvlakte. We zien monsters, een rots die van de zijkant sprekend op Fidel Castro lijkt en een vliegende schildpad die wonderlijk op een steen balanceert.

 

 

Ook de flora en fauna zijn uniek. Tafelbergen vormen ecologische eilanden met soorten die veelal nergens anders voorkomen. „Kijk, deze soort is 400.000 jaar oud”, wijst Gabriel naar een vetplant. Verderop staat een bosje insektenetend groen. De scherpe indiaan ontwaart ook een zeldzaam zwart oerpadje dat niet springt maar kruipt.

Plots is het stralend T-shirtweer bij de verkenning van een vallei vol blinkende kwartskristallen. Vijf minuten later lopen we alweer letterlijk in de wolken op het grillige plateau. Bij natuurlijke jacuzzi’s maken de Koreanen dankbaar gebruik van de eerste kans op een bad in anderhalve dag (douches zijn er niet op de berg).

Drielandenpunt

Er valt nog veel meer te ontdekken op het omvangrijke plateau (31 vierkante kilometer). Wie meer tijd heeft, kan naar het drielandenpunt wandelen (vier uur heen en vier uur terug). Het kleinere Guyanese (10%) en Braziliaanse (5%) stuk van de top zijn het minst ontdekt. „Op sommige plekken is nog nooit iemand geweest”, weet Gabriel.

Door ons krappe tijdschema is het de volgende ochtend alweer tijd om af te dalen. Onderweg komen we opvallend veel oudere klimmers tegen. „Het is goed te doen als je een beetje in conditie bent”, vertelt een 62-jarige Duitse toerist. „Ik zou er wel zeker zes dagen voor uittrekken.”

Na de laatste overnachting bij de Tek-rivier waarschuwt gids Gabriel nog een keer voor de slotetappe. Bij terugkeer in Parapetui controleren parkwachters de inhoud van de rugzakken. Smokkel geen kristallen, planten of dieren mee. Anders loop je het risico dat de onvergetelijke tocht eindigt in een Zuid-Amerikaanse cel…

 

 

Reiswijzer

Door de chaotische situatie in Venezuela is het beter om via Brazilië naar Mount Roraima te reizen. Check het internet voor de voordeligste tickets. Wij reisden uiteindelijk via Manaus en Boa Vista naar Santa Elena de Uairén.

Trekkings

De tours beginnen in het rustige Venezolaanse grensstadje Santa Elena de Uairén. Braziliaans geld en dollars leveren op straat gunstige koersen op (zie dolartoday.com). Zo heb je in Santa Elena wel de lusten (lage prijzen) en niet de lasten (hoge criminaliteit) van de Venezolaanse crisis.

Lokale touroperators als Backpacker, Kamadac en Mystic bieden vijf- tot tiendaagse trekkings naar Mount Roraima. Wij hadden geen reservering en konden na een dag wachten mee met het kleinere, goedkopere Turisticos Alvarez (160 euro voor vijf dagen, inclusief slaapzakhuur; info via rstgransabana@hotmail.com).

Vanuit Nederland bieden Olaf Reizen en Amazone Tours trips naar Mount Roraima.

Meenemen/ slapen

In Santa Elena is Posada l'Auberge een van de betere slaapopties. Het hostel ligt in de hoofdstraat, dicht bij de meeste reisbureaus.

Tijdens de beklimming wordt gekampeerd. Slaapzak en isolatiematje zijn eventueel te huur bij de reisorganisatie. Voor tenten wordt gezorgd (dragen, zowel als opzetten).

Verder zelf meenemen: poncho, pet/zonnehoed, lantaarn, muggenspul, biologisch afbreekbare zeep en shampoo, korte en lange broek, warme trui en/of jas. Tijdens de klim is het overwegend warm, maar op de top kan de temperatuur ’s nachts dalen tot 5 graden.

Let op: het is verboden om afval en ontlasting achter te laten op en rond de berg. Dit wordt in plastic zakjes meegegeven aan de dragers. Diarree krijgen is dus extra vervelend onderweg. Neem een verstoppingsmiddel mee.

Eten

De gids en de dragers zorgen tijdens de trekking dagelijks voor ontbijt, lunch en diner. Knap hoe ze tot boven op de desolate berg verse maaltijden weten klaar te stomen. Voor grote eters kunnen de porties echter wat mager zijn. Vooral de slotklim kost veel energie en er is geen eten te koop op de berg. Om een hongerklop te voorkomen, is het raadzaam om zelf energierepen en koekjes mee te nemen. Zorg ook voor een of twee waterflesjes (0,5 liter). De drinkvoorraad wordt onderweg aangevuld bij beekjes en rivieren. Doe dit niet bij stilstaand water.