Nieuws/Binnenland
503705
Binnenland

Sportblog

Bekentenissen van iemand die nooit sport: 'Ik zit 11 uur per dag'

GEEN - Ik beken: ik was een zitter. Iemand die haar bureaustoel mét wieltjes gebruikt om langs te ‘lopen’ bij een collega. Iemand die liever een half uur op een volgende trein wacht, dan in een bomvolle coupé staat. Iemand die liever National Geographic keek dan zelf de natuur in trekt. Het was genoeg. Ik moest en zou veranderen!

Een echte forens, zo zie ik mezelf. Altijd onderweg, nooit even rustig ‘zitten’. Maar eerlijk is eerlijk: ik doe niet anders dan zitten. Aan de ontbijttafel, in de trein, op kantoor en ga zo maar door. Maar ineens, zomaar, op een doodnormale woensdagmiddag, was ik het helemaal zat.

Tijd voor verandering

In de trein sprak ik mijzelf ernstig toe. Corien, klonk het plechtig in mijn hoofd, het is tijd om wat te doen. Nu heb ik deze gedachten wel vaker gehad. In januari stond ik nog trouw drie keer per week in de sportschool. Helaas verloor ik door drukke dagen het ritme én de sportschool uit het oog.

Een snelle som leerde mij dat ik meer dan 11 uur op een dag zit, daarnaast lig ik gemiddeld zeven uur in bed. Wat betekent dat ik 6 uur overhoud voor beweging. Vanavond heb ik dus genoeg tijd om aan die gezonde dertig minuten intensieve beweging te beginnen. Geen smoesjes, geen gemaar. Vanavond, als je thuiskomt, trek je die onder het stof verstopte hardloopschoenen aan en ga je hardlopen.

Sportief plan

Opgewekt WhatsApp ik vriendinnen over mijn sportieve plan. Met de aanmoedigingen nog vers op mijn beeldscherm sta ik voor mijn kledingkast, waar de twijfel toeslaat: wat trek ik aan waardoor het trillen van mijn benen niet goed te zien is en in welk shirt zie je mijn buikje niet zo goed?

Aangekleed zoek ik op mijn mobiel naar een app die bijhoudt hoe ver ik loop, hoe hard ik loop en hoeveel calorieën ik verbrand. Handig om te weten en misschien werkt het nog wel motiverend ook…  Mijn knieën protesteren al wanneer ik in mijn outfit de trap afloop. Ook mijn enkels laten met een hoorbaar knikje weten dat ze geen zin hebben.

Toch loop ik de achterdeur uit. Mijn lange, grijze joggingbroek en sweater verraden niks van mijn ongemak. Al heeft de zon het volgens mij wel door, die lacht mij uit met zijn hete zonnestralen. Kom op, met een half uurtje ben je klaar! roept mijn innerlijke mental coach. Oké, daar ga ik dan!

'Het is afzien'

Na nog geen vijf minuten begint het mopperen al. Maar een half uur? Dat zijn dertig minuten vol marteling en afzien… zeur ik in gedachte. Gelukkig ben ik niet de enige, lees ik in een artikel op de website van The Britisch Psychology Society. Een groep serieuze wetenschappers onderzocht namelijk wat sporters allemaal denken wanneer ze aan het hardlopen zijn. Wat blijkt? Ze kunnen de gedachtestroom niet uitzetten. Interessant als je bedenkt dat de meeste hardlopers zeggen te rennen om hun hoofd ‘leeg te maken’

Bijna eenderde van het hele rondje denken de hardlopers aan de pijn en het ongemak die erbij komen kijken. Hoera, ik ben niet de enige!  Daarnaast maken ze zich veertig procent van het rondje druk om de houding en het ritme van het lopen. Oh, maar dat komt toch ook neer op de pijn en het ongemak? En in de overige tijd kijken ze naar hun omgeving, ja om te ‘proberen’ te genieten van de omgeving.

Mentale strijd

Want ja, genieten lukt niet wanneer je elke seconde van je hardloopsessie een mentale strijd voert. Een strijd die je steeds opnieuw uitvecht met jezelf. Niet gek dat onze sportdeskundige Marije tips geeft hoe je motivatie traint. En dat kan ik wel gebruiken bij alles wat er door mijn hoofd maalt wanneer ik weer een stap zet. Je zult ze vast wel herkennen, deze gedachteduiveltjes die je proberen te laten stoppen.

Lópen vind ik al vermoeiend, hoe heb ik ooit kunnen besluiten om te beginnen met HARDlopen?

Ha! Daar heb ik je: train je jezelf in hardlopen, dan gaat dat lopen vast ook een stuk makkelijker. Hallo conditie!

Water, ik.  heb. water. nodig. Maar om dat flesje de hele weg mee te sjouwen, echt niet! Ik kan nu twee dingen doen: of het rondje inkorten en thuis een groot glas water drinken of vergaan van de dorst…

Het voelt misschien alsof je al het vocht dat je lijf vasthoudt, verliest, maar ik lees bij sportinstructie dat er weinig kans is op uitdroging bij een training van een half uur. Ze raden aan om per kwartier tot 250 ml water te drinken. Dit is dus prima op te vangen wanneer je terugkomt en een flesje van 500 ml vult en die opdrinkt.

Als iemand me straks in een gootje ziet liggen, roep ik gewoon keihard ‘Doorlopen, laat mij maar liggen!’

Waarschijnlijk als je in dat gootje ligt, heb je geen kracht meer om te roepen. Wellicht dat die voorbijganger je wel ongevraagd helpt. Wie weet is het nog een knappe man ook, ziet hij meteen dat jij je afgebeuld hebt. Begin maar vast met knipogen en flirten.

Ik wil niet meer. Echt niet meer. Ik wil echt niet meer.

Makkelijk gezegd, maar je zult toch naar huis moeten. Hoe sneller hoe beter, toch?

Alles doet pijn, alles kraakt… Oeps, verrek ik nou net een nieuw ontdekte spier?

Wist je dat je tot wel 800 spieren kan hebben? Niet gek dat wanneer je net begint met sporten er opeens een paar opmerkt. Leuk om te weten dat je ‘gespierder’ bent dan je dacht. Wel moet je goed opletten dat je jezelf niet overbelast. Doet alles echt pijn, of ben je gewoon moe?

Adem. Haal adem. Kom op, haal adem!

Je lichaam is gebouwd als een machine die zichzelf dwingt te ademen. Met ademhalingsoefeningen kun je een rustige ademhaling trainen. En dat wil je natuurlijk, want een rustige ademhaling zorgt ervoor dat je sneller herstelt, dat je beter slaapt, je harder loopt én meer afvalt.

Tips van andere sporters om vol te houden

'Met welke gedachtes zorg jij ervoor dat je doorgaat', vroeg onze sportdeskundige Marije aan willekeurige sporters. Interessant natuurlijk, wie weet heb ik er nog iets aan. Eens even kijken wat de sporters geantwoord hebben:

  • “Repeat after me; I CAN DO IT!”
  • “Ga door: elke stap is slanker en strakker!”
  • “Zie het voor je: een prachtige broek die naadloos past én lekker zit!”
  • “Alles wat je nog niet kan, daar zit je training!”
  • “Hoe harder je werkt, des te makkelijker (en leuker) je volgende training is.”
  • “Je moet erdoorheen; het is een fase. Je leven wordt beter, leuker, energieker en blijer. VOLHOUDEN NU!”
  • “Opgeven is geen optie…”
  • “Het is puur mentaal! Je kunt het best.”
  • “Watje, hoezo geef je nu al op? Kom op zeg!”
  • “Denk aan het gevoel na afloop!”
  • “Denk aan het gevoel als je in de spiegel kijkt.”
  • “Denk aan die fitte sportjuf/buurmeid/nieuwe vriendin van je ex/collega – dat kan ik beter.”

Zo, dat zijn er heel veel!  Die zal ik tijdens mijn volgende rondje gebruiken. Maar, hoe zit dat eigenlijk met eten tijdens het sporten? Moet je voor of na de training eten, wat moet je eten om je spieren goed te ondersteunen en hoe zit het eigenlijk met sportdrankjes? Dat zoek ik voor je uit in mijn volgende blog.

Hardloopgroetjes,Corina