Nieuws

Wordt de vermogensrendementsheffing nog verder verlaagd?

Op de derde dinsdag in september is het Prinsjesdag en maakt de regering de nieuwe belastingmaatregelen bekend. Een van die maatregelen betrof de vermogensrendementsheffing en het aanpassen daarvan. Maar de overheid is niet geheel vrij om percentages of grenzen vast te stellen.

Spaartaks

Nu is het zo dat als je meer vermogen bezit dan het drempelbedrag in Box 3 Inkomstenbelasting, de fiscus uitgaat van een fictief rendement van vier procent (4%). Over dat forfaitaire voordeel moet je dan vervolgens dertig procent (30%) belasting afdragen, zodat je feitelijk 1,2% belasting betaalt over je (belastbaar) vermogen.

Al jaren klagen belastingbetalers dat ze geen 4% rente krijgen op hun spaargeld, zodat ze te veel belasting betalen. Dus al die tijd klinkt de roep om het vastgestelde percentage van 4% rendement meer 'marktconform' vast te stellen. Daar lijkt nu een begin mee gemaakt te worden omdat er drie schijven komen waarvoor drie verschillende rendementen gelden, namelijk respectievelijk 2,9% en 4,7% en 5,5%. Omdat er nog steeds 30% belasting wordt geheven over dat forfaitaire rendement komt dat neer op een drietal verschillende belastingafdrachten. In plaats van de bekende 1,2% wordt het respectievelijk 0,87%, 1,41% of 1,65%.

Hoge Raad ?

Tijdens een studiebijeenkomst vestigde hoogleraar belastingrecht Hans Stubbé onze aandacht op een arrest van de Hoge Raad. Deze hoogste rechterlijke instantie had geoordeeld over de waardering van verhuurde woningen voor de inkomstenbelasting (ook wel bekend als de Leegwaarde ratio). Daarbij wordt een vast percentage in mindering gebracht op de zogeheten WOZ-waarde van de betreffende panden.

De Hoge Raad was van mening dat dit weliswaar een helder en simpel systeem is voor zowel de belastinginspecteur als de belastingbetaler, maar dat er grenzen zijn aan wat de wetgever mag doen om die eenvoud te bereiken. In de betreffende casus week de werkelijke waarde van de panden meer dan 10% af (naar beneden) van de waarde die berekend was met gebruikmaking van de forfaitaire – door de wetgever vastgestelde – percentages.

Stand houden

Door dit oordeel komt onmiddellijk de vraag op of een forfaitair vastgesteld rendement van 4% over vermogen wel in stand kan blijven als het daadwerkelijk rendement meer dan 10% daarvan afwijkt. Als de actuele spaarrente 1,5% is, dan wijkt een verondersteld rendement van 4% toch behoorlijk daarvan af.  Meer dan die 10% die de Hoge Raad onacceptabel vond.

Of de recente plannen voor de aanpassing van het onderliggende mechanisme van de zogeheten spaartaks het gevolg zijn van de uitspraak van de Hoge Raad weet ik niet. Maar dat de overheid niet geheel vrij is om percentages of grenzen vast te stellen is duidelijk.

Leeftijdsgrens schenken

Dat die beperking aan de macht van de overheid ook geldt voor de vanaf 2017 in te voeren belastingvrije schenking van € 100.000,- is duidelijk. Maar of de leeftijdsgrens van veertig (40) jaar van de ontvanger (on)acceptabel is, is nog maar de vraag.

In mijn ogen is die grens (nog) niet goed onderbouwd. Het enige argument dat ik gelezen heb, is dat jongeren huizen kopen en door de belastingvrije schenking van een ton de huizenmarkt gestimuleerd zou worden. Ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat niet iedereen van 40 en ouder (al) een huis bezit.

De tijd (en voor insiders: de Rechtbank te Breda) zal het leren.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.