Nieuws/Binnenland
50630
Binnenland

Einde aan loopbaan als bewindspersoon; wat nu?

Het zwarte gat na de politiek

— En dan is het ineens voorbij. Politici krijgen het op de eerste dag van hun ministerschap of staatssecretariaat al mee: deze baan heb je maar voor even. Toch is het een hard gelag als, soms toch nog onverwacht, de dienstauto voor de laatste keer de straat uit rijdt en het leven van ambteloos burger begint. „Het is een grote val in een enorme kloof.”

Ard van der Steur verlaat donderdag na zijn aftreden het parlement.

Ard van der Steur verlaat donderdag na zijn aftreden het parlement.

Ard van der Steur verlaat donderdag na zijn aftreden het parlement.

Ard van der Steur verlaat donderdag na zijn aftreden het parlement.

De opgestapte Ard van der Steur gaat een paar dagen vakantie houden, vertelt een collega die met veel weemoed zegt terug te kijken op zijn samenwerking met de bewindsman. Dat is misschien ook maar het beste. In de afgelopen dagen raasde een orkaan van media-aandacht en politieke verwijten over hem heen. Collega’s die zelf ook al eens met het bijltje moesten hakken, denken dat even rust nemen nu het verstandigste is om niet in het zwarte gat van het verdwenen ministerschap te vallen.

Neem Ronald Plasterk. De huidige minister van Binnenlandse Zaken en Wonen stond van de ene op de andere dag op straat, nadat het kabinet-Balkenende IV uit elkaar spatte over ruzie om Afghanistan. „Het was hard. Maar gelukkig was ik nog wel met een groepje van andere eveneens vertrokken partijgenoten”, herinnert de toenmalige PvdA-bewindsman op Onderwijs zich. „Maar ik wilde niet thuis gaan zitten. En dus belde ik naar ons partijkantoor en vroeg of ze nog een bureautje hadden voor me. Dat bleek het geval. Samen met Wouter Bos kreeg ik een kamertje en leek het net alsof we nog werk hadden.”

Het is een enorme overgang voor bewindspersonen. Jarenlang wanen ze zich even koning of koningin. Iedere dag rijdt de luxe dienstauto voor, vraagt de butler wat ze willen eten of drinken, zwaaien deuren open die voor anderen gesloten blijven en wordt ieder woord wat ze zeggen belangrijk geacht. Ze zijn immers lid van het kabinet, het landsbestuur.

Het einde van de baan doet zich in vele gedaanten voor. De één wordt weggestuurd door de Tweede Kamer, de ander door zijn partij. Soms zitten ze gewoon de rit uit, maar hebben ze na het aantreden van een nieuw kabinet niets meer te doen.

De overgang naar het ’gewone leven’ is altijd groot. Henk Kamp vond het verschrikkelijk om na zijn succesvolle ministerschap op Defensie in 2007 weer gewoon Kamerlid te worden in de oppositie. Na de ondersteuning van een heel ministerie, moest hij ineens weer genoegen nemen met slechts één beleidsmedewerker. Plus een woordvoerder, die overigens in het Kamergebouw niet van zijn zijde week, als ware hij nog minister. Vrolijker werd hij er merkbaar niet van en toen een mooie Rijksbaan op Bonaire wachtte, was Kamp als een speer vertrokken.

„Ik heb wel tegen mijn chauffeur gezegd: je haalt me vandaag op, maar misschien ga ik vanavond wel terug met de Nederlandse Spoorwegen”, vertelt Henk Bleker, de staatssecretaris van Landbouw die zonder werk kwam te zitten na de val van het gedoogde kabinet-Rutte I. „En dan is het ineens stil. Geen lawines meer aan mails, apps en telefoontjes. Behalve van mensen die steun betuigen. In het begin is dat raar, maar als je een paar maanden verder bent is het juist raar als je wel weer wordt gebeld. Een mens verandert ook heel snel.”

Bleker zegt zijn voordeel te hebben gedaan met advies van Kamp. Die maande hem vooral de tijd te nemen om af te kicken van de politiek: „Als het op een dag zover is dat iedereen aan het werk is en jij rustig op de bank kan zitten met een boek, dan ben je klaar voor een nieuwe baan”, luidde de raad volgens Bleker.

Voor Kamp kroop het bloed overigens waar het niet gaan kon; hij werd in de kabinetten-Rutte weer minister.

Een afscheid van het Binnenhof hoeft dus niet definitief te zijn. Veel hangt af van de manier waarop een vertrek is ingeluid. En die verschilt nogal eens per bewindspersoon. „Het is natuurlijk geen ervaring waar ik met veel plezier op terugkijk”, vertelt PvdA’er Bram Peper, die Kok II uit eigen beweging verliet. „Ik was besmet. Aan mij kleefde het beeld: die man is niet te vertrouwen. Ik had geen conflict met de Kamer, maar kon vanuit Rotterdam niet tegen het beeld op vechten dat er iets mis was met mijn declaraties als burgemeester.”

Van der Steur zal het er ongetwijfeld moeilijk mee hebben, vermoedt Peper. „Het is een grote val in een enorme kloof.” Vakantie nemen is volgens hem een goede manier om de eerste klap te verwerken. „Hij is geloof ik net getrouwd. Dus die twee kunnen het nog wel goed vinden. Die man komt wel weer op zijn pootjes terecht.”

D66’er Alexander Pechtold stapte met twee collega’s op uit Balkenende II, na een conflict met VVD-minister Rita Verdonk. Het was het begin van een tocht door de woestijn voor hem en zijn partij, even leek het er zelfs op dat D66 zou ophouden te bestaan. Hij adviseert Van der Steur om maar even geen kranten te lezen en geen tv te kijken.

„Want daar is alleen maar commentaar over hoe fantastisch of juist zielig het is dat je weg bent.” Ontspannen en je even afsluiten voor de buitenwereld is volgens hem het devies. En dingen doen die helemaal niets met het ministerschap te maken hebben „Ik had jarenlang geen schoenen meer gepoetst bijvoorbeeld”, zegt Pechtold. „En dan krijg je op een gegeven moment weer een por van vrienden of ex-collega’s en ga je er weer tegenaan.”

Tijd heelt alle wonden, zo lijkt het. Maar de één herstelt er sneller van dan de ander. Wanneer deze krant een aantal bewindslieden benadert die de afgelopen zes jaar van het politieke toneel verdwenen, wil niemand zijn verhaal kwijt. „Op dit moment kies ik er voor om hier niet aan mee te werken. Wellicht op een ander moment”, laat er één weten. Een ander zegt op geen enkele manier in verband te willen worden gebracht met het vertrek van Van der Steur. Het blijkt nog allemaal te vers. Of te pijnlijk.

Ondanks het ’zwarte gat’ bestaat er nog wel een vangnet voor ex-bewindslieden, vanaf het moment dat ze ambteloos burger worden. De wachtgeldregeling is op hen van toepassing, zodat ze in ieder geval niet onmiddellijk zonder salaris zitten.

Het grootste gemis blijkt daarmee toch de weggevallen entourage en de aandacht. Zo wordt in het dagboek dat de partner van PvdA’er Ella Vogelaar bijhield, de day after beschreven van de val van de toenmalige minister voor Wonen, Wijken en Integratie in 2008.

„We missen je nu al bij de fitness”, laat een ex-collega uit het kabinet weten. ’Ontredderd’ zouden medewerkers op het vertrek van Vogelaar uit Balkenende IV hebben gereageerd. Die moesten de dag na haar vertrek de ministeriële werkkamer snel ontruimen. „Om 11 uur maakte je opvolger Eberhard van der Laan zijn opwachting”, beschrijft de partner de wisseling van de wacht. „Je ziet die avond in het Journaal van acht uur hoe je ex-woordvoerder hem begeleidt.”

De minister is weg. Leve de minister.