Nieuws/Binnenland
508452682
Binnenland

Woede om ’premature’ excuses over onafhankelijkheidsoorlog Indonesïe leeft voort

Den Haag - De woede en afkeer van het in februari gepresenteerde onderzoek naar de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië is nog niet gesust. Voor de tweede week op rij kraken betrokkenen het rapport en de ’premature’ excuses van premier Rutte.

’Onacceptabel’, ’vooringenomen’, ’een gebrek aan historisch perspectief’ en ’niet wetenschappelijk’. Die woorden worden tijdens de tweede bijeenkomst in het parlement gebezigd door belanghebbenden. Aanwezig waren dit keer vertegenwoordigers van diverse stichtingen, maar ook nabestaanden en historici. In februari presenteerden onderzoekers hun studie naar de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië tussen 1945 en 1949. De belangrijkste conclusie is dat er sprake was van ’structureel excessief geweld’ door Nederlandse soldaten, met medeweten van de militaire en politieke top.

„De conclusies van het onderzoek leiden nog steeds tot grote onrust bij een deel van de Nederlanders met een Indische en Molukse achtergrond, veteranen en anderen, zoals totoks (geboren uit Europese ouders)”, stelde Rocky Tuhuteru van de stichting Pelita.

Verwerpelijk en onacceptabel

Ook veteraan Leo Reawaruw van Maluku4Maluku kraakt het rapport en vindt passages ’verwerpelijk en onacceptabel’. Vooral het feit dat er in het rapport gesteld wordt dat er sprake was van ’structureel excessief geweld’ noemt de veteraan niet te verteren. „Alle partijen hebben incidenteel geweld gebruikt. Dat is niet goed te praten, maar is wel inherent aan een oorlog”, zegt hij. Hij wijst erop dat het onderzoeksrapport ook niet ingaat op de jaren na 1950, die van belang zijn voor de Molukse samenleving.

De kritiek klinkt ook van historicus Cees Somers, die in de Kamer stelt dat het onderzoek ’onvoldoende onafhankelijk’ was en de auteurs verwijt met de bril van nu een historische situatie te beschouwen. „Dat levert een eenzijdig, verwrongen beeld op”, zei hij.

Peggy Stein, voorzitter Indisch Platform 2.0, sprak schande van de ’diepe excuses’ die zijn uitgebracht door premier Rutte naar aanleiding van het onderzoek. Dat gebeurde al enkele uren na het verschijnen van het onderzoek en wordt als ’prematuur’ beschouwd. De excuses waren gericht aan de bevolking van Indonesië, maar ook andere betrokkenen en veteranen. Ook nam het kabinet afstand van het oude officiële standpunt dat er ’slechts bij uitzondering extreem geweld was gebruikt’.

Groter belang

Stein: „Het gesprek over de nasleep die het kabinet bedoelde is opgeofferd aan het kennelijk grotere belang om met een antikoloniaal verhaal de vooral economische relatie met Indonesië te verbeteren”, zegt ze.

Volgens Stein wordt er met het onderzoek bovendien aan geschiedvervalsing gedaan. „Het dekolonisatieonderzoek heeft de principes van wetenschappelijke integriteit niet gerespecteerd. Men heeft gekozen voor het buiten-wetenschappelijke uitgangspunt van het antikolonialisme. De vooraf vastgestelde conclusies zijn vervolgens selectief met bronnen onderbouwd. In een dader-slachtoffer aanpak worden de onderscheiden groepen aan Nederlandse kant als daders gebrandmerkt. Aan Indonesische kant slechts slachtoffers. Dat is het negeren van de historische context, dat is gewoon geschiedvervalsing.”

De Tweede Kamer zal later nog over het rapport spreken. Diverse Kamerleden hintten erop dat mogelijk een vervolgstudie nodig is.