Nieuws/Binnenland

Overheid cryptisch over wie er in aanmerking komt voor vervroegd pensioen

’Zwaar beroep’: vaag begrip

— De metselaars, de timmermannen en de metaalbewerkers: het zijn de beroepen waaraan iedereen zal denken als het gaat om ’zwaar werk’. Maar wat te denken van verpleegkundigen, vrachtwagenchauffeurs of de bakker? Een door de overheid opgestelde lijst met zware beroepen bestaat niet. Maar wie zou er dan in aanmerking moeten komen voor vervroegd pensioen?

Vrachtwagenchauffeur Wim de Graaf (54) werkt vanaf zijn achttiende en maakt gemiddeld 60 uur per week. „Ik moet altijd scherp blijven tijdens het rijden. Bovendien is het niet alleen rijden, maar ook laden en lossen.”
1 / 3

Vrachtwagenchauffeur Wim de Graaf (54) werkt vanaf zijn achttiende en maakt gemiddeld 60 uur per week. „Ik moet altijd scherp blijven tijdens het rijden. Bovendien is het niet alleen rijden, maar ook laden en lossen.”

foto Marcel van Hoorn

De metselaars, de timmermannen en de metaalbewerkers: het zijn de beroepen waaraan iedereen zal denken als het gaat om ’zwaar werk’. Maar wat te denken van verpleegkundigen, vrachtwagenchauffeurs of de bakker? Een door de overheid opgestelde lijst met zware beroepen bestaat niet. Maar wie zou er dan in aanmerking moeten komen voor vervroegd pensioen?

Vrachtwagenchauffeur Wim de Graaf (54) werkt vanaf zijn achttiende en maakt gemiddeld 60 uur per week. „Ik moet altijd scherp blijven tijdens het rijden. Bovendien is het niet alleen rijden, maar ook laden en lossen.”
1 / 3

Vrachtwagenchauffeur Wim de Graaf (54) werkt vanaf zijn achttiende en maakt gemiddeld 60 uur per week. „Ik moet altijd scherp blijven tijdens het rijden. Bovendien is het niet alleen rijden, maar ook laden en lossen.”

foto Marcel van Hoorn

Ton van Bokhoven (bijna 63) kijkt met smart uit naar de dag dat hij de leeftijd van 66 jaar en acht maanden bereikt. Niet omdat de Amsterdammer geen plezier meer heeft in het werk dat hij al bijna 45 jaar uitvoert. Nee, hij vindt het juist ’fantastisch leuk’. Maar wel omdat zijn lichaam op is.

Bokhoven heeft onderrugklachten en staat op de wachtlijst voor een nieuwe heup. „Die klachten zijn verergerd door al het tillen.” Toen hij als jongeman aan zijn loopbaan begon, waren er nog weinig hulpmiddelen voor het tillen van patiënten. „We hadden geen hoog-laagbedden en geen luxe tilliften. Het sjouwen met patiënten is een flinke aanslag op mijn lijf geweest.”

Vorig jaar juli is Bokhoven met deelpensioen gegaan. „Ik ben van 36 uur teruggegaan naar een 28-urige werkweek. Dat scheelt enorm.” Niet alleen lichamelijk vindt hij het zwaar. „Ik werk op een verpleegafdeling met dementerenden. Geestelijk doet het ook best veel met je. Aan het eind van de werkdag ben ik gesloopt.”

Geen lijst

Volgens de FNV is een zwaar beroep ’breed gedefinieerd’. „Zware/slechte arbeidsomstandigheden die het evenwicht tussen draagkracht en draaglast gedurende jaren hebben verstoord, en nog steeds verstoren”, aldus de vage omschrijving. Een opsomming van wat er onder zware beroepen valt, bestaat niet. Zo’n lijst is arbitrair en zal altijd tot discussie leiden, is de redenering van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Want is het beroep van stratenmaker fysiek zwaarder dan dat van verpleegkundige? „Ik weet het wel zeker”, zegt Bokhoven. „Maar dat neemt niet weg dat mijn beroep ook hoog op de lijst zou moeten staan.”

Gezondheidseconoom Bastian Ravesteijn promoveerde vorig jaar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam op een studie naar het effect van beleid op de gezondheidsverschillen tussen arm en rijk. De onderzoekers vonden geen bewijs voor een schadelijk effect van hoge tijdsdruk (stress). Wel bleek uit de studie dat het gezondheidseffect van een jaar fysiek zwaar werk doen op latere leeftijd vergelijkbaar is met met het effect van maar liefst zestien maanden ouder worden. Met andere woorden: blootstelling aan fysiek zware belasting verslechtert de biologische gezondheid met 130 procent.

Hoewel er vanuit de overheid geen duidelijke lijst is met ’zware beroepen’, maakte Ravesteijn eerder wel zo’n ranglijst met 307 beroepen, van fysiek zwaar naar licht. De lijst kwam tot stand aan de hand van Duitse data waarbij mensen tot 29 jaar lang werden geobserveerd. Bovenaan staan onder meer metaalgieters, zuivelbereiders, stratenmakers, metselaars en timmerlieden. Maar ook verpleegkundigen, bakkers, veehouders en postboden staan hoog op de lijst.

Meer arbeidsjaren

Vrachtwagenchauffeur Wim de Graaff (54) werkt vanaf zijn achttiende. „Dat zijn veel meer arbeidsjaren dan iemand met een universitaire studie, die langer doorleert.” Gemiddeld maakt hij 60 uur per week. „Het is niet alleen rijden, maar ook laden en lossen. Ik ben veel van huis. Ik moet altijd scherp blijven tijdens het rijden en eenmaal thuis ben ik doodmoe. Ik acht het een zwaar beroep.”

„De slijtage komt snel”, zegt metselaar Rick Zutt (41) over zijn beroep. Vooral zijn armen, schouders, polsen en knieën krijgen het zwaar te voortduren. „Ik ben zelfstandige, spaar uiteraard voor mijn pensioen, en ik hoop van harte ik het volhoud tot 65 jaar.” Want hij heeft de mooiste baan die er is, vindt hij. „Langer doorwerken dan 65 kan echt niet, tegen die tijd loop ik krom.”

Op basis van de onderzoeksresultaten kan volgens Ravesteijn gesteld worden dat een uniforme verhoging van de AOW-leeftijd mensen in zware beroepen dubbel schaadt. „Ten eerste is hun levensverwachting een stuk lager. Daardoor valt er relatief een groter deel van het aantal jaren in AOW weg. In Nederland is de kans om voor het 65e levensjaar te overlijden 2,5 keer zo groot voor mensen met een elementair beroep als voor mensen met een beroep waar een universitaire opleiding voor nodig is.”

Daarnaast zijn mensen met zware beroepen juist op latere leeftijd het meest kwetsbaar voor de gezondheidseffecten van werk. „Omscholing of een andere carrièrestap kan een deel van dit probleem verhelpen maar is niet voor iedereen mogelijk”, aldus Ravesteijn.