Nieuws/Binnenland

Dirigent Jan Willem de Vriend

Doorprikken die Mozart-mythes

Jan Willem de Vriend in zijn studeerkamer in Amsterdam.

Jan Willem de Vriend in zijn studeerkamer in Amsterdam.

Amaury Miller

Vrijdag 10 februari presenteert het Residentie Orkest een nieuwe serie: Masterclassics. Opzet is een meeslepende introductie van Jan Willem de Vriend over een klassiek werk voor hij op de bok klimt om het uit te voeren. De eerste keer staat Mozarts Requiem centraal. Een goede gelegenheid om hardnekkige mythes over de populaire componist te doorbreken.

Jan Willem de Vriend in zijn studeerkamer in Amsterdam.

Jan Willem de Vriend in zijn studeerkamer in Amsterdam.

Amaury Miller

Begeestering én een grenzeloze liefde voor muziek, dat straalt de Amsterdamse studeerkamer van dirigent Jan Willem de Vriend uit. Stapels partituren, oude instrumenten, bustes van componisten en kunstwerken maken deze ruimte tot een inspirerend rariteitenkabinet. Het kenmerkt De Vriend, misschien wel Nederlands meest enthousiasmerende promotor van de klassieke muziek. Eind 2012 kreeg hij er nog de NPO Radio 4 Prijs voor.

De Vriend voldoet niet aan het standaard plaatje van de succesvolle dirigent. Hij is toegankelijk, praat honderduit over zijn werk en mengt zich actief in discussies. Bij hem geen dirigeerstokje en staccato bewegen op de maat. „Muziek wordt sprekender als je niet de maat slaat maar een beweging aangeeft.”

Hij heeft een indrukwekkende carrière. Hij begon als violist, maar kon al op het conservatorium de verleiding van het dirigeren niet weerstaan. Tussen 1982 en 2015 was hij artistiek leider en violist van het door hem opgerichte Combattimento Consort Amsterdam, een ensemble dat onbekende meesterwerken uit de periode 1600-1800 terug op de planken brengt. Hij is de eerste vaste dirigent van het Residentie Orkest en gastdirigent van het Orquestra Simfonica de Barcelona.

Kenmerkend voor de dirigent is dat hij serieus maar ook luchtig praat over zijn vak. Met aanstekelijk enthousiasme spoort hij zijn publiek aan om klassieke muziek te ontdekken en niet de geijkte paden te kiezen. „Prachtig dat requiem van Mozart, maar hij heeft zoveel meer geniaals geschreven. Kijk maar op die plank.” De Vriend wijst naar een kast met boeken en partituren. „Daar staat het complete oeuvre van Wolfgang, alle 25 delen. Tegenwoordig spelen we maar ongeveer drie delen uit deze overweldigende reeks.” Volgens De Vriend heeft het met risicoreductie te maken, niet met kwaliteit van de muziek. „Nederlandse programmeurs durven geen eigenzinnige repertoirekeuze samen te stellen.” Het is een trend in ons land. „Hier wordt al snel gezegd: ’Dat kent het publiek niet’ of ’onbekend maakt onbemind’. Een instelling waardoor er veel moois op de plank blijft liggen.”

De Vriend zelf heeft andere ervaringen als hij onbekend werk uitvoert. Vorig jaar maakte hij met het Residentie Orkest een reeks over vergeten Nederlandse componisten. Johannes Verhulst – een succesvolle componist uit de negentiende eeuw en tijdgenoot van Frans Liszt – werd in de schijnwerpers gezet. „Het publiek vond het fantastisch om samen deze pareltjes te herontdekken.”

Als De Vriend over Het Residentie Orkest praat, straalt hij trots uit. „Het is een orkest met een enorme traditie. Hans Vonk, Jaap van Zweden en Neeme Järvi stonden in het ruim honderdjarige bestaan van het orkest aan het hoofd.” Maar het zijn ook de klank en de eigenzinnige manier van werken die hem aanspreken. „Ze schuwen het experiment niet. Een instelling die nu broodnodig is.”

Wat De Vriend zelf aan het orkest toevoegt? „Samen met de musici probeer ik zoveel mogelijk informatie te verzamelen over de stukken die we spelen, bijvoorbeeld door naar de Haagse muziekarchieven te gaan. We onderzoeken de historie van een stuk. Waren het woelige tijden? Leefde de componist in luxe of juist niet? Draagt de compositie een politiek statement uit? Die bagage is essentieel om het stuk te begrijpen. Pas daarna kun je het spelen alsof het nieuw is. Vanuit een rauwe emotie. Het klinkt alsof het door je hart gaat.”

Met de serie Masterclassics wil De Vriend die ervaring delen. „Bij onszelf is er een enorme nieuwsgierigheid naar het werk en leven van Mozart. Ik denk dat het publiek dat met ons deelt. We kunnen het nu eindelijk hebben over de clichés rond zijn leven. Want daar klopt werkelijk geen snars van”, stelt De Vriend fel. „Waarom mogen we bijvoorbeeld in Wenen het archief van 5 december 1791 niet inzien? Het is nota bene zijn sterfdag. Wie hadden er belang bij dat Mozart stierf? Waarom werd zijn beste vriendin ontslagen bij het theater waar veel werk van hem werd gespeeld?” De Vriends ogen glinsteren. „Het is spannend om op 10 februari hierover te speculeren. Wij hebben er zin in.”