Nieuws

Ronald Molendijk nog fanatieker terug achter de jurydesk bij talentenjacht

Nu wél terechte Idols-winnaar?

Door Patricia Cortie

Ronald Molendijk: „Uiteindelijk is het oordeel van de consument het eerlijkst.”

Ronald Molendijk: „Uiteindelijk is het oordeel van de consument het eerlijkst.”

Hollandse Hoogte

De blauwe stip van Idols wordt vanaf woensdagavond weer bezet door gelukszoekers. Met Ronald Molendijk als ’ongenuanceerde’ factor achter de jurytafel. „Ik denk constant: kan ik hier iets mee?” Zijn doel is, in tegenstelling tot vorig jaar, nu écht een idool af te leveren. „Ik zou mij schamen als dat niet zou lukken, dat is mijn eer te na.”

Ronald Molendijk: „Uiteindelijk is het oordeel van de consument het eerlijkst.”

Ronald Molendijk: „Uiteindelijk is het oordeel van de consument het eerlijkst.”

Hollandse Hoogte

Molendijk (51, dj, muziekproducer en creatieve directeur van bureau Unlock the Zoo) deed vorig jaar zijn intrede in het programma naast de bekendere namen Martijn Krabbé, Jamai Loman en Eva Simons. Hij zat in de jury van Het orkest van Nederland en werd daarna hiervoor gevraagd. „Ik heb een uitgesproken mening en daar sta ik pal achter.”

Dat leverde hem een hoop boegeroep uit publiek op. „Dat boeit mij voor geen meter. Het is geen wedstrijd rond míjn populariteit. Ik wil de beste kandidaat op de beste plek. That’s it.”

Het niveau van de kandidaten ligt vele malen hoger dan het afgelopen jaar, vindt Molendijk. „Het is smaakvoller, er zijn ook singer-songwriters die er met een gitaar staan. Vorig seizoen hadden we vaak: ’weer Adele, weer Sam Smith’. Het is nu diverser en de kwaliteit is beter.”

De kwaliteit is beter? In een eerste promo is juist iemand te zien die níet kan zingen.

„Ja, dat krijg je als je een sleepnet over de Nederlandse maatschappij heen gooit op zoek naar talent. Er is dan altijd bijvangst. Je zou denken: zijn er dan geen mensen in de omgeving van die persoon die zeggen ’dit kun je beter niet doen’? Dan is de beste manier om ’uit je lijden te worden verlost’ voor de jury te gaan staan.”

Wat is jouw rol inmiddels in de jury?

„Ik blijf in principe heel dicht bij mezelf. In 2016 ben ik zoekende geweest. Nu draag ik mijn kennis ook op een andere manier over: ik ben meer betrokken bij het programma en bij de keuze van het repertoire. Samen met mijn studioteam heb ik ook de muziek geproduceerd van de theaterrondes en de buitenlandrondes. En ik leg er meer de nadruk op dat het een wedstrijd is: er wint er maar een. Een idool zijn vraagt meer dan goed kunnen zingen of met je billen schudden, het vraagt een killer-mentaliteit.”

Iets wat Nina vorig jaar niet bleek te hebben. Zij noemde zichzelf achteraf geen winnares...

„Dat verbaasde mij niet. Daar ben ik toen ook al duidelijk over geweest. Er is dit seizoen een aantal nieuwe elementen. Die zijn geënt op: ’we weten dat je zang goed is, maar kun je het ook verkopen?’ Als je kijkt naar de charts of artiesten met een lange carrière, zijn dat niet per definitie degenen die het beste kunnen zingen.”

Zoals?

„Het beste voorbeeld van niet goed kunnen zingen, maar heel ver komen is natuurlijk Madonna. Aan de andere kant hebben we in Nederland bijvoorbeeld Guus Meeuwis. Hij staat zelden of nooit keihard te zingen, hij houdt het altijd dichtbij zichzelf en uiterst gecontroleerd. Wat hij tot een kunst heeft verheven is zijn muzikale gevoel in het kleine weten te houden en daarmee stadions te vullen. Hij is in alles een geslaagd idool.”

Jamai, naast medejurylid de eerste winnaar van Idols in 2003, heeft gezegd dat hij het programma nu niet meer zou winnen.

„Ik begrijp wat hij bedoelt, maar ik ben het niet helemaal met hem eens. Ik heb wel het idee dat ik bij hem had kunnen horen dat er iets speciaals in zit. Misschien dat hij in het visueel geweld wat ondergesneeuwd zou raken, iets wat toen nog niet zo belangrijk was.”

Hoe wil je voorkomen dat er straks weer een Nina wint?

„Hoe steviger het jurylid iets vindt, des te harder stemt de kijker de andere kant op. Dat heb ik wel geleerd. Daarom moet ik wat ik vind beter motiveren. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen die kijkt oren en ogen heeft. Aan ons als jury de taak om goed uit te leggen waarom iemand wel of niet doorgaat. Recent heb ik de auditie van Nina teruggekeken. Zij kan goed zingen, maar daar voelde ik het al: ben jij wel een idool?”

„Ik heb het rotsvaste geloof dat de winnaar écht een carrière zou kunnen starten. Ik wil de kandidaten aandacht geven en met ze werken, al duurt het tot drie uur ’s nachts. Wij hebben het droombeeld, en misschien ook waanbeeld, dat wij mensen kunnen afleveren die zalen kunnen uitverkopen.”

Als er toch weer iemand wordt gekroond die jij geen ideaal idool vindt, voel je je daar dan verantwoordelijk voor?

„Correct. Ik wil de beste eruit zien te halen. Als je meedoet aan de competitie krijg je zoveel tools aangereikt: een zangcoach, liedjes, indien nodig styling. Je gaat door de wasstraat. Voortaan geldt: als je Idols hebt overleefd als ik in de jury zit, staat er iets goeds. Ik wil niet terugkijken van: ’het was wel aardig’.”

Is het beter als niet het publiek, maar de jury bepaalt?

„Nee. Met die stelling zeg je: wij weten het ’t beste. Ik denk wél in te kunnen schatten waar muziekminnend Nederland de ruimte voor heeft, maar of ze het omarmen? Uiteindelijk is het oordeel van de consument het eerlijkst.”

En daar kun jij je bij neerleggen?

„Nee, dat is sowieso niet mijn sterkste punt, haha. Ik heb dat het afgelopen jaar al laten zien bij Nina. Maar ik zal het moeten accepteren. Punt.”