Nieuws/Binnenland

Necrologie Van der Laan (1955-2017)

Eberhard stal de harten van eenieder

Door Mike Muller

Burgemeester Van der Laan tijdens een huldiging van Oranje.

Burgemeester Van der Laan tijdens een huldiging van Oranje.

Rob de Jong

Eberhard van der Laan was als PvdA-burgemeester geliefd bij vriend en vijand. In de hoofdstad werd hij geroemd om zijn menselijke kanten. Met zijn eigenschappen als ’vechter’, mediator en ’mensen-mens’ stal hij de afgelopen zeven jaren de harten van de Amsterdammers.

Burgemeester Van der Laan tijdens een huldiging van Oranje.

Burgemeester Van der Laan tijdens een huldiging van Oranje.

Rob de Jong

Door de taal van de gewone man te spreken kon Eberhard Edzard van der Laan zich als natuurlijke leider ontpoppen. Geholpen door zijn autoriteit kreeg hij iedereen aan tafel. In de monumentale ambtswoning regelde Van der Laan als een van zijn laatste wapenfeiten dat de Amsterdam ArenA wordt omgedoopt tot de Johan Cruijff ArenA. Van der Laan, Ajacied in hart en nieren, maakte zich er persoonlijk hard voor tijdens zijn beroemde ’ambtswoninggesprekken’.

Vanaf de Herengracht hield strijder Van der Laan, nadat bij hem begin 2017 uitgezaaide longkanker werd geconstateerd, tot op het laatst de regie in eigen hand. „Werken was voor hem een medicijn”, vertellen intimi van de eerste burger. Brieven die door zijn medewerkers werden opgesteld en waar zijn handtekening onder verscheen, werden steevast verbeterd door Van der Laan zelf. Concept-brieven kwamen tot op de laatste dag van zijn carrière gegarandeerd terug vol rode pennenstrepen. Ambtenaren die met hem te maken hebben gehad konden zijn gevleugelde uitspraak al snel dromen: ’Mijn hoofd ligt straks op het hakblok. Dat is terecht, maar... ik wil dat deze brief nog beter wordt.’

Van der Laan was nooit bevreesd zijn mening te verkondigen. Beroemd is zijn uitspraak ’ik had al een seizoenskaart van Ajax toen de meesten van jullie nog naar Sesamstraat keken in je pyjamaatje!’, die hij in 2012 uitsprak toen hij door voetbalfans werd uitgefloten. Ook in zijn afscheidsbrief wist Van der Laan een gevoelige snaar te raken: zijn ’zorg goed voor de stad en voor elkaar’, gevolgd door het ’vaarwel’, bezorgde menigeen kippenvel.

Vrijheid van meningsuiting

Eberhard van der Laan werd geboren op 28 juni 1955 in Leiden. Hij groeide op in Rijnsburg, waar zijn vader dorpsdokter was. Hij studeerde enige maanden medicijnen in Brussel voor hij in 1975 naar Amsterdam kwam. Daar studeerde hij rechten aan de Vrije Universiteit, waar hij met een cum laude-diploma vertrok.

In 1983 werd Van der Laan advocaat. Al snel werd hij gezien als expert op het gebied van civiele en strafrechtelijke aansprakelijkheid, letselschade, vastgoed en vrijheid van meningsuiting. Hij was werkzaam bij het bekende advocatenkantoor Trenité Van Doorne, tot hij in 1992 medeoprichter werd van het inmiddels prestigieuze kantoor Kennedy Van der Laan. Naar zijn juridische achtergrond zou Van der Laan tijdens zijn politieke en bestuurlijke loopbaan nog vaak verwijzen. Het recht op demonstreren in de hoofdstad noemde Van der Laan dan ook steevast „bijkans heilig.”

Minder gedram

In 1990 werd hij raadslid van Amsterdam. Zijn grote politieke voorbeeld was PvdA’er Jan Schaefer, de roemruchte banketbakker die opklom van wethouder tot staatssecretaris van Volkshuisvesting. Schaefer stond bekend om zijn weinig verhullende taalgebruik, iets waarmee Van der Laan ook direct opviel. Zo verraste het nieuwe raadslid vriend en vijand met zijn stevige standpunten. „We moeten weer met onze beide benen op de grond komen te staan. Er moet minder gedramd worden. Het moet afgelopen zijn met onzakelijke en emotionele discussies. De PvdA moet oprecht proberen het leven te beteren”, zei hij in zijn eerste interview aan deze krant.

Hij had een duidelijke visie, die lang niet altijd paste in het clichébeeld van een softe sociaaldemocraat: „De mensen moeten op hun verantwoordelijkheid worden gewezen. De wet heeft de bedoeling ons te beschermen. Dat is geen rechts issue en ook geen law and order-thema, maar de werkelijkheid.” Notoire verkeersovertreders hadden ook een slechte aan hem: hun auto’s moesten worden afgenomen. Het is die no nonsense-aanpak die hem al snel geliefd maakte, ook buiten zijn eigen partij.

Wie verder in de archieven zoekt naar uitspraken van Van der Laan komt al snel zijn woorden ’werk, werk, en nog eens werk’ tegen, evenals de leus ’handhaven, handhaven en nog eens handhaven.’

Populairste minister

Toen in 2008 zijn partijgenoot Ella Vogelaar aftrad als minister voor Wonen, Wijken en Integratie, werd Van der Laan door de partijleiding van de PvdA ingevlogen. Ook in Den Haag bleef hij niet onopgemerkt: hij werd in 2009 uitgeroepen tot populairste minister van het kabinet. Toch hekelde hij de politieke cultuur van ’vliegen afvangen.’ „Burgers haten dit”, merkte hij bijvoorbeeld op over parlementariërs die, zelfs na de aanslag op Charlie Hebdo, elkaar verbaal in de haren vlogen. „Burgers willen verschillen zien, maar daarna willen ze graag dat er zaken gedaan worden”, vertelde hij in zijn laatste grote interview bij Zomergasten.

Na de val van het kabinet-Balkenende IV werd Van der Laan door Lodewijk Asscher gepolst voor het burgemeesterschap en stelde hij zich na lang aandringen kandidaat. Op 23 juni 2010 werd hij voorgedragen door de gemeenteraad. Zelf heeft hij naar eigen zeggen nooit een seconde de ambitie gehad om burgemeester te worden. Hij wilde gewoon dokter worden, net als zijn vader, maar werd domweg uitgeloot. „Burgemeester, bij dat woord dacht ik vooral aan Rien van Nunen, de burgemeester uit Swiebertje. In mijn omgeving werd rond mijn aantreden ook wel plagend gezegd: ga jij maar fijn linten knippen”, grapte Van der Laan in een gesprek met De Telegraaf.

Zedenzaak

Van der Laan volgde op 7 juli 2010 Job Cohen officieel op als burgemeester van Amsterdam. Toen Lodewijk Asscher Van der Laan de ambtsketen omhing, keken vier van zijn vijf kinderen en zijn tweede vrouw Femke vanuit de zaal toe naar de beëdiging. Een van de eerste klussen die op het bordje van de kersverse burgervader lag, was het inhuldigen van het Nederlands elftal, dat terugkwam van het WK in Zuid-Afrika met een zilveren medaille. De burgemeester beleefde een tweede vuurdoop tijdens SAIL 2010, waar vele miljoenen mensen op afkwamen.

Later dat jaar overschaduwde de Amsterdamse zedenzaak alle andere dossiers. Tijdens een persconferentie werd op 13 december de arrestatie van Robert M. van kinderdagverblijf Het Hofnarretje wereldkundig gemaakt. Hij werd ervan verdacht tientallen zeer jonge kinderen te hebben misbruikt. Van der Laan zit tijdens die live uitgezonden persconferentie vooraan in de zaal, met de hoofdofficier van justitie en politiechef aan zijn zijde. Even daarvoor heeft hij de betrokken ouders moeten informeren. Hij werd in die periode alom geroemd omdat hij telkens het belang van de ouders van de jonge slachtoffertjes vooropstelde.

Nicotine

Legendarisch was al snel het rookgedrag van de burgemeester. „Rookt u”, luidde steevast de eerste vraag aan bezoek op zijn kamer in de Stopera. „U heeft toch geen bezwaar dat ik er een opsteek?” Het pakje Marlboro Light was op zo’n moment al lang open.

Een nicotinetekort maakte hem kriegelig, en dat was soms duidelijk te merken. Zoals wanneer hij in februari 2015 de bezetters van het Maagdenhuis toesprak, die niet wilden vertrekken uit het hoofdgebouw van de Universiteit van Amsterdam aan het Spui. Van der Laan was daar op eigen initiatief, met in zijn kielzog de hoofdcommissaris van de politie, heengegaan.

Ruim een uur lang ging hij, nog zichtbaar herstellende van een oogoperatie, volop in discussie met de actievoerders, live uitgezonden door stadszender AT5. Het was ’mediator’ Van der Laan op zijn top. Kijkers zagen daarna dat hij wat smoest met zijn woordvoerder en de korpschef, even later kunnen ze ook zelf horen waar dat gefluister over ging. „Er is nog ruimte voor een paar vragen”, klinkt het. Maar de microfoons vangen ook op dat de burgemeester tegen zijn assistente zegt dat hij nu toch echt moest roken. Binnen enkele minuten verliet de eerste burger het pand.

Raddraaiers

Terug naar 2010. Van der Laan stond vanaf het begin van zijn periode als burgervader achter het beleid om criminelen ’keihard’ aan te pakken. Het omslagpunt voor een nog hardere aanpak is de schietpartij op juwelier Fred Hund, die werd overvallen en daarna in West werd doodgeschoten. Van der Laan introduceert hierna de top 600-aanpak. Daarin worden tot op de dag van vandaag Amsterdamse draaideurcriminelen op alle vlakken op de hielen gezeten. Van der Laan laat tientallen organisaties aan tafel verschijnen en per raddraaier wordt een programma opgesteld ter bestrijding van crimineel gedrag, dat zich bovendien ook op jongere broertjes en zusjes richt. Later tuigde hij ook een treiteraanpak op, waarbij het slachtoffer centraal kom te staan. Die mag in zijn woning blijven wonen, treiterende buren dienen te vertrekken. Slecht gedrag mag immers niet worden beloond, vindt deze sociaaldemocraat.

Het beeld van de vriendelijke burgemeester die bereid was te luisteren naar de stad is terecht, al kon Van der Laan achter de schermen zeer zeker zijn zin doordrukken. Publiekelijk laat hij zich bijna nooit gaan. Een van de weinige uitzonderingen is een raadsdebat in 1998, dat ontaardde in een ordinaire schreeuwpartij tussen Van der Laan, de toen naar Hilversum vertrokken oud-wethouder Ernst Bakker – ’dimmen Van der Laan’ – en toenmalig VVD-fractievoorzitter Ferry Houterman. „Hij is een echte advocaat en bepleit zijn gelijk, zelfs als hij weet dat hij het niet krijgt, tot het einde door”, zegt een raadslid uit die tijd.

Sombere diagnose

In oktober 2015 gaf Van der Laan aan ’nog een poosje dienstbaar te willen zijn aan deze mooie stad en haar fantastische inwoners’. In juni 2016 werd hij derhalve herbenoemd als burgemeester van Amsterdam. Workaholic Van der Laan – die dossiers van A tot Z kent – geeft dan wel aan naar meer balans in zijn tweede termijn te zoeken, vooral met grotere aandacht voor zijn gezinsleven. In de loop der jaren is hij beter aan zichzelf gaan denken; hij stopte met roken en maakte minder uren achter zijn bureau.

Een paar maanden later, op 27 januari 2017, liet hij alle Amsterdammers via een brief op de gemeentesite weten dat er uitgezaaide longkanker is geconstateerd. Ook nu de sombere diagnose is vastgesteld, blijft hij werken. „Ik blijf nog graag een poosje uw burgemeester”, schrijft hij. Van der Laan houdt zich de komende maanden manmoedig overeind, wordt intussen meermaals geopereerd en leunt steeds meer op zijn ambtelijke staf en wethouders, ook tijdens zijn vakanties.

Een strijdlustige Van der Laan laat in de maanden daarna zien dat hij een enorme wilskracht heeft en zich niet zomaar neerlegt bij zijn ziekte. Hij is inderdaad minder vaak aanwezig bij vergaderingen, maar pikte de zaken die er écht toe doen nog uit en blijft op de achtergrond op de hoogte van alles wat er in de stad speelt. Tot op het laatst bleef hij fel: wie op zijn tenen ging staan of de burgemeester tergde, kreeg de wind van voren.

Afgelopen mei wist GroenLinks bijvoorbeeld het bloed onder de nagels van de toen al broze burgemeester te halen. GroenLinks wilde -gevoed door activisten- een motie indienen om de toch al barmhartige ’bed-, bad- en broodregeling’ van de stad te verruimen. Dan schiet de burgemeester uit zijn slof. Hij durft -en kan het zich permitteren- de argumenten van de partij als ’bedenkelijk’ te betitelen en vindt dat GroenLinks de overige aanwezigen op het verkeerde been zet. Hij ontraadt de motie ’furieus’ en de partij krijgt verbaal onderuit de zak. „De democratie brengt met zich dat u echt elke seconde van de dag mag proberen uw ideaal hier tot gelding te brengen”, oreerde Van der Laan in de raadszaal. „Maar als ik zie dat u, die ik heel hoog heb omdat u dat juist heel goed doet en omdat u heel intelligent bent, dat u dat doet op een manier waarbij u de raad op het verkeerde been zet, dan word ik kwaad. Dat mag ik vinden, hè. Dat is dan mijn recht.” Einde discussie.

Applaus

Typisch Van der Laan was ook de ’Amsterdamse oplossing’. Zo regelde hij een enorm videoscherm, muziek en een bus vol vuurwerk om zo de Turkse minister Fatma Kaya – die uiteindelijk in Rotterdam aankwam en daar met machtsvertoon werd tegengehouden – de loef af te steken. „Tijdens de bijeenkomst hadden we dan op groot scherm een vrolijk filmpje over Amsterdam afgespeeld”, zei de burgervader glimlachend tegen de gemeenteraad over zijn ’Amsterdamse oplossing’. De toespraak van Kaya zou bovendien overschaduwd worden door het vele vuurwerk dat Van der Laan geregeld had en zou worden afgestoken. „In die zin is het jammer dat ze bij Rotterdam afsloeg. Prachtige muziek, een schitterend Amsterdams filmpje, ik denk dat iedereen blij was geweest met die harmonieuze afloop.”

Ook tijdens de jaarlijkse lintjesregen was het Van der Laan – met zijn gebroken arm in de mitella – die acte de présence gaf, evenals bij de Nationale Dodenherdenking op de Dam. Hij zei daar dat als onverdraagzaamheid de kop opsteekt, dat moet worden bestreden zónder zelf onverdraagzaam te worden. Na de stilte volgt een hartverwarmend applaus voor de burgervader, die een arm om zich heen geslagen krijgt als hij wegloopt van het spreekgestoelte.

Lieve mensen

De maanden daarna bleef Van der Laan actief. Zo ontving hij in september koning Willem-Alexander voor een bezoek aan de Jordaan. Hoewel zijn gezondheid steeds verder achteruit holt (trapjes kon hij niet meer op en af) en hij aan het einde van het programma zichtbaar ’op’ is, loopt hij gearmd met de koning naar de dienstauto, om de dag samen af te sluiten met een glaasje rosé. In september is zijn gezondheid zo achteruit gegaan, dat Van der Laan noodgedwongen aan de hand van zijn woordvoerder naar zijn zetel in het collegevak strompelde. Met zachte stem vraagt hij zichzelf hardop af of hij wel stevig genoeg heeft opgetreden toen problemen bij de deradicalisatie-afdeling de kop opstaken. Het zal zijn laatste publieke optreden worden, voor hij zijn ’afscheidsbrief’ rondstuurt.

Van der Laan hoopte dat Amsterdam de lieve stad blijft die het is, zo vertelde hij op tv. Eerder zei hij in De Telegraaf: „Amsterdammers zijn, ik moet voorzichtig zijn, want ze horen het niet graag, in hun hart heel lieve mensen. Maar Amsterdam is niet van mij hoor! Ik mag het een tijdje heel voorzichtig beheren. Dat is alles.”

Lees meer over