Nieuws/Binnenland
54443643
Binnenland

Astrid Holleeder bezocht Peter R. de Vries nog in ziekenhuis

Bloemen, kaarsjes en steunbetuigingen aan Peter R. de Vries in de Lange Leidsedwarsstraat in het centrum van Amsterdam.

Bloemen, kaarsjes en steunbetuigingen aan Peter R. de Vries in de Lange Leidsedwarsstraat in het centrum van Amsterdam.

HILVERSUM - Astrid Holleeder heeft Peter R. de Vries nog in het ziekenhuis bezocht na de aanslag op zijn leven in juli. De wegens dreiging in volledige anonimiteit en afzondering levende zus van Willem Holleeder vertelde dat in een interview met RTL Boulevard. Het gesprek vond plaats ter gelegenheid van wat de 65e verjaardag van De Vries had moeten zijn.

Bloemen, kaarsjes en steunbetuigingen aan Peter R. de Vries in de Lange Leidsedwarsstraat in het centrum van Amsterdam.

Bloemen, kaarsjes en steunbetuigingen aan Peter R. de Vries in de Lange Leidsedwarsstraat in het centrum van Amsterdam.

In het gesprek vertelde Astrid Holleeder onder meer over de vriendschap die er tussen haar en de misdaadjournalist ontstond na het overlijden van haar zwager Cor van Hout. Van Hout was de man van zus Sonja Holleeder en net als Willem Holleeder een van de ontvoerders van biermagnaat Freddy Heineken. De Vries en Van Hout waren goed bevriend, en na de moord op Van Hout zorgde De Vries voor diens zoon en dochter. Door de jaren heen werd de band tussen de zussen en De Vries steeds hechter. Dat leidde er uiteindelijk toe dat ze met zijn hulp naar de politie stapten om over hun criminele broer te getuigen.

Op de avond van de moordaanslag op De Vries was Astrid als een van de eersten op de hoogte, zei ze. „We hadden de gewoonte om elkaar altijd te bellen als er iets was. Ben jij veilig? Ik was die avond alleen en ik kreeg het telefoontje. Ik meen dat het mijn neefje was. Dat er iemand was neergeschoten in de Leidsestraat.” Van haar beveiliger hoorde ze dat het De Vries was.

Astrid Holleeder kon haar vriend nog opzoeken in het ziekenhuis, ondanks haar beperkte vrijheid. „We hebben geluk gehad dat we Peter nog hebben mogen zien in het ziekenhuis.”