Nieuws/Binnenland
560268765
Binnenland

Andere bendeleden veroordeeld tot celstraffen tot 9 jaar

Celstraf voor Piet Costa als leider in zaak 'martelcontainer' Wouwse Plantage

Advocaat Jan-Hein Kuijpers met zijn cliënt Roger P. (Piet Costa) en op de achtergrond de officieren tijdens een eerdere zitting

Advocaat Jan-Hein Kuijpers met zijn cliënt Roger P. (Piet Costa) en op de achtergrond de officieren tijdens een eerdere zitting

AMSTERDAM - De leden van een criminele organisatie die tegenstanders wilde ontvoeren, gijzelen, martelen en doden in een zelfgebouwde onderwereldgevangenis, zijn door de rechtbank in Amsterdam veroordeeld tot gevangenisstraffen tussen de 1 en 9 jaar.

Advocaat Jan-Hein Kuijpers met zijn cliënt Roger P. (Piet Costa) en op de achtergrond de officieren tijdens een eerdere zitting

Advocaat Jan-Hein Kuijpers met zijn cliënt Roger P. (Piet Costa) en op de achtergrond de officieren tijdens een eerdere zitting

In februari eiste het Openbaar Ministerie twaalf jaar gevangenisstraf tegen de onbetwiste leider van de criminele organisatie die martelcontainers inrichtte om tegenstanders met geweld op de knieën te dwingen, Roger ‘Piet Costa’ P. Hij kreeg van de rechtbank uiteindelijk twee jaar en negen maanden opgelegd, omdat hij in april ook al is veroordeeld tot vijftien jaar cel in een drugszaak. De wet verbiedt het stapelen van straffen. Dit was het maximaal mogelijke voor de rechtbank in Amsterdam.

Twee verdachten hoorden straffen eisen van negen jaar en twee kregen er acht jaar. De rechtbank noemde het ,,schokkend” dat de verdachten vanwege een geldschuld bereid waren om het recht in eigen hand te nemen en de beoogde slachtoffers te martelen en mogelijk zelfs doden.

De zaak tegen een andere hoofdverdachte, Robin van O., werd eerder aangehouden. Hij is terminaal ziek.

Onderwereldgevangenis

De verdachten bouwden in een loods in Wouwse Plantage een onderwereldgevangenis en een martelkamer in zeven zeecontainers. De vondst ervan was in juni 2020 wereldnieuws.

Zes van de zeven zeecontainers waren ingericht als cellen, met een chemisch toilet en kettingen waaraan hand- en voetboeien konden worden bevestigd om iemand in gekruiste positie te ketenen.

In de zevende container stond een tandartsstoel, compleet met riemen om armen en benen vast te binden. In twee big shoppers vond de politie vingerklemmen, scalpels, klauwhamers, diverse tangen, een takkenschaar, takkenzaag, snoeischaar, gasbranders, tiewraps en ducttape. Ook stond er in de loods een vrieskist die groot genoeg was om meer dan één persoon in op te sluiten, een speciekuip die volgens het OM bedoeld was om slachtoffers te waterboarden en zwarte zakken met trekkoorden om over hoofden te trekken.

Allemaal spullen die ook voor onschuldige activiteiten kunnen worden gebruikt, aldus de rechtbank. Maar dat de verdachten er heel andere plannen mee hadden bleek uit onderschepte chats.

Politieuniformen

Zowel in Wouwse Plantage als in een loods in Rotterdam lagen ook gestolen politieuniformen, kogelvrije vesten en blauwe zwaailichten. Rotterdam was de uitvalsbasis voor het ‘arrestatieteam’ dat door de verdachten liefkozend werden aangeduid als het ‘A-team’, dat als taak had om de beoogde doelwitten op te pakken en naar Wouwse Plantage te brengen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

De martelkamer met de tandartsstoel

De martelkamer met de tandartsstoel

Omdat de recherche live meelas met de chats van de verdachten en ingreep, kon worden voorkomen dat er daadwerkelijk mensen met geweld zouden worden ontvoerd, opgesloten onder mensonterende omstandigheden en op barbaarse wijze mishandeld. De officieren van justitie noemden de vondst van de martelcontainers eerder ,,huiveringwekkend” en zeiden dat die ,,de achterkant van het recreatieve gebruik van cocaïne” aantoonde.

De inrichting van de martelcontainers vloeide voort uit een groot conflict binnen de drugswereld over verdwenen miljoenen. Het belangrijkste bewijs werd gevormd door zogenoemde Encrochats, versleutelde berichten die de verdachten elkaar stuurden. Die werden verzameld tijdens een hack door de Franse opsporingsdiensten, die zich ook uitstrekte over telefoontoestellen van Nederlanders. In tegenstelling tot de verdediging, vindt de rechtbank dat die chats wel degelijk mogen worden gebruikt als bewijs. Er is geen sprake van een inbreuk op de soevereiniteit van Nederland, omdat de autoriteiten op de hoogte waren, zegt de rechtbank. En behalve de verdachten zijn er geen andere mensen geschaad in hun belangen.