Nieuws/Binnenland
560401035
Binnenland

Onderzoek: straatdealers al veel langer een groot probleem

’Handhaving straathandel in Amsterdam must na deze lockdown’

Op het trottoir op de Eenhoornsluis tussen de Haarlemmerstraat en Haarlemmerdijk wordt gewaarschuwd voor straatdealers. Toch is de verwachting dat er na de lockdown weer jongeren uit Frankrijk, Duitsland en Engeland komen om drugs te gebruiken.

Op het trottoir op de Eenhoornsluis tussen de Haarlemmerstraat en Haarlemmerdijk wordt gewaarschuwd voor straatdealers. Toch is de verwachting dat er na de lockdown weer jongeren uit Frankrijk, Duitsland en Engeland komen om drugs te gebruiken.

Amsterdam - De mogelijke invoering van het ingezetenecriterium, waardoor buitenlandse gasten geen cannabis meer kunnen kopen in Amsterdamse coffeeshops, zorgt volgens critici voor een toename van straathandel. Uit cijfers van de driehoek - burgemeester, politie en het Openbaar Ministerie - blijkt echter dat de straathandel al jaren floreert. „Je zult streng moeten handhaven”, klinkt het vanaf de Wallen.

Op het trottoir op de Eenhoornsluis tussen de Haarlemmerstraat en Haarlemmerdijk wordt gewaarschuwd voor straatdealers. Toch is de verwachting dat er na de lockdown weer jongeren uit Frankrijk, Duitsland en Engeland komen om drugs te gebruiken.

Op het trottoir op de Eenhoornsluis tussen de Haarlemmerstraat en Haarlemmerdijk wordt gewaarschuwd voor straatdealers. Toch is de verwachting dat er na de lockdown weer jongeren uit Frankrijk, Duitsland en Engeland komen om drugs te gebruiken.

’Pssst! Pssst! Wil je kopen?” Iedereen die zich de afgelopen jaren wel eens op of rond de Wallen begaf, kan het beamen: straatdealers weten de sfeer op de Wallen te bepalen. Wie dacht dat drugsproblematiek na de jaren tachtig - toen de Zeedijk nog een van de gevaarlijkste straten van Europa was - uitgebannen is, heeft het mis. Uit cijfers van de driehoek blijkt dat straatdealen van neppe en echte drugs de afgelopen jaren een hoge vlucht nam.

Binnenstadsbewoners zien de dealers nog altijd opduiken in stegen, portieken en rond huizen. Ze hangen en dealen niet alleen, maar zijn ook agressief. Zo is er sprake van seksuele intimidatie naar bewoners, ondernemers, sekswerkers en passanten. „Hierdoor ontstaan gevoelens van onveiligheid of vermijdingsgedrag bij bewoners en bezoekers”, schrijft burgemeester Femke Halsema aan de gemeenteraad.

Vooral de laatste jaren is de dealerproblematiek in de oude binnenstad verergerd met als piek de periodes dat er veel ’feesttoeristen’ in de binnenstad waren, zo blijkt uit cijfers van de gemeente.

Bert Nap: „Je moet hard handhaven en tegelijkertijd een brede internationale campagne opstarten.”

Bert Nap: „Je moet hard handhaven en tegelijkertijd een brede internationale campagne opstarten.”

„Maar ook nu tijdens de coronapandemie kom je de straatdealers regelmatig tegen”, zegt binnenstadsbewoner Bert Nap. „Je zult zien, zodra de lockdowns iets versoepeld worden, komt een bepaald publiek uit Noord-Frankrijk, Duitsland en Engeland weer op de Wallen. Bij invoering van het ingezetenecriterium (waardoor alleen mensen met een Nederlandse nationaliteit of in Nederland woonachtig in coffeeshops softdrugs mogen kopen, red.) zal dat probleem zeker alleen maar verergeren”, zegt Nap.

Erbovenop

Toch hoopt hij dat het ingezetenecriterium, zoals in de rest van Nederland al jaren geldt, ook zo snel mogelijk in Amsterdam wordt ingevoerd. „Ja, als gevolg zullen eerst meer dealers verschijnen. Daarom moet je er als politie, gemeente en handhaving bovenop zitten. Je moet hard handhaven en tegelijkertijd een brede internationale campagne opstarten waarin duidelijk wordt dat Amsterdam niet meer de stad van seks, drugs en rock and roll is. Voor mensen moet duidelijk worden dat drugs niet de reden zijn om naar Amsterdam te komen.”

Theodoor van Boven over het ingezetenencriterium: „Het wordt een ramp voor de ondernemers en bewoners.”

Theodoor van Boven over het ingezetenencriterium: „Het wordt een ramp voor de ondernemers en bewoners.”

Als er bij de invoering van het ingezetenecriterium niet keihard wordt gehandhaafd, zal er een probleem ontstaan met de toename van dealers. „Het wordt een ramp”, zegt bewoner en ondernemer Theodoor van Boven uit de Warmoesstraat. „Niet alleen voor alle ondernemers, maar ook voor bewoners. Er komt een explosie aan dealers bij. Wij zijn bang dat de politie absoluut niet de capaciteit heeft om dat allemaal te kunnen handhaven”, voorziet hij. Namens meerdere ondernemersverbanden in de binnenstad - zogeheten ’BIZ’ - deelt Van Boven zijn zorgen.

Kritisch

Die vrees wordt gedeeld binnen diverse raadsfracties. Vooral D66, GL en SP uitten zich eerder kritisch op het plan van de burgemeester. Zij vrezen een grotere ondergrondse markt. Ook de Amsterdamse afdeling van Koninklijke Horeca Nederland stelt vragen. „De horeca is niet gebaat bij toeristen die voornamelijk stoned zijn, zich misdragen en overlast veroorzaken. We zien echter een verbod van wietverkoop aan buitenlandse toeristen via coffeeshops niet als de oplossing. Net als experts weten we dat dit een impuls is voor illegale straathandel”, stelt Eveline Doornhegge.

Maar wat binnenstadsbewoner Bert Nap betreft, is dat niet aan de orde. „Amsterdam is jarenlang voorloper geweest van het liberaliseringsbeleid. Daar zit ook een darkside aan. Amsterdam is door schade en schande wijzer geworden. Door het vele toerisme van de afgelopen jaren is er een hele industrie opgetuigd. Die heeft kritiek op de invoering van het ingezetenecriterium, maar wij als buurt hebben daar niet zoveel mee op. Er komt op die toeristische coffeeshops toch een bepaald publiek af dat we liever kwijt dan rijk zijn.”

Wat Halsema betreft wordt er, nog voor het ingezetenecriterium wordt ingevoerd, een nieuwe straatdealeraanpak geïntroduceerd. De focus bij die aanpak ligt in eerste instantie op de binnenstad en dan vooral op de Burgwallen Oude- en Nieuwezijde, de uitgaanspleinen en de tussenliggende gebieden. „Hier zijn de problemen met straatdealers het grootst en dit gebied is om die reden ook al jaren aangewezen als dealeroverlastgebied in de APV”, stelt Halsema in haar brief.

De driehoek heeft in kaart gebracht hoe groot het straatdealerprobleem is. Uit de cijfers blijkt dat tussen 1 januari 2017 en 31 december 2019 maar liefst 2.267 personen minimaal één keer als verdachte werden aangehouden voor het dealen van (nep)drugs in het Centrum. „In totaal pleegden deze personen in deze periode 4.724 straatdealdelicten in de Amsterdamse binnenstad. Meer dan de helft van hen is maar één keer aangehouden voor straatdealen en 11 procent vijf keer of meer”, blijkt uit de politiecijfers.

Nepdopehandel

Uit politieregistratie blijkt 95 procent van de nepdopehandel plaats te vinden in het Centrum. „Van de straatdealers is 66 procent op het moment van plegen ouder dan 23 jaar, dertig procent is jongvolwassen (18-23 jaar oud) en vier procent minderjarig.” Meer dan de helft van de straatdealers komt uit de regio Amsterdam. Van bijna een kwart is de woonplaats onbekend, volgens de politie wonen of zwerven in de praktijk de meesten van hen in Amsterdam. Een op de zeven straatdealers in Centrum heeft bovendien ook geweldsincidenten gepleegd. „Opvallend is dat deze personen gemiddeld jonger zijn dan de gehele groep straatdealers in Centrum.”

Om net als afgelopen zomer problemen met dealers te voorkomen, zal komende maanden al meer ingezet worden op handhaving door de gemeente en politie. Straatdealers die zich ’hinderlijk ophouden bij gebouwen’ kunnen, door een wijziging in de APV, sneller een gebiedsverbod opgelegd krijgen. „Door het toevoegen van hinderlijk ophouden bij gebouwen als grond voor een bestuurlijk gebiedsverbod, kan de politie effectiever en sneller optreden dat gepaard gaat met de kenmerken en/of handelingen van het straatdealen. In het verleden is dit een effectief middel gebleken om overlast van dealers tegen te gaan, bovendien is hiervoor relatief minder personele inzet van de politie nodig”, schrijft Halsema.

"’Wij zijn bang dat de politie de capaciteit niet heeft’"

Volgens bewoner en ondernemer Theodoor van Boven is het herinvoeren van dit artikel in de APV een goede stap. Hij heeft daar zelf voor gelobbyd, omdat de politie dat instrument miste. „Nu kan de politie alleen een boete geven van 94 euro. De dealers zien dat als ’onkosten’ en blijven gewoon staan. Een 24uursverwijderingsbevel heeft meer kracht. Dan kun je voor de rechter komen en dat willen dealers niet. Goed dat dit wordt heringevoerd, alleen jammer dat het zo lang moest duren.”

Van Boven wijst erop dat in de jaren ’80, toen ook veel dealerproblematiek bestond, hard werd ingegrepen. „Oude tijden herleven, ja. Toen werd het deal- en junkprobleem opgelost door het instellen van een Dijkverbod in combinatie met sociaal opvangplan voor de dealers en junks die een nieuw leven wilden beginnen. Alle oudere bewoners en ondernemers van het Centrum weten dat de gemeente en politie toen effectief hebben opgetreden. Dat gaat niet lukken met een verbod op de koop van cannabis aan buitenlandse toeristen. Iedere Nederlander kan het wel legaal kopen en er zullen hoe dan ook mensen zijn die de verleiding niet kunnen weerstaan om het door te verkopen.”

Lik-op-stuk

Volgens Halsema moet de nieuwe aanpak leiden tot meer lik-op-stukbeleid. Samen met het Openbaar Ministerie zal worden ingezet op een slimmere en gerichtere inzet via het strafrecht met als gevolg dat verdachten al binnen enkele weken voor een rechter moeten verschijnen.

Kwetsbare straatdealers worden bovendien sneller naar zorg- of hulpverleners gestuurd. „Indien het aanbod wordt geweigerd zal alsnog het gebiedsverbod worden opgelegd.” Daarnaast komt er een campagne om bewoners en ondernemers te stimuleren overlast van straatdealers te melden. „Uit een eerdere pilot is gebleken dat de inzet van straatcoaches in de binnenstad zinvol is bij het herkennen van jonge straatdealers en het analyseren van de straatdealerproblematiek. De straatcoaches kunnen ook vaststellen dat nieuwe kwetsbare jongeren zijn gestart met straatdealen.”