Nieuws/Binnenland
563038068
Binnenland

OM eist 18 jaar in cold case verdwenen Amsterdammer

Tekening van de 50-jarige Ad K. en de 60-jarige Fred T. in de rechtbank tijdens de behandeling van de coldcasezaak rond de in 2002 verdwenen Patrick van Dillenburg.

Tekening van de 50-jarige Ad K. en de 60-jarige Fred T. in de rechtbank tijdens de behandeling van de coldcasezaak rond de in 2002 verdwenen Patrick van Dillenburg.

AMSTERDAM - Het Openbaar Ministerie heeft dinsdag in hoger beroep voor het gerechtshof in Amsterdam achttien jaar cel geëist tegen de 52-jarige Ad K., die wordt verdacht van de moord op Patrick van Dillenburg en het laten verdwijnen van diens lichaam. Het slachtoffer verdween op 2 januari 2002 en is sindsdien spoorloos gebleven. In 2016 startte de politie een hernieuwd onderzoek naar de verdwijning.

Tekening van de 50-jarige Ad K. en de 60-jarige Fred T. in de rechtbank tijdens de behandeling van de coldcasezaak rond de in 2002 verdwenen Patrick van Dillenburg.

Tekening van de 50-jarige Ad K. en de 60-jarige Fred T. in de rechtbank tijdens de behandeling van de coldcasezaak rond de in 2002 verdwenen Patrick van Dillenburg.

De rechtbank sprak K. vorig jaar vrij. Ook een medeverdachte ging vrijuit. Hij is inmiddels overleden. Het OM, dat celstraffen van zeventien jaar tegen het duo had geëist, tekende beroep aan tegen de vrijspraak.

In het coldcase-onderzoek zette de recherche onder meer undercoveragenten in. Zij knoopten banden aan met K. en zijn vriendin. K. vertelde tijdens dat contact dat hij en de medeverdachte Dillenburg door het hoofd hadden geschoten en zijn lichaam door een shredder hadden gehaald. De aanleiding zou een ruzie over drugs zijn geweest.

Na zijn arrestatie verklaarde K., destijds verslaafd aan harddrugs, dat dat verhaal helemaal niet klopte. Hij zou het hebben verzonnen vanwege onder meer financiële beloften van de undercoveragenten.

Mr. Big-methode

Volgens de rechtbank was er door de undercovers ongeoorloofde druk op K. uitgeoefend en kon zijn bekentenis niet als bewijs dienen. Het OM bestrijdt die lezing. Volgens justitie is er geen gebruik gemaakt van de zogeheten Mr. Big-methode, waarbij met een verzonnen verhaal wordt geprobeerd het vertrouwen van een verdachte te winnen en hem een misdaad te laten opbiechten. K. is zelf met zijn verklaring gekomen, aldus het OM, niet onder druk gezet en niets beloofd.

Tijdens het hoger beroep is er aanvullend onderzoek gedaan. Zo is er - tevergeefs - opnieuw gezocht naar een teken van leven van Van Dillenburg. Ook is een nieuwe belastende melding onderzocht die in 2021 bij de politie is gedaan. Daaruit blijkt, aldus het OM, dat het slachtoffer en verdachten in een drugsconflict verwikkeld waren geraakt. Volgens justitie past een en ander in het verhaal dat K. aan de undercovers heeft verteld.