Nieuws/Binnenland
587901094
Binnenland

Oudste nog levende Ridder Militaire Willems-orde

Oorlogsheld Kenneth Mayhew (104) overleden

Kenneth Mayhew speelde een heroïsche rol bij de bevrijding van Nederland.

Kenneth Mayhew speelde een heroïsche rol bij de bevrijding van Nederland.

AMSTERDAM - De oudste nog levende Ridder Militaire Willems-orde Kenneth Mayhew is niet meer. De Britse veteraan overleed op 104-jarige leeftijd thuis in Norfolk.

Kenneth Mayhew speelde een heroïsche rol bij de bevrijding van Nederland.

Kenneth Mayhew speelde een heroïsche rol bij de bevrijding van Nederland.

Mayhew was een boerenzoon die zich direct na het uitbreken van de oorlog meldde bij het leger. Aan de befaamde militaire academie van Sandhurst volgde hij een officiersopleiding. Als onderdeel van het Suffolk regiment maakte de jonge luitenant zowel D-day als de zware gevechten later tijdens de Franse campagne rond Caen mee.

Na promotie tot kapitein nam Kenneth Mayhew deel aan de operatie Market Garden in ons land. Hij raakte twee keer gewond tijdens gevechten rond Weert, maar bleef terugkeren bij zijn onderdeel. Zo kon hij deelnemen aan de fel bevochten bevrijding van Overloon en Venray. Pas na de derde maal dat hij gewond raakte, werd de ridder in februari 1945 geëvacueerd naar Groot-Brittannië waar hij het einde van de oorlog meemaakte.

Voor zijn bijdrage aan de slag om Venray en Overloon werd Mayhew geridderd. Hij had – zo staat er in het koninklijk besluit hem deze onderscheiding toe te kennen – ‘tijdens de gevechten ter bevrijding van het bezette Nederlandsche grondgebied zich onderscheiden door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw. Daarbij herhaaldelijk blijk gegeven van buitengewone plichtsbetrachting en groot doorzettingsvermogen, en in alle opzichten, door een loffelijk voorbeeld, een inspiratie geweest voor allen in die roemvolle dagen.’

Contact

De Brit verliet direct na de oorlog het leger en werd ondernemer. Hij verkocht kunstmest en begon een transportbedrijf. Met het land dat hem zijn hoogste militaire onderscheiding toekende hield Mayhew volgens kanselier van het Kapittel der Militaire Willems-Orde Henk Morsink tot in de jaren tachtig nauw contact. Hij kwam naar herdenkingen en bezocht onder andere bijeenkomsten van prins Bernhard. Na een verhuizing kwam Mayhews nieuwe adres niet goed door bij Defensie en stokte het contact. Niemand wist het zeker, maar het vermoeden bestond dat de ridder in stilte was overleden.

Toen hij in 1994 in Venray bij een herdenking werd gespot terwijl hij zijn onderscheiding droeg, werd het contact hersteld. Tot ieders grote genoegen, volgens generaal-majoor b.d. Morsink. Hij leerde hem kennen als een bijzonder bescheiden mens en zag dat de veteraan er enorm van genoot weer in Nederland te zijn met zijn oude makkers. Via het kapittel werd Mayhew ook weer uitgenodigd voor plechtigheden waar hij als drager van de onderscheiding volgens protocol een belangrijke gast was.

Er was een goede verstandhouding met de volgende generaties militairen.

Er was een goede verstandhouding met de volgende generaties militairen.

Zo was de Brit aanwezig bij de ridderslag van commando Gijs Tuinman. Hij had met hem en zijn collega Marco Kroon een goed contact. Kroon zegt erg verdrietig te zijn nu de Brit er niet meer is. ,,Kenneth was als één van de mannen die 6 juni 1944 echt op Sword Beach stonden mijn held. Hij was tegelijkertijd warm en altijd vrolijk. Ik kan niet geloven dat hij er niet meer is, maar ik ben erg dankbaar en trots dat ik hem heb gekend. Mijn troost is dat hij er zelf klaar voor was. Hij had er vrede mee.”

Generaal Morsink constateert dat met Mayhews overlijden de oude generatie ridders uit de Tweede Wereldoorlog en de periode er kort na niet meer is. ,,Gelukkig heeft Kenneth Mayhew nog veel contact kunnen hebben met de nieuwe ridders. De verstandhouding met hen was goed. Je zag dat ze elkaar begrepen, ook al kwamen ze uit andere tijden. Dat vond ik mooi. Hij vervulde een brugfunctie tussen zijn generatie en de volgende. Het is iets wat hij met veel plezier en inzet tot het einde toe heeft gedaan.”