Nieuws/Columns

Mexico-Stad

Hypocrisie

Eén lange menselijke ketting van vlees en bloed verschijnt vandaag langs het hoge stalen hekwerk op de Amerikaanse zuidgrens in Tijuana. Mexicaanse politici demonstreren zo tegen het plan voor de nieuwe Muur van Donald Trump. Ook andere grenssteden zoals Nogales en Ciudad Juarez krijgen bezoek van senatoren die de handen ineen slaan met grensbewoners. Aardig natuurlijk.

Bijna net zo ontroerend als president Enrique Peña Nieto die onlangs vanuit zijn residentie Los Pinos naar het vliegveld van Mexico-Stad zoefde, om er in een aparte hangar honderden ‘gedeporteerde’ (zoals men dat hier noemt) illegale Mexicanen uit de VS te verwelkomen. Als een hart onder de riem. Peña Nieto beloofde de terugkomers een beurs om op hun geboortegrond een nieuwe start te maken.

Prachtig natuurlijk. Maar waar waren deze open armen van de Mexicaanse overheid toen bijna drie miljoen Latinos in opdracht van Obama als grof vuil over de grens werden gezet? Toen kregen migranten geen knuffel van de president, maar werden ze, compleet gedesoriënteerd, zelfs slachtoffer van mishandeling en afpersing door politieagenten in Tijuana, Mexicali of Juarez. Geen politicus die zich er toen aan stoorde.

En dan vergeten we voor het gemak dat in het zuiden van Mexico exact hetzelfde gebeurt als in de Verenigde Staten. Douane, politie en leger pakten vorig jaar 143.000 illegale Centraal-Amerikanen op. Allemaal kregen ze een enkeltje huiswaarts. Tot nu toe echter geen Mexicaanse parlementariër die oproept tot een ‘menselijke muur’ tegen de vaak hardhandige behandeling van Guatemalteken en Hondurezen.

Mi casa es su casa – ‘mijn huis is uw huis’ – luidt het spreekwoord. Als het zo uitkomt. Want zonder Trump hadden Mexicaanse politici misschien nog steeds amper omgekeken naar de niet aflatende stroom deportados vanuit de Verenigde Staten.