Nieuws/Binnenland
622473421
Binnenland

VVD: ’Radicaal na vrijlating in de gaten houden’

Den Haag - Gevaarlijke radicalen moeten na vrijlating uit de gevangenis in de gaten kunnen worden gehouden of in het uiterste geval weer opgesloten worden. Dat stelt VVD-Kamerlid Yesilgöz.

Op dit moment kunnen veroordeelden voor een gewelds- of zedendelict na hun vrijlating nog een vorm van toezicht door de reclassering opgelegd krijgen als deskundigen denken dat iemand weer de fout in gaat. Dat kan door bijvoorbeeld een enkelband of meldplicht. Dat is niet mogelijk bij extreemlinkse, rechts-radicale of moslimterroristen die zijn veroordeeld voor bijvoorbeeld lidmaatschap van een terreurclub.

Tikkende tijdbommen

Deskundigen waarschuwen al langer dat dit soort types na het uitzitten van hun straf niet altijd genezen zijn van radicale ideeën en soms nog steeds een gevaar vormen. Maar dit soort tikkende tijdbommen kunnen na het verblijf in de bajes wel weer gewoon ongestoord de straat op.

Regeringspartij VVD vindt dat onbestaanbaar. „Als een straf is uitgezeten zegt dat niet automatisch dat het radicale gedachtegoed weg is. Als deskundigen oordelen dat iemand nog steeds een gevaar voor de samenleving is moeten we daar iets tegen kunnen doen”, vindt Kamerlid Dilan Yesilgöz.

Doelgroep uitbreiden

De liberalen willen de ‘doelgroep’ van de zogeheten Wet Langdurig Toezicht daarom uitbreiden. Verder zou het ook mogelijk moeten worden om mensen in het uiterste geval weer op te sluiten.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid stelt dat de problematiek die Yesilgöz schetst al de volle aandacht krijgt van het kabinet, en ook breder dan alleen bij terrorisme.

’Kabinet deelt het gevoel’

„Het kabinet deelt ook het gevoel dat het voor de veiligheid van Nederland goed zou zijn als we op sommige veroordeelden toezicht zouden kunnen blijven houden en, mocht dat noodzakelijk zijn, hen zouden kunnen vasthouden”, zegt een woordvoerster namens ministers Dekker (Rechtsbescherming) en Grapperhaus (Justitie). „Tegelijkertijd is dit ingewikkelde materie en bestaat hier geen pasklare oplossing voor. Deze verkenning moet zorgvuldig gebeuren, en zodra het kabinet dit heeft afgerond, wordt de Tweede Kamer geïnformeerd.”