Nieuws/Binnenland
635834308
Binnenland

CNV: twee miljoen werkenden redden het niet tot hun pensioen

Veel werkenden zitten klem in een te zware baan. Ze redden het niet tot hun pensioenleeftijd, maar kunnen ook niet overstappen naar minder zwaar werk.

Veel werkenden zitten klem in een te zware baan. Ze redden het niet tot hun pensioenleeftijd, maar kunnen ook niet overstappen naar minder zwaar werk.

DEN HAAG - Ruim de helft van het aantal werkenden is niet in staat hun huidige werk tot de pensioenleeftijd te verrichten. 78 procent wil gebruikmaken van een regeling om eerder te stoppen. Dat blijkt volgens CNV uit onderzoek onder ruim 2200 leden boven de 45 jaar die zowel in de publieke als de private sector werken.

Veel werkenden zitten klem in een te zware baan. Ze redden het niet tot hun pensioenleeftijd, maar kunnen ook niet overstappen naar minder zwaar werk.

Veel werkenden zitten klem in een te zware baan. Ze redden het niet tot hun pensioenleeftijd, maar kunnen ook niet overstappen naar minder zwaar werk.

Reden voor de vakbond de overheid op te roepen haast te maken met regelingen die eerder stoppen met werk mogelijk maken. „Zeker twee miljoen werkenden redden het niet tot hun pensioen. Tegelijkertijd moeten we ook steeds langer doorwerken. Dit maatschappelijk vraagstuk vraagt om een oplossing die verder gaat dan het huidige pleisters plakken. Het is vijf voor twaalf. Als we niets doen, dreigt straks een grote uitval van honderdduizenden mensen die hun pensioen niet redden”, zegt Patrick Fey, vicevoorzitter CNV en pensioenonderhandelaar.

Fey wijst erop dat In het pensioenakkoord van 2019 de sociale partners de RVU-regeling (Regeling Vervroegd Uittreden) overeenkwamen. Maar 63 procent van de ondervraagden vindt het nettobedrag (1200 euro per maand) dat ze overhouden om zo vroegtijdig te stoppen te laag. Ruim de helft (55 procent) geeft bovendien aan dat hun werkgevers terughoudend zijn om mensen eerder met pensioen te sturen,

Een kwart van de ondervraagde leden wil graag overstappen naar een baan met minder zwaar werk, maar de helft van hen zegt dat de werkgever daaraan niet wil meewerken. Volgens 77 procent zou er bovendien geen mogelijkheid zijn zich om te scholen naar andersoortig werk. „Veel werkenden zitten klem in een te zware baan. Ze redden het niet tot hun pensioenleeftijd, maar kunnen ook niet overstappen naar minder zwaar werk. Ook werkgevers moeten dus aan de bak. We roepen hen op om te investeren in de duurzame inzetbaarheid van hun medewerkers. Veel werknemers boven de 50 jaar hebben een schat aan ervaring en zijn van grote waarde voor een bedrijf. Het is zonde als deze groep te vroeg uitvalt na een leven lang hard werken”, stelt Fey.

Twee derde van de ondervraagden vindt dat mensen met pensioen moeten kunnen gaan na 45 jaar te hebben gewerkt. Fey: „Eerder stelden de sociale partners dit ook voor. De minister voelt daar niet voor. Het zou onuitvoerbaar en onbetaalbaar zijn. Maar met deze cijfers is een oplossing voor deze problematiek onontkoombaar.”

De vicevoorzitter haalt aan dat in België de minister van Pensioen voorstelt om na 42 jaar werken, op 60-jarige leeftijd, met pensioen te gaan. „Wat in Nederland onuitvoerbaar en onbetaalbaar is, kan in België blijkbaar wel. Het zou mooi zijn als Nederland het voorbeeld van België volgt en werkenden een fatsoenlijke oude dag gunt.”