Nieuws/Buitenland

Heel Spanje in spanning voor oordeel rechter

Zwager Spaanse koning de cel in?

Door Hilde Postma

Iñaki Urdangarin, man van princes Cristina van Spanje

Iñaki Urdangarin, man van princes Cristina van Spanje

REUTERS

PALMA - De rechtbank beslist om half elf over het lot van de zwager van de Spaanse koning.

Iñaki Urdangarin, man van princes Cristina van Spanje

Iñaki Urdangarin, man van princes Cristina van Spanje

REUTERS

Wordt Iñaki Urdangarin, de zwager van de Spaanse koning, vanochtend wel of niet in de boeien geslagen en direct afgevoerd naar de gevangenis? De vraag houdt heel Spanje bezig – en alle Spanjaarden wachten op het oordeel van de rechtbank in Palma. Ze discussiëren er ook over. Bijvoorbeeld in praatprogramma’s, zoals op de nationale zender RTVE, en op de radio. Of gewoon in de straten, zoals in Barcelona, op de bankjes in de parken. Daar zegt Albert Alvarez verontwaardigd: „Celstraffen en anti-corruptiewetten gelden toch net zo goed voor leden van het Koninklijk Huis? Of toch juíst voor hen: zij moeten immers het goede voorbeeld geven? En de rechtbank heeft hen toch veroordeeld? Hoe kunnen we vertrouwen hebben in dit land als de leiders of leden van het Koninklijk huis een andere behandeling krijgen? Hoe erg is het als iemand miljoenen in zijn zak steekt, en een deel van het volk, voor wie het geld eigenlijk bestemd is, honger lijdt?”

Hij verwoordt daarmee de mening van heel veel Spanjaarden. Heel Spanje was immers geschokt toen tien jaar geleden de zaak, die bekend werd als ’caso Nóos’, aan het licht kwam. Die kwam erop neer dat Iñaki Urdangarin, de man van Infanta Cristina, en zijn zakenpartner Diego Torres, minstens zes miljoen aan publiek geld bestemd voor publieke evenementen in hun eigen zak staken. De verontwaardiging hierover was groot – temeer omdat Spanje in de jaren erna in een diepe crisis belandde. En dus zit heel het land vanochtend aan de buis gekluisterd, als om half elf duidelijk wordt wat het directe lot is van Iñaki Urdangarin, de zwager van Koning Felipe VI - en de vroeger zo populaire ex-handbalinternational.

De rechtbank veroordeelde hem afgelopen week in ’caso Nóos’ tot een gevangenisstraf van zes jaar en drie maanden, vanwege fraude, witwassen, verduistering van publiek geld en misbruik van zijn koninklijke connecties. Tegen zijn zakenpartner Diego Torres werd een celstraf van achtenhalf jaar geëist. Maar de vraag is wat er met de twee gaat gebeuren in afwachting van het hoger beroep, dat de komende maanden zal dienen voor de Hoge Raad.

In het ergste geval beslist de rechtbank straks om half elf achter gesloten deuren dat de twee meteen in de handboeien worden geslagen – en in een politieauto worden afgevoerd naar een Spaanse gevangenis. Volgens verschillende Spaanse media zal dit gaan om een gevangeniscomplex in Badajoz, in de deelstaat Extremadura. Maar Spaanse juristen achten die kans klein, gezien de persoonlijke omstandigheden van Urdangarin en zijn voormalige compagnon. Verder is er ook nog de mogelijkheid dat Torres en Urdangarin huisarrest krijgen, of dat hun paspoort wordt afgenomen, om te voorkomen dat ze het land verlaten, in afwachting van het hoger beroep. In dat geval zullen ze moeten tekenen om hun straf uit te zitten in het geval dat het hof dit bekrachtigt. Ook bestaat er de mogelijkheid dat ze zich van tijd tot tijd bij de rechtbank moeten melden.

Waarschijnlijk zal anti-corruptieaanklager Pedro Horrach - als hij niet vraagt om onmiddellijke opsluiting van de twee - aansturen op een ’vermijdbare gevangenisstraf’ met borgtocht. Dat houdt in dat Iñaki Urdangarin en Diego Torres een fikse som zullen moeten betalen om de definitieve uitspraak van de Hoge Raad in vrijheid te kunnen afwachten, buiten de muren van de cel.

Dit scenario lijkt het meest waarschijnlijke. Ook Horrach heeft er de afgelopen dagen enkele malen op gezinspeeld dat er rekening moet worden gehouden met de persoonlijke situatie van de verdachten.

Het stemt velen in Spanje bitter. Zoals Natalia Moreno het verwoordt: „Waarom moeten deze criminelen anders worden behandeld dan anderen? Want dat zijn het – of ze nou bij het Koninklijk Huis horen of niet. De regering kan wel zeggen: iedereen is voor de Spaanse wet gelijk. Maar als het zou gaan om een fabrieksarbeider, had hij allang achter de tralies gezeten.”

Lees meer over

Door Hilde Postma