Nieuws/Binnenland

Asiel en bijstand hand in hand

Asielzoekers komen voor het merendeel in de bijstand terecht, maar ook het aandeel van Turkse en Marokkaanse Nederlanders is procentueel groot onder de 481.000 mensen die eind 2014 een dergelijke uitkering kregen. Van de asielzoekers spannen Somaliërs de kroon.

Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van onderzoek naar bijstandsuitkeringen naar nationaliteit.

Bijna zeven van de tien volwassen Somaliërs krijgen zo’n uitkering. Van de voormalige asielzoekers met een Syrische, Iraakse of Eritrese nationaliteit zit ruim de helft in de bijstand. Polen scoren het best. Ze doen amper een beroep op deze sociale voorziening.

Het overgrote deel van de uitkeringen gaat naar Nederlanders van achttien jaar en ouder, ook van landgenoten met een dubbele nationaliteit. Dan gaat het om 400.000 mensen.

Taal is handicap

Het CBS becijferde dat van de 12,8 miljoen volwassen Nederlanders 3 procent leeft van een bijstandsuitkering. Van de 721.000 volwassenen die niet de Nederlandse nationaliteit hebben, zit 11 procent in de bijstand.

Uit de cijfers blijkt dat Somaliërs, Irakezen, Syriërs, Afghanen, Iraniërs en Eritreeërs, die een verblijfsvergunning hebben gekregen, het vaakst in de bijstand zitten. Het CBS: „Hun afstand tot de arbeidsmarkt is relatief groot, gezien het percentage dat de taal niet (voldoende) machtig is en het aandeel dat geen, een lage of een niet-aansluitende opleiding heeft. Ook speelt de aanleiding voor hun vlucht een rol, zoals oorlog of vervolging in eigen land.”