Nieuws

INGEZONDEN BRIEF

Stop pleziervaarders 'bashen'

Deze week staan de media bol van ‘pleziervaarders bashen’. Aanleiding zijn uitlatingen van de Rotterdamse havenmeester René de Vries die terecht jachtvaarders beticht van onverantwoord varen in het Rotterdamse havengebied.

De Vries is het zat en gaat forse bekeuringen uitdelen. Maar onze havenmeester is ongenuanceerd kort door de bocht met zijn uitlatingen, althans zo komt het in de media over.

Zo wordt elke jachtschipper over één kam geschoren, overtredingen makende beroepsvaart buiten schot gehouden en achterhaalde regelgeving niet ter discussie gesteld.

Geen stimulans voor de aspirant jachtschipper in deze tijd van achteruitgang in de watersport. En waarom steekt dit probleem juist nu de kop op? Het is Rotterdam zelf dat ‘pleziervaart’ in zijn wereldhaven stimuleert door onlangs weer een jachthaven in het centrum te realiseren.

Het is juist dat veel jachtvaarders, een volwassener betiteling dan pleziervaarders, de regels niet kennen of toepassen. Een van de oorzaken is het belabberde opleidingsniveau.

Zo bestaat voor het gros van de vloot (te klein, te langzaam) geen verplicht vaarbewijs. En wanneer er al een verplichting is, dan is geen sprake van een praktijkexamen. Zo’n verplichting wordt door veel watersporters en hun organisaties uit de tijd van vrijheid en blijheid tegengehouden.

Het is ook juist dat beroepsvaarders, zeeschepen en binnenvaart, talrijke gevaarlijke overtredingen maken. Kijken wij naar de berichtgeving over ernstige ongevallen door onderlinge beroepsvaart aanvaringen, dodelijke ongelukken, dronkenschappen en aanvaringen met bruggen en andere kunstwerken.

Het aantal ongevallen van beroepsvaart met jachtvaart steekt daarbij gunstig af, hoewel ook hier doden zijn te betreuren. Zo voer een binnenvaartschip te hard door het Prinses Margrietkanaal en ramde daarbij een jacht waarbij doden te betreuren waren. De camera met zicht op de dode hoek stond niet aan.

Onlangs voer een groot binnenvaartschip zes meter de Oostvaardersdijk op. Vorige week nog ramde een vrachtschip een brug in het Eemskanaal. De brug zal wekenlang buiten bedrijf zijn. Reden van dit brokkenmaken zou bezuiniging op de bedrijfsvoering kunnen zijn van de veelal ‘pap en mum’ bedrijfjes in de binnenvaart, maar ook de steeds grotere omvang van de schepen in ons vaak nauwe vaarwater.

En dan de antieke regelgeving. Stuurboordvaarders hebben voorrang. Oplopers wijken uit. Zo schrijven de regels voor. Groot of klein, plezier of geen plezier, maakt niet uit. Achterhaalde, voor verwarring zorgende regels. Op het steeds drukker wordende vaarwater, dat ook nog eens immer kleiner wordt en de schepen groter, werkt dit niet zonder meer.

Zo zou beroeps- en jachtvaart veel meer gescheiden moeten worden dan nu het geval is, waarbij het niet vanzelfsprekend is dat beroepsvaart prioriteit krijgt. Dan is er de snelheidslimiet die op grote delen van ons vaarwater niet bestaat. Wanneer iemand zin heeft in 5 minuten van Muiden naar Volendam over het Markermeer te racen, dan weerhoudt geen regel hem daar van.

Een ander voorbeeld van achterblijvende regelgeving is de situatie op het IJssel-, Marker- en IJmeer. Een groot deel van de Nederlandse- en Duitse zeilsporters bevaart dit unieke zeilwater. Beroepsvaart gaat daar kriskras doorheen, want veel beroepsschippers houden zich niet aan vaargeulen en markeringstonnen.

En in het licht van toekomstige beroepsvaart-ontwikkelingen op deze meren zoals de containerhaven Lelystad, overslaghaven Oude Zeug, giga zandzuigerij onder Gaasterland en het windmolenpark voor de Friese kust, wordt de wirwar vanzelf complexer.

Maar het vreemde is dat watersporters zelf geen oren hebben voor verplichte beroepsvaartroutes in dit gebied. Het zou ook hun eigen zaak kunnen schaden. Kortom, De jaarlijks 2 miljard euro aan de Nederlandse economie bijdragende ‘pleziervaart’ verdient de Rotterdamse veeg uit de pan niet en moet, ook al gezien dit economisch belang, serieus worden genomen door een integrale aanpak waarbij alle genoemde partijen en zaken eindelijk eens tegen het licht worden gehouden.