Nieuws/Binnenland
67816669
Binnenland

Amsterdam overweegt excuses slavernijverleden

Minister Ollongren bij het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark.

Minister Ollongren bij het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark.

AMSTERDAM - De gemeente Amsterdam overweegt excuses te maken namens de hoofdstad voor het slavernijverleden. Verantwoordelijk wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) zegt dat het college van burgemeester en wethouders „welwillend” staat tegenover een initiatiefvoorstel hierover van een meerderheid van de gemeenteraad.

Minister Ollongren bij het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark.

Minister Ollongren bij het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark.

Zijn woordvoerster bevestigt een bericht hierover in Het Parool. De gemeente gaat het komende jaar de exacte rol onderzoeken van de gemeente Amsterdam in de slavernijgeschiedenis. „Als je excuses maakt, moet je wel weten waarvoor precies”, zegt Groot Wassink in de krant.

In het voorstel roepen de Amsterdamse fracties van DENK, GroenLinks, BIJ1, ChristenUnie, PvdA, SP en D66 op om volgend jaar bij de herdenking van het slavernijverleden op 1 juli excuses te maken namens de hoofdstad. „Het maken van excuses stelt een bepaalde moraal als norm voor de samenleving”, schrijven de fracties. „De excuses en het eerherstel zijn noodzakelijk om een gezamenlijke toekomst te kunnen opbouwen, waarin een ieder gelijkwaardig is.” Het voorstel eindigt met: „Het is tijd om de steen die te lang is blijven liggen, en waarover de Nederlandse gemeenschap al generaties lang struikelt, weg te nemen.”

Gevoelig

Het aanbieden van excuses ligt gevoelig. Vorig jaar deed de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb tevergeefs een oproep aan het kabinet die excuses te maken. De eerder uitgesproken woorden van „diepe spijt en berouw” die het voorgaande kabinet uitsprak „blijven gelden”, luidde de reactie.