Nieuws/Wat U Zegt

Stemmers: ’Immateriële schade moeilijk aantoonbaar’

Rijk en NAM delen schuld

1 / 2

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) moet de gedupeerde Groningers compenseren voor hun opgelopen bevingsschade, vindt ruim driekwart van de stellingdeelnemers. „Maar de overheid treft zélf ook veel blaam.”

1 / 2

De NAM werd afgelopen dinsdag door de rechtbank in Assen ook aansprakelijk geacht voor immateriële schade bij Groningers uit het gaswinningsgebied. Velen kampen met lichamelijke en psychische klachten, gelieerd aan de aardbevingsschade. Bij drie op de vier deelnemers is daar begrip voor: „Machteloosheid en je niet serieus genomen voelen zorgt voor stress”, stelt iemand zich voor. „Deze kan zich in vele vormen openbaren: angst, verdriet, pijn en onverklaarbare klachten.”

Doordat de NAM én de overheid zo lang hebben gedraald met schadevergoedingen voor verzakte huizen en gescheurde muren, krijgen ze de claims voor immateriële schade er nu bij, zo stellen veel lezers. „Als ze niet zo lang hadden geprobeerd om onder de verantwoordelijkheid vandaan te komen, was de stress lang niet zo groot geweest. Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten”, vindt een van hen.

Want dat de overheid in tegenstelling tot de NAM niet aansprakelijk is gesteld, vindt ruim 80 procent oneerlijk. „De NAM is niet de enige zondebok”, merkt iemand op. „Ook de overheid, maar eigenlijk wij allen, hebben meegeprofiteerd van de opbrengsten uit gaswinning. Oók de Groningers.” De overheid moet daarom samen met de NAM de beurs trekken voor de grootste materiële schade, vindt een ander: „Maar immateriële schade wordt de mensen aangepraat. Dus daar moeten ze niet aan beginnen.”

Het kunnen aantonen van immateriële schade wordt wel een probleem, verwacht bijna de helft van de respondenten. „Hoe is dit te meten?” Eenzelfde hoeveelheid denkt wel dat de psychische en lichamelijke gevolgen voor bevingsslachtoffers in geld zijn uit te drukken. De verdeeldheid is mede ingegeven door het vermeende misbruik in het verleden, bij het indienen van schadeclaims.

Zo schrijft iemand: „Onterechte claims werkten vertragend voor de daadwerkelijk gedupeerden. Daardoor heeft de NAM onterecht een verkeerde naam gekregen.” Ook een ander vreest: „Een regeling zal leiden tot veel misbruik.” En: „Het is afschuwelijk om met de wetenschap te moeten leven dat je huis misschien instort en/of dat het onverkoopbaar blijkt, maar ik heb de stellige indruk dat sommige Groningers hun psychische leed overdrijven om er een slaatje uit te slaan.”

Een ruime meerderheid van de deelnemers verwacht dat de NAM in hoger beroep zal gaan. Maar niet omdat dit terecht is; ruim 80 procent vindt namelijk dat de Groningers al veel te lang aan het lijntje worden gehouden en dat eerdere excuses niet volstaan. Meer dan de helft vindt dat de overheid de NAM en de burgers nader tot elkaar moet brengen om tot een overeenkomst te komen.

Zo concludeert een van de stemmers: „De overheid en de NAM hebben steeds hun eigen belang voorop gesteld. Het had hen gesierd om vanaf de start hun verantwoordelijkheid te nemen. Dat kan hersteld worden door niet in hoger beroep te gaan en zich alsnog fideel op te stellen, de gevolgen van de boringen voor huiseigenaren te accepteren en hen marktconform te compenseren.”

Eline Verburg

POPULAIRE VIDEO'S