Nieuws/Binnenland

Nieuwe stap in strijd toelating kind met down

Archiefbeeld

Archiefbeeld

Hollandse Hoogte

UTRECHT - Mag een basisschool kinderen met een beperking of handicap weigeren of moet een school zo’n kind altijd toelaten en voor passende ondersteuning zorgen? Die vraag leggen de ouders van Kubo op 8 maart voor aan het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. De dertienjarige jongen heeft het downsyndroom en werd in groep 7 van school verwijderd.

Archiefbeeld

Archiefbeeld

Hollandse Hoogte

Met de zaak van Kubo wordt voor het eerst het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap op tafel gelegd. Vorig jaar bekrachtigde Nederland dat verdrag. Daarin staat dat onderwijs inclusief moet zijn. Dat betekent dat ieder kind, ook met een beperking, welkom is en dat de school hulp regelt.

In de huidige Wet passend onderwijs bepaalt de school echter of een kind - eventueel met maatregelen - in de lessen valt in te passen. Zo niet, dan wordt het kind doorgestuurd naar speciaal onderwijs.

Ouders zijn vaker zaken begonnen om hun gehandicapte kind op een reguliere school te houden. Meestal wijst de rechter dit af, zegt Agnes van Wijnen van het project In1school. De zaak van Kubo moet uitwijzen of het passende onderwijs zoals dat nu geldt, strijdig is met het nieuwe VN-verdrag én met de Wet gelijke behandeling.

De school in Utrecht vond dat Kubo in groep 6 moeilijk gedrag vertoonde en dat hij niet kon blijven. In groep 7 ging het al beter maar de school zette de verwijdering toch door.

De overheid stelde vorig jaar ruim 1 miljard euro beschikbaar voor ondersteuning bij passend onderwijs. Desondanks zitten vele duizenden kinderen met een fysieke of verstandelijke beperking of gedragsproblemen thuis.