Nieuws/Binnenland
700318396
Binnenland

Haven was walhalla voor bende

Cokebazen Rotterdam jarenlang de cel in

Sfeerbeeld uit de haven van Rotterdam.

Sfeerbeeld uit de haven van Rotterdam.

Rotterdam - Bridjanand ’Opa Frits’ B. moet voor negen jaar de cel in. Dat oordeelde de Rotterdamse rechter vandaag. Hij wordt veroordeeld voor de invoer van grote partijen cocaïne in Rotterdam en omgeving tussen 2016 en 2018. De rechtbank komt daarmee tot een lagere straf dan het OM, dat twaalf jaar eiste.

Sfeerbeeld uit de haven van Rotterdam.

Sfeerbeeld uit de haven van Rotterdam.

Ook zijn vier medeverdachten Moumen J. (acht jaar cel), Rijad K. (zeven jaar), belastingambtenaar Willem P. (vier jaar) en Hafiz H. (vier jaar) moeten voor hun betrokkenheid in de zaak-’Dobricic’ brommen. Zij zijn volgens de rechter eveneens bij de invoer van cocaïne in de Rotterdamse haven en omgeving betrokken. Hun wordt, net als de hoofdverdachte, deelname aan een criminele organisatie en een poging tot gijzeling en afpersing verweten. Die cocaïne was afkomstig uit Zuid-Amerika.

Zo hebben drie van de veroordeelden gezamenlijk opdracht gegeven, vanuit een woning in de Sint-Janshaven, voor een smokkel van 171 kilo cocaïne. Het spul werd in november 2017 vanuit de Maasvlakte naar een loods in Vierpolders gebracht. „We waren op dat moment alleen maar aan het pokeren”, ontkende Bridjanand tijdens de zitting nog stellig. Ook de andere verdachten ontkenden hun betrokkenheid volledig.

Corrupte douaniers

De rechtbank acht ook bewezen dat de mannen contact hadden met corrupte douaniers die containers met cocaïne doorlieten. Belastingambtenaar Willem P. had bovendien via de Belastingdienst gegevens opgezocht van bedrijven die bij de cocaïne-importen konden worden gebruikt. Daarom wordt hem ook schending van zijn ambtsgeheim verweten.

In de Rotterdamse haven zou Hafiz H. bovendien de smokkel van 40 kilo cocaïne in 2017 hebben gefaciliteerd. Hij had volgens het OM de naam van de boot doorgegeven waarop allerlei drugs, verstopt in bananenkisten, werden vervoerd. Ook zou hij doorgeseind hebben in welke loods die lading vervolgens werd opgeslagen, waarna er een inbraak plaatsvond. De rechter veroordeelde hem daarom wegens ’medeplegen’.