Nieuws/Binnenland
701251307
Binnenland

Slob gefrustreerd met Haga-vonnis, gaat in hoger beroep

AMSTERDAM - Minister Arie Slob (Onderwijs) gaat in hoger beroep en met nieuwe wetgeving alsnog proberen het islamitische Cornelius Haga Lyceum aan te pakken. Daarmee reageert de bewindsman op de uitspraak van de rechtbank dat hij het bestuur van de school niet had mogen opdragen te vertrekken.

Slob zegt dat de uitspraak hem een ’ongemakkelijk gevoel’ geeft. „We blijven zorgen houden over een school die ruimte geeft aan mensen met een antidemocratisch gedachtengoed. Dat stelt de rechtbank ook vast, en de AIVD waarschuwt er ook al voor. Het schoolbestuur doet daar niks tegen.”

Zelf heeft de CU-bewindsman naar eigen zeggen geen wettelijke mogelijkheden om in te grijpen. Voor een zogenoemde aanwijzing, waarbij de minister dreigt de geldkraan dicht te draaien als bet bestuur niet opstapt, biedt de wetgeving nu ’onvoldoende basis’. Met het wetsvoorstel voor burgerschapsonderwijs hoopt hij wel te kunnen ingrijpen. „Ik hoop dat de Tweede Kamer daar snel mee instemt.”

Slob gaat intussen in hoger beroep om uit te vinden welke ruimte hij als minister nog wel heeft om in te grijpen. „Het is goed als een andere rechter daar nog eens goed naar kijkt.”

Directeur-bestuurder Soner Atasoy van het Haga Lyceum noemt de uitspraak van de rechtbank een „winst voor de rechtsstaat. De school heeft recht op doorgang.”

In 2018 lag er een tamelijk positief inspectierapport over de Islamitische middelbare school, maar na signalen van de veiligheidsdienst AIVD, werd er nogmaals in de dagelijkse gang van zaken gedoken op de school aan de Naritaweg in Nieuw-West.

Financieel wanbeleid

Daar kwam een heel ander beeld uit naar voren. Zo zou de school banden onderhouden met aanhangers van omstreden en extremistisch gedachtegoed. Ook zou er sprake zijn van financieel wanbeleid.

Op 16 september 2019 besloot minister Slob de Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland (SIO) via een aanwijzing te dwingen het voltallige bestuur van het Haga te vervangen. Het bestuur weigerde echter op te stappen.

De stichting SIO besloot vervolgens de aanwijzing ook bij de rechtbank aan te vechten. In eerste aanleg krijgt de school nu gelijk. De bestuursrechter stelde dat er geen wettelijke grond was om het bestuur te vervangen.

Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State in 2011 stelde de rechter dat actief burgerschap en sociale integratie niet in elke les hoeft plaats te vinden. „Met het gegeven onderwijs wordt in ieder geval op enige wijze invulling gegeven aan burgerschapsopdracht, zoals bij geschiedenis en biologie. De minister vindt dat het SIO meer zou moeten doen, maar uit de wetsgeschiedenis blijkt echter dat scholen daarin een grote vrijheid hebben. De eisen van de minister gaan volgens de rechtbank te ver.”

Het ging de rechter ook te ver om te verwachten dat een school leerlingen klassikaal aanspreekt over eventuele contacten met mensen met extremistisch gedachtegoed. Volgens de rechtbank hebben vijf personen zich in en om de school opgehouden met twijfelachtig gedachtegoed. „Maar het is niet komen vast te staan dat een van deze omstreden personen dit gedachtegoed heeft uitgedragen op school. De rechtbank stelt dat er niet zo’n groot risico is gelopen dat SIO niet aan burgerschapsopdracht voldeed”, aldus de rechter tijdens de uitspraak.

Wanbeheer

Wat het financiële wanbeleid betreft, dat de minister zo noemde, houdt de rechtbank het maximaal op ’wanbeheer’. „In totaal blijken vier uitgaven onrechtmatig, die hebben betrekking op onrechtvaardige verrijking. Maar de inspectie was eerder al op de hoogte van een deel van deze uitgaven. Op deze administratieve tekortkomingen werden toen geen sancties gezet. Een aanwijzing van de minister is niet proportioneel ten opzichte van de fout die hierbij is gemaakt.”