Nieuws/Columns

Kringen

Puzzel

Rob Hoogland

Rob Hoogland

De Telegraaf

Alles vervaagt, bovenin. Zojuist, bijvoorbeeld. Vraagt die vleesgeworden krulspeld van kamer 17B, dat mens met die roestige lichtblauwe rollator, mij bij het Kwartetspel Speel Holland „Mag ik van jou uit de categorie Eten de pannenkoeken?” En wat denk je? Geef ik haar de erwtensoepkaart!

Rob Hoogland

Rob Hoogland

De Telegraaf

Gelukkig maar dat ik nog weet dat de komende verkiezingen op vrijdag 12 april 1973 worden gehouden, want anders zou ik me helemáál zorgen gaan maken. Daarom was ik zo blij dat De Telegraaf traditiegetrouw zes lijsttrekkers voor één dag als hoofdredacteur liet fungeren. Er moet een opvolger voor mij komen voordat mijn geheugen definitief de geest geeft, dus ik dacht: ze komen ongetwijfeld met een stel columnisten aanzetten waar ik er alvast eentje uit kan pikken.

Welnu, dat viel tegen.

Heel tekenend dat de beste column een kruiswoordpuzzel was, al moet ik toegeven dat ik daar af en toe bij heb zitten schateren. Hij stond in de PVV-bijlage, hetgeen op zich logisch is. Bij de partij van Greet vinden ze schrijvende columnisten namelijk ver-schrik-ke-lijk. Die wijden soms zomaar hele stukken aan iets waarvan je de islam niet de schuld kunt geven en dat is heel anti-Nederlands.

Het was zonneklaar dat de puzzel door Martin Bosma was bedacht, het meest cynische Kamerlid aller tijden. ’De GroenLinks Puzzel: vul ’m in!’ stond als aankeiler op de PVV-voorpagina, en er moesten woorden of namen worden gevonden naar aanleiding van teksten als „Op de avond dat Pim Fortuyn vermoord werd, belde een GroenLinkser razendsnel naar de Vereniging Milieu Offensief, de organisatie van Volkert van der Graaf. Hoe heette deze GroenLinkse wethouder?” (8 horizontaal).

Lachen dus.

Maar ja, je gaat niet drie keer per week een puzzel op mijn plek zetten. Daarom keek ik toch maar welke columnisten door de andere partijen aan de Telegraaf-lezer werden opgedrongen. De SP vond het risico te groot dat de wijsneus die ze op hun pagina’s een cursiefje zouden kunnen laten componeren iets zou zeggen dat in strijd was met wat De Grote Roerganger voorschrijft en haakte derhalve af. De VVD liet Afshin Ellian een stuk schrijven, de man die naar het schijnt op 29 januari 1980 nabij het Azadi-plein in Teheran voor het laatst heeft gelachen. Maar die schrijft al voor Elsevier. De PvdA kwam met Gerdi Verbeet op de proppen. „Werk en welvaart eerlijk verdelen en rekening houden met behoeften van de anderen.” Dat soort teksten, gaap. En D66 liet econome Barbara Baarsma de beginzin „Soms, heel soms, is politieke taal net economische poëzie” produceren, waarna ik voor de volgende 439 woorden afhaakte.

Was er dan niet één goeie column bij?

Toch wel.

Die van Mustafa Amhaouch namens het CDA, van Marokkaanse afkomst en niet te beroerd om de allochtone kinderen – en hun ouders – bestraffend toe te spreken die de boel hier dag in dag uit verzieken.

Joehoe, Mustafa?

Zullen we een keertje gaan kwartetten?