Nieuws/Binnenland
716147148
Binnenland

Nederland levert nog eens drie pantserhouwitsers aan Oekraïne

Pantserhouwitsers van de Koninklijke Landmacht worden op de trein gezet bij de luitenant-kolonel Tonnetkazerne.

Pantserhouwitsers van de Koninklijke Landmacht worden op de trein gezet bij de luitenant-kolonel Tonnetkazerne.

Madrid - Nederland en Duitsland gaan ieder nog eens drie pantserhouwitsers leveren aan Oekraïne. Dat heeft minister Kasja Ollongren (Defensie) samen met haar Duitse collega Christine Lambrecht bekendgemaakt in de marge van NAVO-top in Madrid.

Pantserhouwitsers van de Koninklijke Landmacht worden op de trein gezet bij de luitenant-kolonel Tonnetkazerne.

Pantserhouwitsers van de Koninklijke Landmacht worden op de trein gezet bij de luitenant-kolonel Tonnetkazerne.

Oekraïne heeft in totaal gevraagd om 18 pantserhouwitsers om een complete eenheid te kunnen vormen. Nederland en Duitsland gaven eerder al respectievelijk vijf en zeven pantserhouwitsers. Het zware geschut is vorige week aangekomen in Oekraïne. De afgelopen weken zijn Oekraïense militairen getraind om met het materieel te kunnen werken.

De pantserhouwitser is het zwaarste geschut van de Koninklijke Landmacht. Met dit materieel kunnen doelen op 50 kilometer afstand worden geraakt. Nederland en Duitsland leveren ook munitie.

De Duitse minister Lambrecht zegt dat de grens van wat geleverd kan worden nu wel is bereikt. Ollongren gebruikt die woorden niet. Wel erkent ze dat het leveren van nog eens drie pantserhouwitsers gevolgen zal hebben voor de landmacht. Nederland heeft nu nog maar een inzetbare eenheid. „We zullen het echt wel even voelen”, zegt de D66-bewindsvrouw. „Normaal hebben we ze nodig voor opleiding en training.”

Toch is het volgens Ollongren een bewuste keuze om nu Oekraïne te steunen: „We weten hoe dringend ze nodig zijn in de Donbas. Wij vinden dat Rusland niet beloond mag worden voor deze agressie.”

Minister Kasja Ollongren (r) samen met haar Duitse collega Christine Lambrecht (l).

Minister Kasja Ollongren (r) samen met haar Duitse collega Christine Lambrecht (l).