71996
Binnenland

Opsporingteams woningcorporaties zoeken naar verdachte woningen

’Huurwoning als verdienmodel’

Op stap met handhavers van het woonfraudeteam. Zij hebben gewone kleren aan om niet al ver van tevoren herkend te worden.
1 / 2

Op stap met handhavers van het woonfraudeteam. Zij hebben gewone kleren aan om niet al ver van tevoren herkend te worden.

Woningcorporaties zijn zuinig op hun arsenaal aan sociale huurwoningen. Om onderhuur, hennepteelt of Airbnb te voorkomen zijn woonfraudeteams in het leven geroepen. Zij stelden vorig jaar in bijna duizend woningen orde op zaken.

Op stap met handhavers van het woonfraudeteam. Zij hebben gewone kleren aan om niet al ver van tevoren herkend te worden.
1 / 2

Op stap met handhavers van het woonfraudeteam. Zij hebben gewone kleren aan om niet al ver van tevoren herkend te worden.

Een guitige dreumes steekt zijn hoofd door de deuropening. Vanuit het bovenappartement in de Baarsjes kijkt hij naar twee op het oog normale bezoekers. ,,Is je papa of mama thuis?”, vragen Suzan en Amar, handhavers van het woonfraudeteam van woningcorporatie Ymere.

Het bezoek van het opsporingsduo is niet toevallig. Al enkele maanden ontvangt Ymere geen huur meer. Dat is niet vreemd, want het is al vier maanden geleden dat de 70-jarige bewoner van de sociale huurwoning zijn laatste adem uitblies. Maar waarom brandt er deze avond dan toch licht in het appartement? Aanleiding voor het woonfraudeteam eens met eigen ogen te zien hoe de vork in de steel zit.

De vrolijke dreumes verstaat Suzan en Amar niet. Net als zijn ouders spreekt hij alleen Spaans. Zodra zijn moeder bij de deurpost verschijnt, weten de handhavers het zeker: hier is iets niet pluis. Woonfraude. Dit zijn immers niet de erven of nabestaanden van de overleden bewoner, die wel erg ruim de tijd hebben genomen om de inboedel van hun vader of opa te verhuizen.

Het Spaanse gezin valt nauwelijks iets te verwijten, weten ook de woonfraudehandhavers: ga er maar aanstaan om een woning te vinden in de stad. Zelfs Nederlands sprekende woningzoekenden met een middeninkomen doen er al gauw een half jaar over om iets te vinden, laat staan deze mensen die beide in de schoonmaakbranche werken en nauwelijks de taal machtig zijn. Via via was de wanhopige moeder in contact gekomen met een Surinaamse dame die wel een appartement beschikbaar had. De huursom: 900 euro per maand.

„En dat terwijl de sociale huur van dit appartement zo’n 500 euro bedraagt en sinds de dood van de bewoner niet is betaald”, schetst handhaver Amar. „Of te wel: de Surinaamse verhuurder pakt hier in een paar maanden tijd even vierduizend euro. Katsjing!”

Het is exact de reden waarom de woonfraudeteams wekelijks langs verdachte woningen trekken. Om geen argwaan te wekken bij huurders met verkeerde intenties, zijn ze nauwelijks als handhavers herkenbaar. Ze dragen alledaagse kleding, beslist geen uniform of bedrijfskleding van Ymere. En hoewel ze stellen dat de combinatie van de oer-Hollands uitziende Suzan en Surinaamse Amar niet bewust vanwege hun afkomst aan elkaar zijn gekoppeld, blijkt het in de praktijk wel een functionele combinatie: ,,Bij huisbezoeken in Zuidoost zie je dat de allochtone mensen die we treffen automatisch tegen mij beginnen te praten”, lacht Amar. ,,Maar in Noord zie je mensen weer steevast met Suzan het gesprek voeren.”

Ze raadplegen de beschikbare registers van de gemeente, speuren op Facebook-profielen naar bewijs van woonfraude, schrijven brieven en besluiten het dossier met ter plaatse aanbellen om de misstand op heterdaad te constateren. „Het hebben van een sociale huurwoning is een verdienmodel geworden in Amsterdam, doordat zoveel mensen graag in de stad willen wonen en bovendien bereid zijn daar flink voor te betalen”, legt Suzan uit. „Dat werkt fraude in de hand.”

Dat merken de handhavers als zij aanbellen bij een andere bovenwoning. Een hevig transpirerende zwaarlijvige man doet de deur open. Ook hij blijkt niet de persoon te zijn met wie Ymere een huurcontract heeft. „Na mijn middelbare school ben ik naar Thailand vertrokken”, doet de man zijn verhaal. „Maar onlangs is bij mij een levensbedreigende ziekte vastgesteld en ben ik vanwege de medische zorg in Nederland teruggekeerd. Ik was op zoek naar woonruimte in Amsterdam. Een oud-klasgenootje had wel wat voor me. Ik betaal er zo’n duizend euro voor, terwijl de oud-klasgenoot ondertussen bij zijn vriendin woont.” Hoe verdrietig en zorgelijk de gezondheidssituatie van de onderhuurder ook is, met de ’vriendendienst’ verdient de illegale verhuurder wel twee keer zoveel als de sociale huur hem kost.

Na hun bezoek evalueren de handhavers de geconstateerde situatie. „Deze onderhuur kost de man met wie Ymere een contract heeft zijn woning”, vindt Suzan. Hoewel Amar begrip heeft voor de situatie, blijft het een vorm van fraude. Amar: „Er wordt misbruik gemaakt van schaarse sociale huurwoningen. De slechte gezondheid van de onderhuurder is uiteraard heel erg naar, maar doet niets af aan het feit dat het fraude is. En een échte vriend zou hem gratis laten wonen.”

Jaarlijks sporen de acht handhavers van Ymere zo’n vierhonderd gevallen van woonfraude op. Ook andere woningcorporaties hebben een dergelijk team, waardoor in Amsterdam vorig jaar 961 gevallen van woonfraude werden vastgesteld. „Die woningen komen weer ten goede aan mensen die al lang op de wachtlijst staan”, vertelt Suzan. „Zo blijft er toch een klein beetje doorstroming inzitten.”

De afgelopen jaren worden de huurwoningen bovendien ook geregeld aangeboden voor het verboden Airbnb. Om overtreders op te sporen, struinen de handhavers de Airbnb-websites af. „Veel huurders die hun woning op Airbnb aanbieden weten donders goed dat ze in overtreding zijn. Om die reden geven ze de locatie van hun appartement alleen bij benadering aan en adverteren ze met schuilnamen en van Google geplukte profielfoto’s.”

Bij zaken als illegale prostitutie of hennepteelt geeft het strafdossier van justitie de woningcorporatie voldoende handvatten om het huurcontract te laten ontbinden. „Maar we bestrijden ook onnodige leegstand van sociale huurwoningen. We zien geregeld dat onze huurders dat lekker goedkope appartementje in Amsterdam aanhouden als pied-à-terre. En zelf elders in het land of zelfs het buitenland wonen. Dat is tegen de regels. Of bijvoorbeeld Marokkaanse huurders, die zodra ze op leeftijd raken toch de wens hebben om terug te keren naar hun geboorteland en hun kinderen in de sociale huurwoning in Nederland laten wonen. Ook dat is niet de bedoeling. We horen vaak mensen zeggen: ’Maar het is toch mijn woning? Ik mag toch zelf weten wat ik daarmee doe!’ Maar zo is het niet: de woning is en blijft van Ymere of een andere corporatie.”

De namen van Suzan en Amar zijn om veiligheidsredenen gefingeerd. Hun echte identiteit is bij de redactie bekend.