Nieuws

Wegduiken voor baldadige papegaaien

Daverend Dominica

Door Reza Bakhtali

Iedereen valt stil als de dwerggriend-familie zich laat zien.
1 / 3

Iedereen valt stil als de dwerggriend-familie zich laat zien.

Geen hagelwitte stranden en blauwe wateren, maar honderden kilometers aan wandelpaden en ongerepte natuur met talloze vogels, wonderlijke watervallen en imposante walvissen voor de kust. Dominica doet je het ene moment stilvallen van alle natuurpracht, terwijl je even later opgaat in het feestgedruis.

Iedereen valt stil als de dwerggriend-familie zich laat zien.
1 / 3

Iedereen valt stil als de dwerggriend-familie zich laat zien.

Het is even wachten voordat we de catamaran voor het Anchorage Hotel in Roseau mogen betreden. Op het programma een lang gekoesterde wens: walvissen en dolfijnen spotten! Of we die bijzondere zoogdieren ook zullen aantreffen, blijft koffiedik kijken, al claimt de touroperator een succespercentage van 85 procent. Andere ’spotters’ zitten wat ongeduldig te pielen met hun indrukwekkende verrekijkers en camera’s met telelens. Walvisdeskundige Andrew Armour biedt op schalkse wijze excuses voor de vertraging: „Boten zijn net vrouwen, je weet nooit in wat voor staat je ze aantreft.”

Dominica heeft als een van de weinige Caribische eilanden dicht bij de kust diep water (ongeveer 1200 meter) en is daarom ideaal om walvissen te spotten. Andrew werd een aantal jaren geleden wereldberoemd als ’walvisfluisteraar’. Het begon allemaal toen hij op zee een gewond walvisjong te hulp schoot. Sindsdien blijft de potvis, die werd omgedoopt tot Scar, terugkomen naar de kust van Dominica en zijn hij en Andrew hecht geworden. Scar laat zich zelfs aaien – zeer uitzonderlijk gedrag – wat in de loop der jaren mooie plaatjes opleverde.

Andrew legt uit hoe de walvis met klikken geluid maakt om in te schatten waar hij zich bevindt. „Het geluid wordt ook gebruikt om vrouwtjes te lokken. De mannetjes hebben een groter hoofd, zodat het geluid dat ze produceren, verder komt. De walvis zegt eigenlijk: ’Kijk eens hoe groot ik ben’, net zoals de mannen bij ons soms een diepe stem opzetten.”

Enige kilometers voor de kust komen we tot stilstand. De bemanningsleden gebruiken een zogenoemde hydrofoon – een onder water werkend luisterapparaat – om dolfijnen en walvissen te spotten. Ineens is het muisstil aan boord van de catamaran. Alleen de waterruis komt uit de luidsprekers. „Again! Again”, roept Andrew terwijl hij aan de knoppen draait. Dan meldt hij ons geheimzinnig dat hij in de verte het geklik van een potvis hoort.

Eigenlijk is de zoektocht op zich al een avontuur. Boven ons schijnt een strak zonnetje, terwijl Dominica inmiddels helemaal verscholen ligt onder een pak wolken. Het is met een drankje in een van de netten van de catamaran goed toeven. Verderop dobbert een boot met eromheen vier duikers. „Ze hebben er een aantal gespot”, krijgt Andrew door via de radio.

Zou het dan toch gaan lukken? Ja! Plots duikt er een vin boven het water uit. En nog een en nog een! In een mum van tijd is er bijna een hele ’school’ zichtbaar. De oeh’s en aah’s vliegen ons om de oren. Mijn mond valt open en vlinders fladderen in mijn buik terwijl ik de wonderlijke wezens voorbij zie komen. Het volgende uur volgen we de groep. We zien zelfs volledige gezinnetjes met kalveren voorbijkomen. Het blijkt later om pygmee killer whales te gaan, oftwewel de zeldzame dwerggriend. De grote potvis zelf komen we helaas niet tegen. Dat maakt deze ervaring niet minder bijzonder!

Het eiland Dominica profileert zich graag als natuureiland. Dat het groen overvloedig aanwezig is, werd al duidelijk toen we per propellervliegtuig op dit Caribische eiland, tussen Guadeloupe en Martinique, aankwamen. Een bergachtig eiland, bedekt met een dik regenwoud en gehuld in een dikke nevel, bijna dreigend, alsof er à la Jurassic Park op elk moment dinosaurussen tevoorschijn kunnen komen.

Geen ongerepte parelwitte stranden en azuurblauw water, maar woeste, schuimende witte golven die hard tegen de rotsen en kiezelstranden van het vulkanische Dominica klotsen. Talloze rivieren, majestueuze watervallen en warmwaterbronnen en zwavelbaden. Een eiland waar vooral de actieve vakantieganger zich zal thuisvoelen: er zijn namelijk diverse wandelroutes van verschillende niveaus. De beroemdste is de Waitukubuli National Trail van 185 km, die leidt langs lokale gemeenschappen, boerderijen, bossen, de kustlijn en nationaal park Morne Trois Pitons, opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco, en het Northern Forest Reserve. In dat park kun je vogels spotten, zoals de Keizeramazonepapegaai, die op de vlag van Dominica prijkt.

Wie mij van tevoren had verteld dat vogelspotten spannend zou zijn, had ik uitgelachen. Aan de hand van vogelkenner/onderzoeker Stephen Durand ga ik in het Northern Forest Reserve op zoek naar exemplaren van de 45 vogelsoorten die Dominica rijk is. Gewapend met een flinke verrekijker volg ik Stephen door het bosrijke gebied. Hij stopt bij een uitkijkpunt boven de Dublanc Rivier, die we beneden horen stromen.

Hoewel we iets te laat met de excursie zijn begonnen – de meeste vogels tref je kort na zonsopgang of een paar uur voor zonsondergang – ontdekken we in de verte toch een aantal papegaaien. Niet de zeldzame Keizeramazone, die zich op grotere hoogte ophoudt, maar de Roodkeelamazone. Desondanks maakt mijn hart een sprongetje als ik ze hoog in de lucht zie zweven. Ook komen er haviken voorbij.

Twee uur later ben ik zelfs driftig met mijn camera in de weer, vastberaden om blauwe kolibries vast te leggen. Een onmogelijk karwei, zo snel bewegen ze hun vleugels. Mijn chauffeur Orace wordt later bij een grote magnoliaboom net niet geraakt door de grote vruchtschalen die de Roodkeelamazones naar beneden laten donderen zodra ze de pitten eruit hebben gepikt. Later, aan de kust in het plaatsje Portsmouth, landt een imposante pelikaan op de steiger voor mijn huisje aan zee. Stephen vertelt dat de Dominicaanse overheid zich de laatste jaren inzet voor natuurbehoud. Er wordt zelfs tijdens carnaval voorlichting gegeven.

Laat ik nu net tijdens de carnavalsweek op Dominica zijn. „Carnaval is in de Cariben meer een viering van de vrijheid dan de aanloop naar Aswoensdag”, vertelt Orace. „We zingen liedjes die uit het leven gegrepen zijn.” De stevige goedlachse kerel met zonnebril en zwart ringbaardje woont al meer dan 40 jaar op Dominica. „Hoogtepunten zijn straatfeest J’ouvert, de gekostumeerde parade en de verkiezing van de Calypso King en Carnaval Queen. Een soort Idols met een studiebeurs als prijs.”

Uiteindelijk wint de Calypso King van 2017 met een liedje over hoe zingen in een majeur toonladder beter is dan zingen in een mineur toonladder: een sneer naar twee politici die in een ontuchtschandaal zijn verwikkeld...

Het J’ouvert-straatfeest moet ik meemaken, zo wordt me op het hart gedrukt. De wekker gaat maandagochtend daarom al om 04.00 uur! Met kleine oogjes neem ik een taxi naar het centrum van Roseau, dat al tot leven is gekomen. Hier en daar wordt al drank en vlees van de barbecue verkocht. Je moet er op dit tijdstip maar zin in hebben... Het opzwepende trommelgeluid is steeds beter hoorbaar. Verkleed je lekker gek, is het devies. Voor de vrouwen resulteert dit in (te) strakke hotpants en rokjes voor hun ferme billen. De mannen lopen rond in pyjama’s, badjassen en zelfs badpakken.

De optocht start bescheiden, maar langzaam voegen zich steeds meer feestende Dominicanen bij het feestgedruis. Totdat alle straten vol zijn en de lokale Brugal-rum en Kubuli bier rijkelijk vloeien. Bijzonder om al feestend de zon te zien opkomen. Het feest eindigt rond een uurtje of tien.

Ze weten op Dominica hoe je een feestje bouwt: mijn kloppende hoofd is daar het bewijs van. We rijden daarom naar de Emerald Pool en de Trafalgar Falls, op zoek naar rust. Eerstgenoemde blijkt een smaragdgroene lagune, waar een kleine waterval op neerkomt. Zo’n plek is ideaal voor verliefde stelletjes. En inderdaad: even later melden twee koppels zich. Omdat ik me al snel het vijfde wiel aan de wagen voel, zetten Orace en ik koers naar de Trafalgar Falls, die vanaf 85 meter en 40 meter hoogte naar beneden kletteren.

Een slingerend pad leidt door een diepe, groene vallei. Naast me stromen de uitlopers van de watervallen en is het neerkomende water steeds beter te horen. Dan doemen plots de watervallen op. Ik heb het rijk bijna alleen; de cruisetoeristen zijn al langs geweest. Het is een hachelijke onderneming om over de spekgladde rotsen dichter bij de watervallen te komen. Schoenen met profiel – ik ga een keer tegen de grond – blijken bepaald geen overbodige luxe.

Tussen de twee watervallen baddert een stel in een kleine vijver. Een waaghals klimt nog zo’n twintig meter naar boven, op zoek naar die perfecte selfie. Uiteraard ben ik ook even met mijn camera in de weer. Maar niet te lang... Het idyllische Dominica verdient de volle aandacht.

Kijk voor een filmpje van het walvisavontuur

op Telegraaf.nl/VRIJ