Nieuws/Binnenland
729829599
Binnenland

Nieuw onderzoek: Joodse notaris verraadde zeer waarschijnlijk onderduikadres Anne Frank

Anne Frank.

Anne Frank.

Amsterdam - Een internationaal ’coldcaseteam’ deed onderzoek naar het verraad van Anne Frank en de andere onderduikers in het Achterhuis. „Zeer waarschijnlijk” was de Joodse notaris Arnold van den Bergh de verrader.

Anne Frank.

Anne Frank.

Van den Bergh zou de onderduikers van het Achterhuis hebben verraden om zichzelf en zijn gezin te redden. Het verhaal van Anne Frank en haar familie is een van de bekendste uit de Tweede Wereldoorlog. Met dank aan haar dagboek, waarin ze beschreef hoe ze met haar geliefden ondergedoken zat in een achterhuis aan de Prinsengracht in Amsterdam. Wat al die decennia een groot mysterie is gebleven, is wie de familie Frank verraden heeft en ervoor gezorgd heeft dat de Duitse bezetters hen vonden en deporteerden. Anne Frank overleed uiteindelijk in het concentratiekamp Bergen-Belsen.

De afgelopen decennia zijn al heel wat theorieën gepasseerd over het verraad van de familie Frank en de andere onderduikers in het wereldberoemde Achterhuis. Het aantal verdachten loopt inmiddels in de tientallen. Maar nog nooit werd er zo grondig onderzoek gedaan.

De Nederlandse documentairemaker Thijs Bayens stelde in 2017 al voor een nieuw onderzoek in te stellen naar het verraad, en die oproep kreeg navolging. Een internationaal coldcaseteam besliste 66 gigabyte aan informatie, gaande van oude en nieuwe interviews en dagboeken tot adreslijsten en oorlogsdossiers uit archieven, te doorzoeken en onderzocht tientallen eerder geformuleerde theorieën over wie het gedaan zou kunnen hebben.

Het internationale onderzoeksteam dat na zes jaar onderzoek de conclusies naar buiten brengt denkt dat het is gelukt een van de grootste mysteries rond de Tweede Wereldoorlog te hebben opgelost. Wie verraadde Anne Frank? Er waren ruim dertig onderzoekers bij het onderzoek betrokken, waaronder gepensioneerd FBI-rechercheur Vince Pankoke.

Notaris

De onderzoekers hadden gehoopt dat de verrader „een schoft” was, of „iemand die jaren geleden al geëxecuteerd was”, zegt ’hoofdonderzoeker’ Pieter van Twisk (59). Maar „zeer waarschijnlijk” was het de Joodse notaris Arnold van den Bergh. Van den Bergh had ook een dochter die de leeftijd had van Anne Frank.

Van den Bergh zou uit eigenbelang gehandeld hebben. De notaris was zelf een Jood, maar overtuigde een Duitse ambtenaar dat hij dat niet was en kreeg uitstel van deportatie omdat hij een belangrijke rol speelde in de Joodse Raad. Pas toen zijn uitstel van deportatie in 1944 verviel en hij ruzie kreeg met een collega, dreigde hij ontmaskerd te worden en sloot hij een deal door onderduikadressen te geven aan de Duitsers. En daarin stond ook het adres van de familie Frank.

„Bij zo’n oude zaak heb je geen DNA-bewijs of videobeelden, dus het zal altijd aankomen op indirect bewijs”, zegt gepensioneerd FBI-rechercheur Vince Pankoke, die deel uitmaakte van het onderzoeksteam. „Toch heeft onze theorie een waarschijnlijkheidspercentage van zeker 85 procent. We hebben geen smoking gun, maar wel een warm wapen met lege hulzen ernaast.” Met andere woorden: Pankoke is erg overtuigd van de theorie van de onderzoekers.

Een van de onderzoeksleiders, de Nederlandse journalist Pieter van Twisk, voegt daar aan toe dat van de dertig onderzochte theorieën er „27, 28 zeer onwaarschijnlijk tot onmogelijk zijn.”

Briefje

Notaris Van den Bergh kwam in andere onderzoeken van de afgelopen decennia niet vaak naar boven als verdachte. Maar een anoniem briefje over zijn actie zou volgens de onderzoekers aantonen dat Van den Bergh de bewoners van het achterhuis zeer waarschijnlijk zou hebben verraden.

Opmerkelijk is dat Otto Frank, de vader van Anne, niet lang na de oorlog het briefje had gekregen waarin het verraad van de notaris al uit de doeken gedaan werd. „Uw schuilplaats te Amsterdam werd indertijd medegedeeld aan de Jüdische Auswanderung te Amsterdam, Euterpestraat, door A. van den Bergh, destijds woonachtig nabij het Vondelpark, O. Nassaulaan. Bij de J.A. bestond er een hele lijst door hem doorgegeven adressen”, stond daarin.

Pas in 1964 kwam vader Frank met het briefje naar buiten. De onderzoekers vonden een kopie van het briefje in het familiearchief van een politieagent. Dat de optie van Van den Bergh nooit eerder serieus was genomen als verdachte, heeft als reden dat werd aangenomen dat hij in 1944 in een concentratiekamp zat. Maar dat bleek niet waar te zijn, ontdekten de onderzoekers, waardoor de theorie veel aannemelijker werd.

De onderzoekers benadrukken ook dat het niet gaat om een definitief bewijs. Maar de theorie heeft volgens Pankoke wel ’een waarschijnlijkheidspercentage van zeker 85 procent’.

’Nader onderzoek nodig’

Ronald Leopold, algemeen directeur van de Anne Frank Stichting, vindt dat „nader onderzoek nodig is” naar de theorie dat Anne Frank zou zijn verraden door de Joodse notaris Arnold van den Bergh. „Je moet heel erg oppassen met iemand de geschiedenis insturen als verrader van Anne Frank als je daar geen 100 of 200 procent zekerheid over hebt.”

Hij noemt het onderzoek van het coldcaseteam „heel goed en zorgvuldig” maar volgens hem ontbreken de belangrijke puzzelstukken nog. Dinsdag komt het boek Het verraad van Anne Frank uit, geschreven door Rosemary Sullivan. Daarin stellen onderzoekers dat de Amsterdamse notaris zijn eigen gezin wilde beschermen door onderduikadressen te delen met de Duitse bezetter. Maar sluitend bewijs voor deze theorie is er dus niet.

Leopold noemt de vondst van de kopie van het briefje „bijzonder.” Maar hij heeft ook veel vragen. „Waar is het origineel? Wie heeft het geschreven en met welke intentie?” Ook heeft de algemeen directeur veel vragen over de vermeende lijst met onderduikadressen die Van den Bergh via de Joodse Raad, waar hij lid van was, mogelijk in bezit zou hebben gehad en zou hebben gedeeld met de Duitsers. „We weten het bestaan ervan niet zeker en dus ook niet of hij die in bezit had.”

Volgens Leopold is het onderzoek „voor onze generaties van groot belang.” „Het biedt inzicht in het handelen en de keuzes en drijfveren van mensen onder hele moeilijke omstandigheden.”