Nieuws

Kwekerijen verhuurd als volkstuintjes

Cassave uit de hobbykas

Ron en Ellen steken zelf ook vaak de handen uit de mouwen en in de aarde in hun indoor volkstuintjes.

Ron en Ellen steken zelf ook vaak de handen uit de mouwen en in de aarde in hun indoor volkstuintjes.

Aldo Allessie

Aubergines, meloenen, citroengras en cassaves kweken onder het glas van immense kassen. Het gebeurt door hobbytuinders in kwekerijen die leegstaan, omdat professionele telers het niet kunnen bolwerken tegen de import uit Afrika en Azië. Het opent de deur voor een nieuw fenomeen: het indoor-tuinieren.

Ron en Ellen steken zelf ook vaak de handen uit de mouwen en in de aarde in hun indoor volkstuintjes.

Ron en Ellen steken zelf ook vaak de handen uit de mouwen en in de aarde in hun indoor volkstuintjes.

Aldo Allessie

Buiten giet het werkelijk pijpenstelen. Normaal gesproken niet het moment voor hobbykwekers om eropuit te trekken en hun volkstuintje te bezoeken. Maar in Almere is dat anders. Daar wordt druk geschoffeld, geharkt en gaan de plantjes massaal de grond in.

„Natuurlijk omdat het geen snars uitmaakt wat voor weer het is”, lacht Peter Rigter. „Juist als het regent, is het hier heerlijk toeven. Je hoort de druppels dan zo lekker tegen het glas aan tikken, waardoor het nóg ontspannender wordt dan het al is. Want als je hier in de grond aan het wroeten bent, vergeet je even alles om je heen. Hier kom je volledig tot rust. En het levert je ook nog iets op ook. Heerlijke gezonde en smakelijke groenten en fruit.”

Kwekerij failliet

Ron van Zwet hoort het goedkeurend aan. Een paar jaar terug bedacht hij het concept om volkstuintjes in de kas te houden. „Uit nood geboren, dat wel. Mijn rozenkwekerij ging failliet. Met pijn in mijn hart moest in constateren dat ik niet kon opboksen tegen de grote kwekers en de groeiende import uit Afrika. Ik heb het nog lang volgehouden. Het waren barre tijden, waarin mijn Poolse werknemers vaak meer verdienden dan ik. Maar ook dat hielp niet en de stekker ging eruit...”

„Het was vreselijk, maar ik moest verder. Mijn kassen stonden ineens leeg en ik moest iets verzinnen om ze toch te benutten. Caravanstallingen waren er al genoeg hier in de polder, vandaar dat ik iets anders moest bedenken”, zegt Van Zwet.

„Zoals zo vaak was de oplossing heel simpel. Ik moest niet zelf gaan kweken, maar dat aan anderen overlaten. Kortom, de mensen de kans bieden een overdekte moestuin te houden. 365 dagen per jaar.” Van Zwet is niet de enige kashouder die zich op de volkstuintjes heeft gestort. Ook in Rijnsburg en in het Westland staan kassen die inmiddels onderdak bieden aan groente en fruit van particulieren.

„Ik heb mijn kassen opnieuw ingericht en binnen enkele maanden had ik tientallen hobbytuinders bij mij over de vloer”, vertelt Van Zwet. ,,Prachtig dat enthousiasme en de animo te zien bij de mensen voor het kweken van groenten, maar ook fruit en bloemen. Toen ik zag dat er echt potentie in de overdekte moestuintjes zat, ben ik groter gaan denken. Ik heb sinds een paar maanden een grote kwekerij van 16.000 vierkante meter gehuurd. Je moet ook weer durven geloven in groei...”

„De helft daarvan is nu verhuurd”, zegt Ellen van Niekerk, de steun en toeverlaat van Van Zwet in het bedrijf Onze Volkstuinen. „Ik heb altijd in grote bedrijven gewerkt en was verantwoordelijk voor de financiële huishouding. Nu doe ik hier voornamelijk het administratieve werk, maar ik mag ook graag tuintjes verzorgen als mensen op vakantie zijn en de zorg dan even aan ons overlaten. Dit is echt een droombaan.”

Met engelengeduld wiedt Lize Boerenveen het onkruid dat tussen haar groenten groeit. „Niet dat er veel zit, want daarvoor houd ik het te goed bij, maar het is een automatisme”, legt de Almeerse uit. „Ik ben hier zeker een uur of twaalf in de week te vinden. Heerlijk even ontspannen in de kas. ’s Zomers kan het wel oplopen tot twintig uur per week. Het is dan haast een halve baan die ik ernaast heb. Maar het is de moeite waard. Ik verbouw hier groenten die ik buiten niet zou kunnen laten groeien.”

„Het meest trots ben ik op mijn pitanga, een Surinaamse kers. Prachtig toch dat je die hier in dit koude kikkerlandje kunt kweken”, zegt ze voldaan. „Ach, in mijn tuintje groeit van alles. Aubergines, sopropo’s (bittere meloenen, red.) en andere tropische gewassen. Nee, bij de groenteboer zien ze mij niet meer. Ik ben zelf een leverancier geworden, want ook mijn familie, vrienden en kennissen profiteren mee en eten uit mijn tuintje.”

Een meter of vijftig verder is Judith Uiterloo druk bezig de grond om te spitten. „Ik ga weer plantjes poten. In de vriezer zitten nog wel groenten van vorig seizoen, maar het wordt de hoogste tijd om weer groenten voor de Surinaamse keuken zoals cassave, bitawiri, amsoi en citroengras te poten. Mijn 82-jarige moeder moest aan de nierdialyse, maar sinds ze alleen maar mijn groenten eet, hoeft dat ineens niet meer. De arts heeft haar bevolen daar niet mee te stoppen. Dat betekent dus dat ik door moet gaan met tuinieren. Maar geloof me, dat is hier in de kas geen straf.”

Puur biologisch

„Het is geweldig”, zegt Peter Rigter. „Je kunt hier zeven dagen per week terecht. En alles is puur biologisch. Als er hier luizen zitten, dan zorgt Ron dat er lieveheersbeestjes of sluipwespen komen om het te bestrijden. Of bij spint zorgt hij voor kleine spinnetjes. Alles is hier puur natuur. En dat voel, ruik en proef je aan alles hier. Want die sla en andijvie die ik hier laat groeien, vind je nergens. Geen supermarkt in Nederland die daar tegenop kan.”