Nieuws/Binnenland
736285533
Binnenland

Knapen over statement ambassadeurs: ’Het was niet zo bedoeld’

Ben Knapen van Buitenlandse Zaken bij aankomst op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad.

Ben Knapen van Buitenlandse Zaken bij aankomst op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad.

Den Haag - Nederland blijft staan achter de oproep aan de Turkse president Erdogan om de Turkse filantroop Osman Kavala vrij te laten. „Laat daar geen misverstand over bestaan”, zegt demissionair minister van Buitenlandse Zaken Ben Knapen, die stelt dat een gezamenlijke verklaring van tien ambassadeurs verkeerd is geïnterpreteerd.

Ben Knapen van Buitenlandse Zaken bij aankomst op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad.

Ben Knapen van Buitenlandse Zaken bij aankomst op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad.

Knapen wil een verklaring van de Nederlandse ambassadeur in Ankara Marjanne de Kwaasteniet ’verduidelijken’. De ambassadeur twitterde in samenspraak met de tien andere landen die aandringen op de vrijlating van Kavala zich niet met de interne zaken van Turkije te willen bemoeien.

De verklaring kwam daags nadat Erdogan dreigde de ambassadeurs het land uit te zetten. De Kwaasteniet verwees in haar verklaring naar artikel 41 van de Conventie van Wenen, dat zegt dat landen zich niet mengen in de rechtspraak van een gastland. Na de Twitterverklaring liet Erdogan vrijwel direct weten dat de ambassadeurs op hun post mogen blijven. De verklaring van de tien ambassadeurs werd wijdverbreid als knieval voor Erdogan beschouwd.

’Ondubbelzinning en onomwonden’

In antwoord op vragen van D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma laat Knapen weten dat die interpretatie niet klopt. „We beschouwen onze oproep als in overeenstemming met de Conventie van Wenen”, aldus Knapen. „Daarin staat dat wij ons niet mengen in de interne rechtsgang maar onze oproep is gedaan in de context van een internationaal verdrag, dus het een sluit het ander niet uit. Als de suggestie wordt gewekt dat wij ons niet aan het internationaal recht houden, dan moeten we die wegnemen.”

Sjoerdsma is blij dat Nederland ’ondubbelzinning en onomwonden’ achter de oproep voor de vrijlating van Kavala blijft staan. „Daar zit geen woord Spaans bij. Ik zal me dan ook niet scharen achter de Kamerleden die dit veroordelen”, sneert Sjoerdsma.

Daarmee doelt hij onder anderen op PvdA-Kamerlid Kati Piri, Ruben Brekelmans (VVD), Gert-Jan Segers (CU) en Derk-Jan Eppink (JA21), die de verklaring van de ambassadeurs over de Conventie van Wenen zagen als een buiging voor Erdogan.

’Pijnlijk’

Brekelmans (VVD) noemt de afgelopen dagen ’zeer pijnlijk’. „Het statement van de ambassadeurs wat een wat vage verklaring die op meerdere manieren gelezen kan worden. Poetin kijkt mee, Xi Jinping kijkt mee, Loekasjenko kijkt mee.”

Knapen vindt dat mogelijke verschil in interpretatie niet relevant, en vindt dat Nederland daar boven moet staan: „Wij hebben de high road te volgen.”

Naast Nederland ondertekenden ook Canada, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland de oproep om Kavala vrij te laten.

Vier jaar gevangen

Kavala zit inmiddels vier jaar in de gevangenis. Vorig jaar werd hij na een levenslange eis vrijgesproken van het financieren van protesten in Istanbul in 2013, maar er volgde direct een aanklacht voor betrokkenheid bij de verijdelde coup in 2016.

Het Europees Hof droeg de regering van Erdogan, waar de activistische Kavala kritisch over is, in december 2019 al op hem vrij te laten. Het hof in Straatsburg stelt dat hij vastzit om hem de mond te snoeren.

Het comité van ministers van de Raad van Europa, dat toeziet op de uitvoering van uitspraken van het mensenrechtenhof, kondigde vorige maand aan een strafprocedure te beginnen tegen Turkije als Kavala niet voor de volgende bijeenkomst op 30 november is vrijgelaten. Consequentie daarvan kan zijn dat het stemrecht en lidmaatschap van het land zouden kunnen worden geschorst in de landenorganisatie die toeziet op democratie en mensenrechten. Knapen wijst er dinsdag dan ook op dat die strafprocedure nog kan worden ingezet, als Kavala voor eind november niet wordt vrijgelaten.