Nieuws/Binnenland

Hof moet opnieuw oordelen over zoon die moeder (99) hielp bij levensbeëindiging

Ronald Hissink

DEN HAAG - De Hoge Raad stelt „zeer strenge eisen” aan de hulp bij zelfdoding door iemand die geen arts is. De zaak tegen Albert Heringa moet opnieuw door het gerechtshof in Den Bosch worden bekeken om te beoordelen of de hulp bij de levensbeëindiging van zijn hoogbejaarde moeder (99) zonder straf kan blijven.

Ronald Hissink

Dat sprak de Hoge Raad dinsdag uit in het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie.

Hulp bij zelfdoding en het toepassen van euthanasie door een niet-arts kan slechts in uitzonderlijke omstandigheden straffeloos zijn, aldus de Hoge Raad. Het hof in Den Bosch moet bekijken of Heringa zich terecht op zo’n uitzonderlijke situatie beroept.

In het arrest stelt de Hoge Raad dat het gerechtshof in Arnhem „het beroep van Heringa op zo’n uitzonderlijke noodtoestand hier veel te gemakkelijk heeft gehonoreerd.”

De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad eerder de uitspraak van het gerechtshof in Arnhem in stand te laten. Dat hof oordeelde dat Heringa niet strafbaar zou moeten zijn voor de hulp aan zijn hoogbejaarde moeder in 2008. Heringa werd daarvoor destijds aangeklaagd.

De rechtbank vond hem schuldig, maar legde geen straf op. In hoger beroep werd hij vorig jaar helemaal vrijgesproken.

Heringa toonde na het aanhoren van het arrest teleurstelling. „Ik had er graag een punt achter willen zetten, maar alles begint opnieuw”, zei hij. Tevens stipte hij de politieke gevoeligheid van de kwestie aan. „Het probleem hoe te handelen na een voltooid leven is nog altijd niet opgelost, dat is nu in de politiek ook weer aan de orde.”

De moeder van Heringa verbleef destijds in een verzorgingstehuis, leed aan hartfalen, had ernstige rugklachten en was nagenoeg blind. Heringa besloot zijn moeder te helpen met sterven toen hij zag dat ze zelf pillen verzamelde die niet geschikt waren voor zelfdoding. Dat gebeurde nadat een arts geen euthanasie wilde uitvoeren.

Op de diverse rechtszittingen beriep Heringa zich op een noodtoestand en een vorm van overmacht. Hij voerde aan zich moreel verplicht te hebben gevoeld zijn moeder te helpen bij haar wens tot een pijnloze, vredige en waardige dood.