Nieuws/Binnenland
756523053
Binnenland

’Dader 'metromoord' zwierf tien jaar’

Den Haag - De man die in juli 2017 een willekeurig slachtoffer neerstak in de Amsterdamse metro, is door betrokken instanties onvoldoende begeleid. „Zij hebben de mogelijkheden hiertoe onvoldoende benut”, concludeert de Inspectie Justitie en Veiligheid in een onderzoek.

Volgens minister Dekker (Rechtsbescherming) is de vermoorde Joost Wolters het slachtoffer geworden van het feit dat dader Philip O. verder kon ontsporen, doordat betrokken organisaties O. onvoldoende in beeld hadden en niet goed hebben gehandeld. „Dat is uitermate tragisch. Mijn gedachten gaan uit naar de nabestaanden.” De bewindsman heeft zijn excuses aangeboden en praat met hen over een schadevergoeding.

Metromoord

De zaak werd bekend als de Amsterdamse metromoord. In de twaalf jaar voordat Philip O. op 27 juli 2017 de moord pleegde, was hij veroordeeld voor diverse misdrijven. Uit het rapport blijkt dat het justiële verleden van O. een aaneenschakeling van blunders is geweest. Hij ontliep bijvoorbeeld in 2006 een opgelegde behandeling voor jeugdigen. In plaats daarvan vertrok hij naar het buitenland.

O. werd niet opgespoord met de systemen die daarvoor beschikbaar zijn. Zelfs toen hij later met justitie in aanraking kwam, werd de opgelegde behandeling niet uitgevoerd. Dat gebeurde eveneens niet toen hij jaren later in vrijheid werd gesteld.

Ook in de PI in Vught ging het mis, blijkt uit onderzoek. „Eind februari 2017 kwam O. voorwaardelijk vrij uit de Vughtse gevangenis, waar hij vastzat voor een gewapende overval. In Vught is hij volgens de Inspectie JenV niet goed voorbereid op zijn terugkeer in de maatschappij.”

Zijn problemen en de risico’s zijn daar wel opgemerkt, maar er is onvoldoende rekening mee gehouden. „Zo wist men dat hij psychiatrische problemen zou kunnen krijgen zonder medicatie en zonder begeleiding”, aldus de inspectie. O. kwam voorwaardelijk vrij zonder dat hij direct begeleid en behandeld zou worden. „Dat kwam doordat er wachtlijsten waren.” Kort daarna pleegde hij de moord.

Gezworven

Dekker constateert dat ’O. tien jaar lang heeft gezworven’. „Tussen straf en zorg, en tussen verschillende hulpinstellingen. Te vaak waren organisaties vooral gericht op hun eigen werkterrein.” De minister erkent na wederom een kritisch rapport dat ’dit soort dingen’ hem in verlegenheid brengen. „Maar het motiveert mij ook.”

De VVD-bewindsman belooft beterschap. „De samenleving verwacht dat alles op alles wordt gezet door al deze instanties om de maatschappij te beschermen. Dat is terecht. De betrokken instanties doen er alles aan om herhaling zoveel mogelijk uit te sluiten.”