Nieuws/Columns

Peking

Lihanboutje

Een van mijn zakelijke contacten is in dienst bij een bedrijf in Nanjing, de oude hoofdstad van China. Hij is er general manager geworden nadat hij als student aan de Universiteit van Wales zijn bul haalde. Op zich geen bijzonder verhaal, maar ik moet altijd gniffelen als ik zijn naam lees: Li Han.

De dertiger zal er geen idee van hebben dat hij de naam draagt van een snack die in de jaren 60 voor het eerst in Nederland verscheen: het lihanboutje. Ik vraag me al jaren af welke Chinees dát woord heeft verzonnen. Dat een Nederlander ermee op de proppen is gekomen, lijkt me onmogelijk. Dan had de gefrituurde automatiekhap wel krokantje geheten, of gehaktbonk. Want dat is het. De platte, peervormige snack is gemaakt van runder- en varkensgehakt, gedroogde groentesnippers en speciale kruiden. Echt populair werd hij overigens nooit. In de Hollandse snackbar werden vooral rundvleeskroketten, kaassoufflés en frikandellen vanachter de glazen deurtjes gehaald.

Waarschijnlijk komt de naam van de uitvinder zelf. Chinezen generen zich niet om producten naar zichzelf te vernoemen, iets wat je in Nederland nauwelijks ziet. De bedenker van de frikandel, een Dordrechtse slager, zal bijvoorbeeld niet hebben overwogen zijn vondst de Gerrit de Vries-paal te noemen.

Op zoek gaan naar de geestelijk vader van de – toeval of niet – gele, op een stokje gespietste vette hap, is ondoenlijk: Li is de meest voorkomende familienaam ter wereld. Zelfs Li Han komt bijzonder veel voor. Zo was hij keizer in de Tang-dynastie en piloot in de Koreaanse Oorlog. Op de zakelijke netwerksite LinkedIn stuit je bij deze naam onder andere op een software-ontwikkelaar, verpleegster, enkele studenten, een journalist en een kwaliteitsinspecteur.

Maar geen snackbarhouder. De oorsprong van het lihanboutje zal wel altijd een mysterie blijven. Of toch niet? Op internet beweert iemand dat lihan slaat op het geheime kruidenmengsel, bedacht door twee Hollanders die een combinatie van hun eigen namen eraan gaven: Lies en Han.