Nieuws/Binnenland

Lokfiets

Cijfers liegen niet? Soms wel. Vooral als je aan de verkeerde kant van het optelsommetje uitkomt. ’Fiets- en autodiefstal op retour’, luidt de kop. Vorig jaar daalde het aantal aangiften van fietsendiefstal met een kleine tien procent, meldde de stichting Aanpak Voertuigencriminaliteit (Avc) in deze krant. De inzet van lokfietsen is mede verantwoordelijk voor de daling.

Minder aangiftes betekent niet automatisch dat er ook minder fietsen worden gestolen, zou je zeggen, en dat wordt bevestigd door de Avc-woordvoerder: „Het werkelijke aantal diefstallen van fietsen ligt drie tot vier keer hoger.”

U voelt ‘m al aankomen. Dat kan ik beamen. Ik heb even teruggerekend en daar komen de volgende cijfers uit: er moeten in de hoofdstad zeven à acht rijwielen rondrijden die ooit van mij zijn geweest. Alsof het lokfietsen waren, zo regelmatig werden ze ontvreemd. Vooral tweedehandsjes, maar ook twee nieuwe plus één prijzig exemplaar dat ik mezelf cadeau deed door het geld opzij te leggen dat ik uitspaarde door niet meer te roken. Extra pijnlijk was dat, omdat ik me voorstelde hoe de fiets voor de prijs van een paar sloffen sigaretten zou worden doorverkocht.

Aangifte gedaan? Natuurlijk. Het resultaat in keiharde cijfers: nul. Ook het overlegggen van het framenummer mochten niet baten. De houding van de politie schijnt tegenwoordig veranderd te zijn, maar nog herinner ik mij de meewarige blik van de dienstdoende agent die mij voor gek verklaarde dat ik, inwoner van fietsendiefstalstad nummer één, zo’n mooi rijwiel had aangeschaft. Met de groeiende tegenzin waarmee de aangifte werd opgenomen, slonk het vertrouwen in een goede afloop evenredig.

Preventie? Natuurlijk. Je doet er alles aan om het onvermijdelijke te vermijden. Jaren geleden spoot ik in aanloop naar een WK voetbal een exemplaar knaloranje zodat ik deze na diefstal zou herkennen. Resultaat: nooit meer teruggezien. Toch stonden mijn fietsen altijd keurig op slot. Soms aan een brug of lantaarnpaal, totdat de gemeente die fiets meenam en ik deze weer tegen betaling – ook een vorm van diefstal eigenlijk - kon ophalen uit het fietsdepot. Fietsen aan bruggen of lantaarnpalen worden verwijderd, fietsen die niet ergens aan vaststaan worden gejat: ziehier het leed dat kleine criminaliteit heet.

Eén keer was er sprake van een heterdaadje. In de ijzeren kluwen voor het Centraal Station, een walhalla voor hen die het verschil tussen mijn en dijn niet kennen, zag ik de man wegrijden. Dan ren je er achteraan, in de wetenschap dat fietsendieven heel hard kunnen trappen als het moet, en zie je met lede ogen aan hoe jouw fiets opgaat in de menigte.

Mijn huidige vervoermiddel hangt met ijzerdraad en gaffertape aan elkaar. Want al doende leert men.

Bij voorkeur op een oude fiets.