Nieuws/Binnenland
768748563
Binnenland

De Jonge: ’Het valt niet mee met racisme in Nederland’

Den Haag - Het valt niet mee met het racisme in Nederland, zegt minister De Jonge (Volksgezondheid). Voor veel mensen is het volgens hem nog een ’dagelijkse realiteit’ die we ’als onkruid keer op keer opnieuw uit de grond’ moeten trekken.

Dat zegt de minister in de jaarlijkse Abel Herzberglezing, waarin hij ook terugkijkt op zijn eigen onzekerheden tijdens het begin van de coronacrisis. En hij loopt vast vooruit op het CDA-verhaal tijdens de verkiezingen komend jaar, waarbij hij zich sterk afzet tegen het liberalisme.

Racisme

De Jonge verwijst naar het werk van de naamgever van de lezing, Abel Herzberg, die meerdere verhalen schreef over de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog en zijn eigen tijd in verschillende concentratiekampen. „Wat zou het mooi zijn als we vandaag tegen elkaar konden zeggen dat antisemitisme en racisme tot een duister verleden behoorde. Dat we het na 1945 met wortel en tak hadden uitgeroeid. Maar niets is minder waar.”

De minister refereert aan de Black Lives Matter-protesten na de dood van George Floyd, ’een terechte roep om erkenning’. Volgens hem is racisme, ondanks de goede bedoelingen van mensen, ook in Nederland nog steeds aanwezig. „Ik geloof oprecht niet dat er grote groepen Nederlanders zijn die zich bewust racistisch uitlaten, of die racisme goedkeuren. Maar dat is geen reden om te denken dat het wel meevalt. Het valt niet mee.”

Het probleem is volgens hem het grootst als mensen elkaar niet meer willen begrijpen en tegenover elkaar komen te staan. „Dat is racisme. En we hebben het als onkruid keer op keer opnieuw uit de grond te trekken. Omdat racisme mensen onrecht doet.”

Onzekerheden

De Jonge kijkt ook terug op het begin van de coronacrisis en de onzekerheden bij zijn werk als ’coronaminister’. „Die onzekerheden hadden we allemaal - ík voelde die ook. Ik wil grip hebben, de controle houden in mijn werk. De dingen voor zijn, de dingen voorzien, een besluit nemen als je de impact ervan kunt overzien. Maar dat kon niet tijdens die eerste coronamaanden.”

De kritiek op zijn werk heeft De Jonge ’niet helemaal koud’ gelaten. Aan het begin van zijn lezing leest hij een aantal van de haatberichten voor die hij kreeg (’massamoordenaar’, ’Hugo Hitler’, ’vaccinazi’). Toch wil hij die mensen niet afschrijven, maar juist de hand toesteken. Want: „De meeste haat is projectie van een gevoel van miskenning, onrecht, angst.”

Het idee van de hand toesteken sluit aan bij de richting waar De Jonge als kersverse CDA-lijsttrekker zijn partij op wil sturen. Hij wil zijn partij, die zich kenmerkt door een rechter- en linkerflank, zoals bekend graag naar ’het midden’ sturen. De oplossing van de problemen ligt volgens hem in ’een sterke samenleving’.

Liberalisme

De Jonge keert zich in zijn lezing af van het liberalisme, waar de huidige coalitiepartner VVD om bekend staat. Het geloof in de markt is volgens De Jonge ’niet zaligmakend’. Maar alle verantwoordelijkheid naar de overheid schuiven is volgens hem ook ’alleen maar een recept voor meer onvrede’.