Nieuws

'Niemand dacht aan gevaar burgerluchtvaart'

Bij het diplomatenoverleg in Kiev, enkele dagen voordat de MH17 op 17 juli 2014 werd neergehaald, is geen moment gesproken over de veiligheid van de burgerluchtvaart. Tijdens het overleg werd gesproken over het zware luchtafweergeschut in Oost-Oekraïne dat civiele toestellen kon raken, maar zowel westerse regeringen als de Oekraïense regering zagen geen gevaar voor de burgerluchtvaart.

Dat vertelt de Amerikaanse ambassadeur in Kiev, Geoffrey Pyatt, maandag in het AD. Pyatt was bij het overleg -waarover tot op heden veel onduidelijkheid is- aanwezig.

Volgens de ambassadeur probeerde Kiev met allerlei briefings „de internationale gemeenschap wanhopig duidelijk te maken wat er speelde in Oost-Oekraïne”. Maar er was op die bijeenkomsten veel scepsis, met name bij Europese landen, zegt Pyatt. „Zijn dit echt Russen? Is dit niet slechts lokaal oproer? Wij waren destijds al overtuigd van de Russische betrokkenheid, maar onze bondgenoten niet.”

Tijdens het diplomatenoverleg vertelde de Oekraïense regering onder meer dat een Oekraïens transportvliegtuig was neergehaald met mogelijk zwaar afweergeschut. Het bleek met een raket te zijn gebeurd. Nederlandse vliegtuigmaatschappijen werden vervolgens niet gewaarschuwd, wat tot veel kritiek en ophef leidde in de Tweede Kamer.

Volgens Pyatt waren de diplomaten op de bewuste 14 juli nog niet overtuigd van escalatie van het conflict en het gevaar voor de burgerluchtvaart. „Het idee dat de door Rusland gesteunde separatisten een burgertoestel zouden neerschieten, was zo ver weg van wat ik me kon voorstellen.”