Nieuws/Binnenland

COLUMN EPCO ONGERING

Achterom

Een van de spannendste momenten op het water beleefde ik in het midden van de zestiger jaren op de maidentrip van onze nieuwe boot, een Sailmaster 22 daysailer. Deze was in Alblasserdam door van der Giessen/ de Noord gebouwd, een voor de watersport branchevreemd bedrijf.

De scheepswerf construeerde vooral enorme beroepsschepen en het maken van polyester zeiljachtjes werd als bijvangst gezien. Voor de ervaren scheepsbouwers stelde dit bootje niks voor. Dus werden we er in drie minuten wegwijs op gemaakt. “Daar zit de afsluiter voor het toilet, hoe de maststrijkinstallatie werkt, wijst zichzelf en de motor is alleen starten en lopen.”

Trillend van de opwinding over onze nieuwe aanwinst luisterden we maar half. De motor was een Seagull, nieuw, maar gebouwd naar vooroorlogs model en door mijn vader gekozen vanwege de legendarische betrouwbaarheid. Starten deed je met een los koord, de motor kon alleen vooruit en het herriemonster verbruikte extreem veel olie.

Dat “starten-lopen” bleek door het losse startkoordje toch iets lastiger dan we dachten. Maar na een paar flinke rukken konden we op weg over het grote water. Ergens op de Lek stopte de motor plotseling. Door het wegvallen van de herrie keken we achterom om de startprocedure te herhalen.

Toen pas zagen we dat we vlak voor een aanstormend binnenvaartschip stil waren gevallen. Nooit heb ik iemand sneller een motor zien starten. En zelden was mijn opluchting groter dan toen de motor direct weer aansloeg. Vanaf dat moment realiseerde ik me dat je bij het varen op de grote rivieren net zo vaak achterom moet kijken als vooruit.